De Schlecks

Wat zou het prachtig zijn, Frank en Andy Schleck samen in het geel op het podium in Parijs. Zij zijn de helden van deze Tour. Bravoure en elegantie in tweevoud. En naast de fiets ook nog zo vrijmoedig in het commentaar. Soms speels, dan weer hinnikend. Altijd beleefd.

Rank en slank zijn ze, de jongste Schleck zelfs een beetje slungelachtig. Denk er Thomas Dekker bij, en we hebben een nieuw type wielrenner. Einde van het rijk der stoempers. Scheermessen in het gebergte. Catwalk in voetriempjes.

In tegenstelling tot Thomas Dekker zijn de Schlecks opgenomen in een systeem van onbarmhartige camaraderie. Wat was het mooi, die schitterende CSC-lintworm: rijden, dromen, kotsen in gemeenschap voor elkaar. Door berg en dal. Je zou bijna denken dat Louis van Gaal er de heilige hand van weleer in had.

Frank en Andy hebben in deze Tour zo’n indruk gemaakt dat de Franse douane meende een slag van extreme maagdelijkheid te moeten slaan. Papa Schleck werd van de weg gehaald, op zijn Willy Voets. Er werd niets gevonden, maar het stigma van verdachte kon hij na het mediaspektakel niet meer opheffen. Iedereen sprak er over, in en buiten de Tour: papa Schleck, trafikant van doping?

Johnny komt nooit meer van zijn reputatie af, als meesterknecht in de vorige eeuw. Hoor hem praten en de vermeende amfetamines en bloedzakjes dansen een regenboog. Johnny is een barkruk. Ook nog Luxemburger: de akker achter Gods rug, waar gesjoemel tot wet is verheven. Maar de willekeur van zijn grootinquisiteurs kwetste mij. Hoe weerloos kun je zijn als vader van godenzonen?

Je weet het nooit in het wielrennen, maar Frank en Andy lijken mij zo doortrapt in onschuld dat ze op l’Alpe d’Huez niet eens meer weet hadden van een vader in een volgwagen van Skoda. Broertjes zullen ze altijd blijven, maar kinderen van Johnny? Bergen zijn deletemonsters. Je weet niet meer of je van voren of van achteren fietst. Vrouwen en schoonmoeders worden schimmen. Vaders bidons met een laatste menselijk gelaat.

De Tour de France neemt herinneringen weg, laat bloedbanden kapseizen, creëert een universum van diepe eenzaamheid. De Schlecks hebben dat met glans doorstaan. Als engelen van het gebergte, bijna. Charly Gaul achterna. We hebben het dan toch over een andere sensatie dan over de kadaverdiscipline van Stef Clement. In Frank en Andy wordt afzien mooi, misschien net iets te jongensachtig om poëtisch te zijn, maar wel met een grand design. Ideale Zomergasten voor een estheet als Bas Heijne.

Ik kan niet anders zeggen dan dat deze Tour mij ouderwets heeft vertederd. Niet in termen van exploten of drama’s, eerder in intieme fraseologie. Nergens in de samenleving vind je nog een cultuur van dankzegging terug zoals in de Tour de France. Gisteren ook weer. Wat zei Sylvain Chavanel? Hij zei dat de etappezege voor zijn overleden vriend was, voor zijn ouders en schoonouders, voor zijn kinderen, voor zijn vrouw die hij nu even niet bij naam kon noemen.

Dank, dank, dank.

Het mooiste dankoffer van deze eeuw is Carlos Sastre. Na zijn verschroeiende solo op l’Alpe d’Huez hoorde ik hem zeggen: „Ik dank de ploeg en de gebroeders Schleck voor het beulswerk. Ik dank mijn vrouw, mijn vader en alle dorpelingen van mijn jeugd. Ik dank het gebergte dat mij zo gelukkig heeft gemaakt.”

Carlos Sastre: oorlog tussen vroomheid en ijdelheid. Tussen droom en verlangen. Maar nog steeds in diepe dank van zichzelf, tot in de coulissen van vak en leven. Beloken man, gracieus en verdrietig. Gebergte zonder sprint. Vader.

Nee, Cadel Evans mag de Tour niet winnen. De Australiër heeft de voorbije drie weken hooguit vier kilometer op kop gereden. En dan nog niet eens van harte. Lompe wieltjeszuiger met Lance Armstrong-pretenties: bodyguard, kopstoten, ontoegankelijk in woord en gebaar. Leg het houtblok Evans in het haardvuur en je bent drie weken verder voor er weer gestookt moet worden.

Cadel Evans: het IJzeren Gordijn van de Tour. Maar dan op zijn molligst. Ik heb er niets mee en ik wil er niets mee hebben. In Parijs juichen voor Cadel? Dan liever een hup-hup-hup voor betonklievers à la Mentsjov. Voor de authentieke ontrafeling van kunst. Foute waaiers, mos over droom en daad, so what?

Frank en Andy Schleck zijn een vlam van erotiek. Gazon in voetriempjes. Met hen wil ik graag eeuwig jongen zijn. Niet berekend op verlangen en heftige generositeit. Wel altijd aanwezig. Eigenlijk, Thomas Dekker achterna.

Nu dan een silhouet.