De man die Mao deed smelten

Oud-wereldkampioen tafeltennis Zhuang Zedong begon in 1971 de pingpongdiplomatie tussen China en de VS. In strijd met de orders van Mao gaf hij op het WK in Japan een zijden sjaal aan een Amerikaan die in de Chinese spelersbus was gestapt. „Mao was me dankbaar.”

Met zijn sierlijke aanvalsspel en aristocratische uitstraling bracht hij in de tumultueuze jaren zestig miljoenen door hongersnood en politieke onderdrukking geteisterde Chinezen in vervoering. In die periode was tafeltennisser Zhuang Zedong (68) een grotere held dan basketballer Yao Ming of hordenloper Liu Xiang, de Chinese sporticonen van vandaag.

Het waren dan ook vooral de oudere Chinezen die vonden dat drievoudig wereldkampioen tafeltennis Zhuang Zedong de olympische fakkel zou moeten aansteken tijdens de openingsceremonie van de Spelen, maar omdat tafeltennis in zijn tijd nog geen olympische sport was, is hij van de kandidatenlijst geschrapt. Hij werd wel minister van Sport.

Wie is Zhuang? Hij was de aanstichter van de pingpongdiplomatie, de methode waarmee de VS in 1971 tijdens de Koude Oorlog diplomatieke toenadering zochten tot de Volksrepubliek China. Zelf zegt hij 37 jaar na dato: „Velen denken dat Deng Xiaoping (Chinees leider in de jaren zeventig en tachtig, red.) verantwoordelijk was voor China’s hervormingen, maar zonder de pingpongdiplomatie zouden de Spelen nooit aan China zijn toegewezen.”

Zhuang oogt fit wanneer hij verschijnt in de lobby van het chique China Worldhotel in Peking. Charmant knikkend naar een generatiegenoot die hem herkent, beent hij kwiek over het peperdure tapijt. Hij is gekleed als een typische middenklasser. In een kort polojasje met rits boven een zwarte broek met een glimmende riemgesp. Roerend in een kopje groene thee zegt hij: „De meeste tafeltennissers zijn van arme komaf. Ik kwam uit een steenrijke familie. Mijn joodse grootvader Hatong kwam eind negentiende eeuw naar China. Hij deed in onroerend goed en kocht huizen en straten op in Shanghai. Nog altijd dragen straten en parken zijn naam. Hij was de rijkste man van Azië.”

In 1940 werd Zhuang geboren uit het tweede huwelijk van zijn vader. Hoewel de familie Zhuang nog op stand leefde, ging het familiefortuin door de oorlog met Japan voor een belangrijk deel verloren. Zijn vader hoopte dat hij naar de universiteit ging, maar Zhuang had voor een rijkeluiskind een afwijkende ambitie – hij wilde tafeltennisser worden. „Ik was meteen in de ban en begreep dat tafeltennis van belang was voor de Chinese cultuur.”

In 1961 behaalde hij zijn eerste wereldtitel, in 1963 en 1965 won hij ook. Daarmee vestigde hij een record dat door geen andere Chinese sportman ooit is verbeterd. Zonder de Culturele Revolutie zou zijn erelijst nog indrukwekkender zijn geweest. Tussen 1965 en 1970 onderhield China geen sportcontacten met het Westen.

Zhuang zat, vanwege de rijkdom en aristocratische achtergrond van zijn familie, een jaar lang gevangen. „Het land was ontredderd en ik had geen enkel idee wat er toen met me gebeurde”, zegt Zhuang nu. Zhou Enlai , destijds minister van Buitenlandse Zaken én premier, erkende het belang van sport voor buitenlandse betrekkingen en gaf het volk zijn helden terug. In 1969 haalde hij Zhuang uit de gevangenis.

Het was de tijd van de Koude Oorlog en Zhuang herinnert zich de legendarische woorden van Mao tegen de Amerikaanse schrijver Edgar Snow in 1964: ‘We hebben onze hoop gevestigd op het Amerikaanse volk’. De VS voerden een harde strijd tegen het communisme en waren verwikkeld in een uitzichtloze oorlog in Vietnam. China had binnenlandse problemen en was verzwakt geraakt door oorlogen met Japan en militaire steun aan Vietnam, Cambodja en Korea. Ook was er de dreiging van Sovjettroepen langs de noordgrens.

