Wie zou er eerlijk moeten zijn?

Lieve Hafid,

Ik vind Paul McCartney een gruwelijk oud wijf geworden. ’t Is geen gezicht. Waarom word ik zelf almaar ouder en ouder en zit er geen schot in de leeftijd van mijn ideaal? Het is godgeklaagd dat je altijd verliefd moet blijven op het tiep tot wie je je aangetrokken voelde toen je voor het eerst verliefd werd. Het is niet eerlijk, eenvoudigweg niet eerlijk. Het lichaam sprint en de hersens staan stil.

Maar ja, wie zou er eerlijk moeten zijn?

Als ik voorbeeldig deftige mannen, zeg van het soort Donner en Hirsch Ballin, ministers die de steek hebben afgelegd maar niet de bekaktheid, hoor oreren over de menselijke waardigheid, moet ik glimlachen. Ik denk aan de binnenkant van hun kop.

Ik zie hier vaak een kadaver liggen langs de weg. Half vertrapte ogen zitten nog met draadjes vast aan de kassen. Een kolonie strontvliegen blikkert in een gat tussen buik en kruis. Vervolgens probeer ik me God voor te stellen. God en kadaver staan klaar voor de wedstrijd. Startschot, aftrap. Het kadaver wint. Altijd wint het kadaver.

Met mijn culturele activiteiten gaat het beroerd. Er zijn hier geen culturele activiteiten. De cultuur, c’est moi. En boeken om te lezen, ach, ik haal vaak alleen de eerste vijf bladzijden. Ik herlees veel ruggen van boeken. De laatste maand bied ik fanatiek mee op eBay, Amerikaanse boeken vooral. De dollar lijkt niets waard.

Ik weet niet of het aan de economische crisis ligt of aan mijn behendigheid en boekenkennis, maar ik heb veel te veel succes. Kopen heet bij eBay ‘winnen’. Ik win Amerikaanse kinderboeken uit de tijd van de burgeroorlog, ik win boeken over stoomlocomotieven, ik win boeken over goochelaars, ik win boeken over homoseksuelen op Capri. Ik koop ze allemaal, als het jasje erom maar mooi is.

Uren besteed ik vervolgens aan het invullen van formulieren om de bureaucratische douanebeambten hier zover te krijgen dat ze al die boeken de grens over tillen. Dan zet ik ze op de plank.

’t Is een bekend verschijnsel, koopaanvallen bij een depressie. Cultuur kun je het niet noemen.

’s Avonds ben ik dolgelukkig dat Eveline uit Connecticut me mailt met de mededeling dat ik een first class buyer ben en of ik haar alsjeblieft positieve feedback wil geven.

In slaap vallen met een intens gevoel van dankbaarheid omdat Eveline uit Connecticut je heeft gemaild, zeg nu zelf, is dat een leven?

eBay zoekt je op met scherpe klauwen en opgesperde kaken. Ik ben naar een eenzame plek verhuisd om aan de verleidingen te ontsnappen. Internetwinkels zijn naar me toe gekropen en hebben me omsingeld. Ik hoop dat het snel weer over is.

Tot zover mijn leescultuur. Ik kijk naar de plaatjes in Captain Fritz (Captain Fritz is een hond, ik win ook alle boeken met herinneringen, dagboeken en autobiografieën van honden), ik streel de rug van Longfellow, ik snuif even oude prairielucht op uit Farm Ballads, dat is het.

Voor de helft van het geld mag iemand de troep overnemen.

Van kijken komt verder weinig, behalve naar stomme dingen op de tv. Liefst stomme dingen. En nieuwsuitzendingen vanzelf, veel nieuwsuitzendingen, maar eigenlijk alleen omdat ik er als eerste bij wil zijn als de wereld ten onder gaat.

Verdomd, nu ik het er toch over heb. Kan er niet eens een eind komen aan het goede boek?

Zodra een beest loopt en voor zijn eigen kost kan zorgen laat de moeder het los. Ze herkent haar jong niet eens meer. Mensen blijven hun kinderen bedisselen. Dat noemen ze cultuur. Speelt het boek daar serieus een rol in?

Je als altijd euforische Gerrit