Cijferaars naar de kliniek

Klagen kun je het niet noemen wat de kampioen van Nederland Jan Smeets laatst deed in een interview in het blad Schaaknieuws; het was meer een objectieve beschrijving van een situatie die hem niet erg beviel.

Het ging over de moderne openingsvoorbereiding, die volgens Smeets uit de klauwen is gelopen. Sommige openingen zijn zo ver uitgeanalyseerd dat ze niet meer gespeeld kunnen worden. En leuk is het ook niet, het getuur naar de varianten die de computers op het scherm spuwen. Volgens Smeets is zijn generatie al steeds meer als computers gaan spelen.

In het bondsblad Schaakmagazine zag ik een kras voorbeeld van mislukte voorbereiding. Het was een partij tussen Roeland Pruissers en Roi Miedema uit het Nederlands jeugdkampioenschap.

De nieuwe jeugdkampioen Pruissers schreef dat zijn tegenstander de stelling na wits 27ste zet thuis nog op het bord had gehad. Dat zou een knap staaltje van openingsvoorbereiding zijn geweest, ware het niet dat Miedema vier zetten later al glad verloren stond.

Hij was beter af geweest als hij zich niet zo diepgaand had voorbereid, en nog beter was het geweest als hij niet was gestopt op de 27ste zet, maar met zijn computer nog een paar zetten verder had geanalyseerd.

Dat is natuurlijk makkelijk gezegd, maar veel minder makkelijk gedaan, want de serieuze schakers moeten bij hun voorbereiding honderden van zulke haarscherpe stellingen bekijken. Zelfs de jeugd kan het blijkbaar niet altijd goed aan, behalve als de jeugd Magnus Carlsen heet.

Even op de computer kijken hoe het met Magnus staat, in het kader van de virtuele ratingcheck. Op de echte ratinglijst, die eens per kwartaal uitkomt, staat hij zesde, maar voor die lijst was zijn overwinning in het Forostoernooi nog niet meegerekend. De fanatieke cijferaars willen niet drie maanden wachten op een volgende officiële lijst, en houden daarom een virtuele ranglijst bij, die na ieder toernooi en zelfs na iedere partij kan worden aangepast. Daarop stond Carlsen tweede van de wereld.

In het toernooi in Biel, dat op het ogenblik wordt gespeeld, begon Carlsen met 2,5 uit 3. Zijn bewonderaars vroegen zich niet meer af of hij het toernooi ging winnen, dat leek al vanzelfsprekend, maar of hij Anand van de eerste plaats op de wereldranglijst zou kunnen verdringen.

Terwijl ik dit stukje schrijf, speelt hij tegen de Amerikaan Alexander Onischuk. Als hij van Onischuk wint, zo hadden de cijferaars uitgerekend, zou Carlsen eerste op de wereldranglijst staan, virtueel dan.

Ze zijn nu een uurtje bezig en het lijkt remise te gaan worden. Ach, zo belangrijk is dat hysterische ratinggecijfer nu ook weer niet. Iemand schreef dat de ratingverslaafden zich maar bij de dichtstbijzijnde psychiatrische kliniek moesten aanmelden, en daar zit wel wat in.

Magnus Carlsen – Etienne Bacrot, Biel, derde ronde

1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pf3 Pf6 4. Pc3 e6 5. Lg5 Pbd7 6. cxd5 exd5 7. e3 Le7 8. Dc2 Ph5 9. Lxe7 Dxe7 10. 0-0-0 Pb6 11. h3 Le6 12. Ld3 0-0-0 13. Kb1 Kb8 14. Pd2 g6 15. Pb3 Pg7 16. f3 Wit heeft zowel op de damevleugel als in het centrum kansen, maar zwart staat solide. 16...Lf5 17. Lxf5 Niet te voortvarend. Na 17. e4 dxe4 18. fxe4 Le6, eventueel gevolgd door f7-f5, zou zwart goed tegenspel hebben. 17...Pxf5 18. The1 Pc4 19. Dc1 Dg5 20. g4 Pg7 20...Pfxe3 zou na 21. Td3 tenslotte leiden tot een eindspel waarin wit met twee paarden tegen toren en een pion iets beter staat. 21. f4 Wit gaat een pion offeren om zwarts dame weg te lokken, maar waarschijnlijk is dat niet goed. 21...Dh4 22. e4 Dxh3 23. exd5 cxd5 24. Pc5 Hij maakt er nog het beste van. Misschien was Carlsen aanvankelijk 24. Pxd5 van plan geweest, omdat dan 24...Txd5 25. Dxc4 uitstekend voor wit zou zijn. Zwart heeft echter het veel sterkere 24...Dxg4 25. Dxc4 Df5+ met voordeel voor zwart. 24...Pe6 Hij moet 25. Te7 verhinderen. 25. b3

Over deze stelling liet Kasparov vanuit zijn vakantievilla aan de Kroatische kust weten dat zwart na 25...Pd6 goede winstkansen zou hebben. „Het is een zet die je automatisch doet en daarna ga je pas varianten uitrekenen.” Na 25...Pd6 26. Pxd5 zou zowel 26...Dxg4 als 26...Pb5 prettig voor zwart zijn. 25...Pxc5 Maar nu krijgt wit door de open d-lijn echt een gevaarlijke aanval. 26. dxc5 Pa5 Het gaat bergafwaarts met zwart. Beter lijkt 26...Pa3+ 27. Kb2 d4. 27. b4 Pc4 Ook 27...Pc6 28. b5 was geen pretje voor zwart. 28. Pxd5 Pa3+ 29. Ka1 The8 Een blunder tot slot. Met 29...Pb5 viel nog te vechten. 30. c6 bxc6 31. Dxc6 Zwart gaf op, want hij verliest zwaar materiaal.