Mao wilde een gebaar maken naar de VS, maar hoe moest dat zonder gezichtsverlies te lijden? In 1971 gebruikte Mao een officiële uitnodiging van de Japanse tafeltennisbond voor de WK in Nagoya om de internationale contacten te herstellen. Zhuang: „Wij spelers kregen instructie geen contacten te leggen met de Amerikanen. De opdrachten waren: geen handen schudden, geen foto’s nemen en geen souvenirs weggeven.”

Zhuang doorbrak de code en gaf een zijden sjaal aan de Amerikaan Glenn Cowan die zijn spelersbus had gemist en noodgedwongen met de Chinezen terugreed naar het hotel. „Toen ik contact maakte met Cowan, zeiden mijn teamgenoten: ‘Wat doe je nou? Maak geen problemen, praat niet met hem’.” Zhuang trok zich niets aan van zijn ploeggenoten, pakte een sjaal uit zijn tas en sprak met Cowan via een tolk.

De volgende dag stonden de Japanse kranten vol foto’s van het voorval en ging het nieuws de hele wereld over. Deze ogenschijnlijk simpele daad markeerde het begin van een duurzame dooi in de relatie tussen de VS en China die sinds de oprichting van de Chinese Volksrepubliek in 1949 was bevroren. Nog diezelfde dag gaven de Chinese leiders het ministerie van Buitenlandse Zaken opdracht een Amerikaans tafeltennisteam uit te nodigen in Peking. Het was de eerste Amerikaanse delegatie die door China werd geaccepteerd sinds 1949. Het begrip ‘pingpongdiplomatie’ was geboren.

Zhuang, lachend: „In eerste instantie waren de leiders het helemaal niet eens met wat ik deed. Maar Mao was zo dankbaar voor mijn gebaar dat hij me persoonlijk ontving. ‘Grootvader van China’, noemde hij me. Dus het gebaar met de sjaal was niet geregisseerd van hogerhand? „Toen Glenn Cowan de bus binnenkwam, dacht ik dat gewoon gedag zeggen niet vriendelijk genoeg was. Ik had geen flauw idee wat de impact van mijn daad was”, herinnert hij zich.

Niet Zhuang maar de Zweed Stellan Bengtsson werd uiteindelijk wereldkampioen in Nagoya. Want premier Zhou Enlai verbood Zhuang in een van de voorronden te spelen tegen een tafeltennisser uit het China vijandig gezinde deel van Cambodja .

Na de WK in Nagoya behoorde Zhuang plotseling tot de politieke elite. Hij werd gekozen in het centraal comité van de partij en kort daarna aangesteld als minister van Sport. In zijn onervarenheid richtte hij zich tot Jiang Qing, de vrouw van Mao die later samen met de andere leden van de ‘Bende van Vier’ werd veroordeeld omdat ze zich fel verzette tegen een meer pragmatische koers die de communistische partij na de dood van Mao ging volgen. Zhuang: „Hoe kon ik weten dat er twee centra van de macht waren?”

Jiang Qing adviseerde Zhuang af te rekenen met mensen die er andere ideeën op na hielden en hij volgde blindelings haar raad op. „Op een dag werd ik opgepakt, verhoord en opgesloten in een gevangenis in Peking. Toen pas begreep ik dat ik de verkeerde persoon had gevolgd en mijn lot moest accepteren.”

Vier jaar lang bracht hij door in eenzame opsluiting in een kamertje. Tafeltennissen werd hem verboden en daarom oefende Zhuang dagelijks vijf uur kalligrafie en las hij talloze boeken over de geschiedenis van China. Zhuang was getrouwd met de beroemde Chinese concertpianiste Bao Huiqiang. Zij kregen twee kinderen maar het huwelijk liep spaak – door zijn gevangenschap.

Na de gevangenisperiode werd hij nog vier jaar verbannen naar de Chinese provincie, waar hij een relatie opbouwde met zijn huidige Japanse vrouw. Vanwege de politieke verhoudingen had hij voor dat huwelijk persoonlijk toestemming nodig van politiek leider Deng Xiaoping. Hij bezwoer Deng dat zijn nieuwe relatie niets met politiek te maken had.

Inmiddels is Zhuang door het Chinese volk weer in de armen gesloten. Hij geeft lezingen op universiteiten in China en de VS, hij is ambassadeur voor het Rode Kruis in China en adviseur van de Chinese tafeltennisbond. „Diep in mijn hart heb ik het gevoel dat ik met mijn gebaar naar Glenn Cowan iets voor China heb gedaan. Daarom ben ik er trots op dat China op de Spelen zijn vooruitgang aan de wereld mag tonen”, zegt Zhuang.