Terug naar 1970

Vorige week nam Ellen Walraven stelling tegen het cultuurbeleid van minister Plasterk. Poetry International komt door dat beleid ook in gevaar, betoogt de directeur.

Op 16 september neemt minister Plasterk van OCW een besluit over de subsidiëring voor de komende vier jaar van de Nederlandse cultuursector. Naar goed gebruik heeft hij zich daarbij laten adviseren door de Raad van Cultuur. Deze Raad heeft voor de ‘basisinfrastructuur’ die de minister op het oog heeft in eerste instantie 26 miljoen euro meer gevraagd dan hij wil geven, waardoor een patstelling ontstond. De gebruikelijke discussie over geld en over kwaliteit heeft er weer een lastig dilemma bij gekregen: kost de door de minister gewenste ‘basisinfrastructuur’ meer geld dan hij bereid is ervoor uit te trekken of heeft de Raad voor Cultuur willens en wetens vanuit een denkbeeldige portemonnee zitten adviseren?

Om dit te doorbreken heeft de Raad voorgesteld om instellingen terug te laten vallen op het subsidieniveau van 2006. Dat zulke generieke lapmiddelen geen oplossing bieden in de overgang naar een basisinfrastructuur bewijst het voorbeeld van Poetry International, waar ik directeur van ben. Sterker nog: als de minister de gedachte overneemt om Poetry International terug te zetten naar het subsidieniveau van 2006, dan zal dat ernstige gevolgen hebben voor de activiteiten van Poetry International, zoals die zich in de afgelopen jaren hebben ontwikkeld.

Poetry International is door het ministerie van OCW aangewezen als een van de instellingen die behoren tot de basisinfrastructuur. De keuze viel op Poetry International wegens het belang van het jaarlijkse festival, de succesvolle internationale website www.poetryinternational.org en het rijke archief. Deze rol moet de organisatie in de komende jaar intensiveren. Hiertoe dient de organisatie de inmiddels onlosmakelijk aan het jaarlijkse festival verbonden internationale website verder te ontwikkelen en het omvangrijke archief van veertig jaar Poetry International Festival te ontsluiten voor een breed nationaal en internationaal publiek.

Dit wordt bevestigd in het eerste advies van de Raad van Cultuur, die Poetry International wegens het festival en de internationale website onomwonden een plek in de basisinfrastructuur wil geven, de kwaliteit en de nationale en internationale positie van beide roemt en het grote belang van de ontsluiting van het archief benadrukt. De organisatie is verder, zo vermeldt de Raad, ‘stabiel, sterk zelfreflectief en waakt over haar hoge kwaliteit’.

Die rol als nationaal en internationaal platform en kenniscentrum strookt volledig met de eigen ambities van Poetry International, maar helaas kampt de organisatie al jaren met een beperkte structurele financiering, die door eenmalige subsidies en incidentele sponsorbijdragen ternauwernood kon worden opgevuld. In de afgelopen jaren is Poetry International in staat geweest de eindjes met veel moeite aan elkaar te knopen: door gebruik te maken van eenmalige subsidies en incidentele sponsorbijdragen (soms zelfs na een ‘bedelactie’), maar de inspanningen die daarvoor moesten worden verricht werden steeds groter en de opbrengsten elk jaar onzekerder. De opbrengsten uit entreegelden zijn weliswaar over de jaren constant, maar voor een poëziefestival per definitie te gering om betekenisvol te zijn. De structurele subsidies (niveau 2004-2008) van het Rijk (327.754 euro), de Gemeente Rotterdam (199.000 euro) en de overige inkomsten van Poetry International zijn bij elkaar niet voldoende om het jaarlijks festival, de internationale website en de jaarlijkse Gedichtendag te organiseren. Om de zo geroemde kwaliteit van deze activiteiten overeind te houden, is daarom in de afgelopen jaren al waar mogelijk bezuinigd. Of, zoals de Raad van Cultuur het in haar advies formuleert: ‘De organisatie heeft de afgelopen periode met beperkte middelen veel weten te realiseren’.

De internationale website www.poetry.nl, die nooit structureel van overheidswege is ondersteund, kon bijvoorbeeld alleen dankzij bijzondere inzet van de redacteuren in de deelnemende landen, een incidentele subsidie van de Europese Unie, eenmalige bijdragen van fondsen en eigen, onvoorziene investeringen van Poetry International in de lucht worden gehouden. Die potjes zijn nu afgegraasd. Vandaar dat het de hoogste tijd wordt voor een structurele subsidie.

De werkzaamheden rond de inventarisatie en digitalisering van het rijke Poetry-archief moesten wegens ontoereikende middelen helaas tot een basisniveau worden teruggebracht. Dit archief, met onder andere 300.000 gedichten van 3000 internationale dichters, een veelvoud aan vertalingen en evenzoveel geluids- en beeldopnamen, wacht al jaren in kelders op ontsluiting. Ook daar is nu structureel geld voor nodig.

Vanuit die marginale achtergrond betekende het aanvankelijke subsidieadvies van de Raad voor Cultuur voor 2009-2012 (een advies van 509.000 euro, 178.180 euro meer dan het subsidieniveau 2004-2008) een welkome erkenning van het belang van wat door Poetry International tot stand is en wordt gebracht en een structureel perspectief voor de toekomst. Maar noodgedwongen terugvallen naar het niveau van 2006 betekent hoogstwaarschijnlijk het opheffen van de internationale website en het afzien van de ontsluiting van het archief, aangezien deze activiteiten niet binnen de subsidie van 2006 vielen.

Wat dan zou resten, is een festival dat uit niet veel meer bestaat dan gedichten voorlezen vanaf een Rotterdams podium. Bij de allereerste aflevering van het festival, in 1970, was dat misschien een stap voorwaarts, veertig jaar later zou het een dramatische terugval zijn. Met het ‘historisch budget’ van 2006 is gezien de allerwegen gestegen kosten louter een festival in de uitvoering van de jaren 70 te betalen.

De minister suggereert in een reactie in NRC Handelsblad van 20 juni dat ook op het subsidieniveau van 2006 zijn basisinfrastructuur nog wel overeind blijft. In diezelfde krant geeft de voorzitter van de Raad aan dat „instellingen die zich artistiek hebben ontwikkeld met deze keuze niet gestraft, maar gedupeerd worden”. De werkelijkheid is in elk geval voor Poetry International een stuk grimmiger. Op het structurele subsidieniveau van 2006 (dat wil zeggen zonder de internationale website en een bedrag dat overeenkomt met 24 procent van het totale exploitatiebudget in 2008) kan een rol in de basisinfrastructuur, met alle taken die daar volgens de minister bij horen (zoals excellentie, e-cultuur, internationalisering en cultuurparticipatie) door Poetry International onmogelijk naar behoren worden vervuld. Gezien het uiterst positieve advies van de Raad en de ambitie van de minister om instellingen als Poetry International invulling te laten geven aan zijn wensen op het gebied van nationale en internationale ‘excellentie, innovatie en participatie’ is dat een zorgelijke constatering.

De kaalslag die ‘terug naar het niveau van 2006’ betekent, is een volledige ontkenning van de ontwikkeling van Poetry International en zet de organisatie en het festival dertig jaar terug in de tijd. Ondanks het feit dat geen enkele partij dat voor ogen had, is de kans groot dat dit het uiterst sombere resultaat is.

Bas Kwakman is directeur van de Stichting Poetry International in Rotterdam.