Zomeren in Jakarta

In elk land is de zomer anders. Correspondent Elske Schouten vertelt ons hoe het zomeren is in Jakarta, in Indonesië.

Op het vliegveld van Jakarta, in Indonesië, maken ze zich zorgen. Het is juli, dus het vliegerseizoen begint weer. Honderden mensen die bij het vliegveld wonen, gaan ’s middags vliegeren. Maar de piloten hebben daar last van bij het landen en opstijgen. Het is eigenlijk verboden om zo dicht bij het vliegveld te vliegeren. Maar de mensen blijven het toch doen.

Bij het vliegermuseum in Jakarta weten ze er alles van: van juli tot september gaan Indonesiërs vliegeren. „Het is een droog seizoen en de wind is iets harder dan in de rest van het jaar”, zegt Hendra (27), die in het museum rondleidingen geeft. Daarom is er in juli elk weekend wel een vliegerfestival in Indonesië. Het grootste is op Bali. Daar komen mensen van over de hele wereld om hun vliegers te laten zien.

Want er zitten heel bijzondere tussen. In het vliegermuseum hangen vliegers in de vorm van een fietser, van een paard-en-wagen, van een Chinese draak. Doen al die vliegers het ook echt? „Natuurlijk”, zegt Hendra. „Alle vliegers in dit museum vliegen.”

Veel vliegers zijn gemaakt van parachutestof. Maar er zijn ook vliegers die gemaakt zijn van de bladeren van de wilde aardappelplant. De vliegerdraad komt van vezels van de ananasplant. Er zijn ook vliegers van papier. En van batik: traditioneel Indonesisch textiel met mooie figuren.

In het vliegermuseum ligt ook de grootste vlieger van Indonesië: een vis van 32 meter lang en 8 meter breed. En de kleinste: een Chinees vlindertje van 2 centimeter. Die kan alleen de lucht in met een vliegerdraad van zijde, zegt Hendra. Anders is de draad te zwaar en komt hij naar beneden.

Vliegers kunnen meer dan je denkt. In het westen van het eiland Java vangen mensen vleermuizen met een vlieger, vertelt Hendra. „Die eten ze dan op.” En in het zuiden van Sumatra gebruiken ze vliegers om te vissen.

In de hoofdstad Jakarta vliegeren mensen gewoon omdat het leuk is. Ze doen wedstrijdjes: wie het eerst de vlieger van de ander naar beneden haalt, wint. Maar er is steeds minder ruimte om te vliegeren, zegt Hendra. De hele stad wordt volgebouwd. Vandaar dat de mensen bij het vliegveld hun vliegerveldje niet zomaar willen opgeven.