Akkoord vrijere handel komt naderbij

Bij de onderhandelingen over een nieuw wereldhandelsakkoord zijn gisteravond flinke vorderingen gemaakt. Nieuwe compromisvoorstellen brachten een doorbraak dichterbij, maar onderhandelaars waarschuwden dat er nog veel werk te doen was.

De EU en de VS hebben verdere reducties in hun landbouwsubsidies geaccepteerd, zo blijkt uit de weinige details die van de voorstellen naar buiten zijn gekomen. Ook zouden ontwikkelingslanden (inclusief opkomende economieën als Brazilië en India) meer mogelijkheden krijgen om bepaalde industriesectoren af te schermen van import. Met name sectoren in rijke landen zoals de auto-industrie zouden bezorgd zijn dat ze daardoor geen voet tussen de deur krijgen in opkomende landen.

„Wat nu op tafel ligt is niet perfect, is niet mooi”, zei Eurocommissaris Peter Mandelson (Handel) gisteravond, „maar het zal een reële stimulans voor de wereldeconomie zijn en met name goed voor ontwikkelingslanden.”

Voorzichtiger was de Indiase minister van Handel Kamal Nath, die zich de afgelopen week als grootste opponent van de rijke landen heeft ontpopt. „Er zijn gebieden waar consensus is en er zijn gebieden van zorg.” In de wandelgangen van het gebouw van de Wereldhandelorganisatie (WTO) in Genève werd gisteren gezegd dat Nath zich wat inschikkelijker gedroeg die dag, na op donderdag vooral wrevel te hebben gewekt bij zijn opponenten. De grote vraag is of dat te maken heeft gehad met een telefoontje van president Bush aan de Indiase premier Manmohan Singh op donderdag.

De Amerikaanse onderhandelaar Susan Schwab liet een waarschuwing horen aan het adres van landen als India: „De grootste zorg die we hebben is dat een handvol grote, opkomende economieën de hele onderhandelingsronde voor ons allemaal dreigt te verpesten.”

De doorbraak kwam dankzij nieuwe voorstellen die directeur-generaal Pascal Lamy gistermiddag deed in een kerngroep van zeven economische grootmachten. Voor hij zijn voorstel deed, had Lamy alle 153 WTO-lidstaten meegedeeld dat „de komende 24 uur cruciaal zijn” en dat „drastische positiewijzigingen” nodig waren.

Katoen in Afrika: pagina 19