Valsspelers misschien, maar geen criminelen

Dopinggebruikers in de Tour de France worden door de politie afgevoerd.

Terwijl internationaal is afgesproken: laat de sport zélf straffen opleggen.

In 1989 kwam de Overeenkomst ter Bestrijding van Doping van de Raad van Europa tot stand. Het verdrag moest de beschikbaarheid van dopingproducten beperken en het gebruik ervan ontmoedigen. De verdragspartners waren vrij in de keuze van de in te zetten instrumenten om aan de verdragsverplichtingen te voldoen, variërend van wetgeving tot aan administratieve procedures.

In de meeste landen werd wetgeving tot stand gebracht die voornamelijk de illegale handel in dopingproducten strafbaar stelde. Italië, dat een lange geschiedenis op het gebied van dopingwetgeving achter zich had, liet echter in 2000 een wet het licht zien die verder ging dan alleen de aanpak van de illegale handel.

Op basis van die wet kon niet alleen personen die dopingproducten in hun bezit hadden, maar ook de dopinggebruikers zelf een gevangenisstraf van drie maanden tot drie jaar opgelegd worden. Daarbij werden zij bedreigd met een forse geldboete.

De dreiging van de Amerikaanse ijshockeyers niet naar de Winterspelen van Turijn (2006) te komen indien zij een gevangenisstraf riskeerden, noopte de voorzitter van het IOC ertoe naar Canossa te gaan om de Italiaanse overheid te bewegen de wet tijdens de Spelen buiten toepassing te verklaren. Maar de Italiaanse overheid was niet te vermurwen.

In mei 2003 had te Kopenhagen de tweede Wereld Anti-Doping Conferentie plaatsgevonden. Aan die conferentie namen vertegenwoordigers van tachtig regeringen en een groot aantal leidinggevende functionarissen uit de sportwereld deel.

Tijdens de conferentie werd de door het Wereld Anti-Doping Agentschap (WADA) opgestelde Wereld Anti-Doping Code aanvaard. De Code bevat regels voor sportorganisaties over de wijze waarop de controle van atleten moet plaatsvinden en over de tuchtrechtelijke procedure die volgt op een positief uitgevallen analyse van een dopingmonster.

In de Code zijn ook de sancties opgenomen die een positief bevonden atleet opgelegd kunnen worden. Overheden moeten anti-dopingorganisaties faciliteren en voorwaarden opstellen voor sportorganisaties. Maar aangezien WADA een privaatrechtelijke organisatie is, konden de overheden zich niet rechtstreeks aan de Code binden.

Dat veranderde in 2005, toen tijdens een Algemene Vergadering van de UNESCO unaniem de Internationale Conventie tegen Doping in de Sport werd aangenomen. Hierin zijn de overheidsverplichtingen geformaliseerd. Er is slechts één harde verplichting: er moeten maatregelen komen die de beschikbaarheid van dopingproducten terugdringen.

De teneur van het verdrag is dat in de eerste plaats de sport de verantwoordelijkheid heeft om het individuele dopinggebruik tegen te gaan. De overheid dient daarbij de sport te stimuleren en te ondersteunen. Daar staat tegenover dat landen die traditioneel een grote bemoeienis van de overheid in de sport hebben niet de mogelijkheid ontzegd wordt door middel van strafwetgeving het gebruik van doping te beteugelen.

Dat gebeurde dan ook in Frankrijk waar daags voor de start van de Ronde van Frankrijk een nieuwe anti-dopingwet van kracht werd. Evenals de Italiaanse biedt de Franse wet nu de mogelijkheid een op dopinggebruik betrapte sporter een gevangenisstraf en een geldboete op te leggen.

Deze wet verdient geen navolging. Een gevangenisstraf voor het overtreden van de dopingregels is buiten proporties en het criminaliseren van een sporter dient geen rechtvaardig maatschappelijk doel. Het UNESCO-verdrag heeft juist de afhandeling van individuele dopinggevallen aan de sport over willen laten.

De sancties die de georganiseerde sport een sporter kan opleggen, zijn in het leven van de sporter ingrijpend genoeg. Naast de verbanning uit de wedstrijdsport voor een bepaalde tijd, zal de sporter, indien hij beroepsmatig zijn sport bedrijft, per direct ontslagen worden en zijn eventuele sponsorcontracten zullen ontbonden worden. Bovendien zal hij door de media aan de schandpaal worden genageld.

De overheid heeft tot taak de aanvoerlijnen van de dopingproducten bloot te leggen en aan te pakken. Het strafrecht mag echter geen middel zijn om ethische doelen na te streven. Het opsporen en berechten van dopingzondaars moet bij uitsluiting de taak van de sport zijn.

Mr. Janwillem Soek is jurist en onderzoeker aan aan het ASSER International Sports Law Center in Den Haag. Hij schreef een proefschrift over de rechten van sporters in dopingzaken.

Lees het laatste nieuws over de Tour de France via de tourblog nrc.nl/tour08