De Kromme Rijn

Aan de wandel in Utrecht. NRC 260708 / MJ

Op de Kromme Rijn pikken twee witte ganzen en twee grauwe in hun oksels. Ze halen driftig kop en hals door het water heen en weer en fladderen watertrappend met hun vleugels. Hun veren jeuken, ze willen ruien, vandaar al dat drijfdons om hen heen. De zon brandt op hun koppen, en op die van ons. Hij legt een gouden horlogeketting om de buik van de grijze grootwolk die er ook is.

Aan de Kromme Rijn is het o zo mooi. De rivier slingert zich tussen luxueus jong riet en waterbies. Op de oevers bloeit, behalve dovenetel en veelsoortig gras, kamille en roze duizendblad en lila koekoeksbloem en guldenroede en nog veel meer uit de kleurdoos. Onder een brug schiet een blauw accent weg: een ijsvogel. Intussen trekt een ooievaar cirkels in de lucht.

„Hij zeilt als een roofvogel”, zegt man. En dan: „Wat hij natuurlijk ook is.”

We verlaten het water en betreden boerenland zonder tierelantijnen. En dan knoopt de grootwolk zijn king size-colbert open. Een plensbui. De steile stralen maken in een oogwenk enorme plassen.

Schuilen heeft geen zin, kleddernat is toch al nat. We lopen verder. Dat is afzien, maar er is een beloning: het effect van de regen op een landschap. Regen verdiept kleuren en reduceert vormen tot hun essentie (huis is huis, beuk is boom). Alleen in de regen hoor je dat maïs kan sissen. Regen is een kick.

Nabij Cothen neemt de regen af. Cothen zou wel wat meer mogen swingen. (Een dorp dat zijn huizen namen geeft als ‘Geen pech is geluk genoeg’ en ‘ ‘t Is nie anders’ moet zijn doelen toch eens hoger stellen).

Jacks weer uit.

Puf!

Alsof hij niet weg was, schijnt de zon op het parkbos van landgoed Hindersteijn. Dat betreden we ‘op eigen risico’. Er wordt gewaarschuwd voor de eikenprocessierups, die is hier actief. Laat maar. Hij is vast weggespoeld.

In de sloten staan riet en kroos zo dik dat een sloot een vermoeden wordt. Roodbonte koeien laten zich tussen hun horens krieuwelen en...

Regen!

Een stortbui blaast dikke bellen in de klaarliggende plassen. Hij gaat maar door, houdt hij nu op? Nee, hij weet van geen ophouden. Maar dan verdwijnt hij toch.

Op alweer een statig landgoed belopen we nu, in de zon, een gesorteerd bos. Beuken bij beuken, dennen bij dennen, eiken bij...

Krak! Een tak.

Hij brak af door de vlaag van een plotse stormwind en ploft net naast me.

Geen regen.

Weg is weer de wind. De zon schijnt op boslanen van allure.

16 km. Wandeling ‘Langbroekerwetering’ uit M. Dekkers en M. Kingma: ‘De mooiste wandelingen in Nederland’. Capitool wandelgidsen. Uitg. Van Reemst, Houten.

Aan de wandel in Utrecht. NRC 260708 / MJ