Stoere mannen in actie, zonder vijand

Het Legermuseum toont werk van ‘combatfotograaf’ Arief Rorimpandey, die in dienst van Defensie de dagelijkse bezigheden volgde van een infanterie-bataljon in Uruzgan.

Uruzgan. Een Nederlandse militair staat verscholen achter een boom. Hij kijkt waakzaam. Op de achtergrond voeren andere militairen een gesprek met de lokale bevolking. Deze foto hangt in het Legermuseum in Delft, waar sinds vorige maand de foto-expositie Uruzgan: Een dag op scherp is geopend. Het beeld heeft een duidelijke boodschap: alles onder controle, het loopt op rolletjes hier in Afghanistan.

De heldhaftige foto staat in schril contrast met de beelden die aan het begin van de expositie worden getoond. Twee soldaten zitten naast elkaar op de wc, de broek over de knieën, beide deuren wijd open. Ze grijnzen richting camera. Het bijschrift bij de foto luidt: „Behoefte doen gaat volgens voorschrift: eerst de blaas legen, dan plaatsnemen op de poepton. Reden: urine vertraagt het verbranden van de ontlasting.” Een andere foto toont een militair die met een stok uitwerpselen in een ton verbrand. Het bijschrift stelt: „Roeren met een ijzeren staaf voorkomt klontering.”

De beelden voor Uruzgan: Een dag op scherp werden begin dit jaar op verzoek van het Legermuseum gemaakt door ‘combatfotograaf’ Arief Rorimpandey (27). Deze fotograaf, in dienst van de Audiovisuele Dienst Defensie (AVDD) en zelf ook militair, legde samen met ‘combatreporter’ (verslaggever in dienst van Defensie) Martijn Bronkhorst tussen januari en maart de dagelijkse bezigheden vast van het 44ste Pantserinfanteriebataljon, gestationeerd in de buurt van Tarin Kowt.

„Met deze expositie willen we niet alleen de spanning maar juist ook de ontspanning laten zien van Nederlandse militairen op missie”, zegt Jos Hilkhuijsen, conservator bij het Legermuseum. Hilkhuijsen maakte een selectie van zestig foto’s die, volgens de begeleidende tekst, „een realistisch beeld geven van het werk van de militairen op missie in Uruzgan”. Soldaten die op laptops computerspelletjes spelen. Een soldaat op patrouille, ontspannend met een sigaret. „Wat mij vooral interesseert, is de mens achter de soldaat”, zegt Hilkhuijsen.

Opvallend is dat die menselijke kant toch maar in beperkte mate wordt getoond. Er zijn voornamelijk foto’s en filmopnames gemaakt van de infanterie op patrouille. Je ziet de militairen in de hitte zwoegen door het dorre Afghaanse landschap of een praatje maken met de lokale bevolking. Het zijn saaie, degelijke beelden. Op hun gezichten is geen angst, zelfs geen zweetdruppel te bespeuren. De oorlog is ver te zoeken: stoere mannen in actie, dat is wat je ziet, maar zonder vijand.

Alleen op het eind van de expositie hangt een aantal persoonlijke portretten, van soldaten die amuletten tonen. Een klavertje vier, een gelukssteen. Ook is er een foto van soldaat der eerste klasse Erik die de binnenkant van zijn arm toont waarop de datum is getatoeëerd van Tim Hoogland, de 20-jarige soldaat die in september vorig jaar omkwam bij gevechtshandelingen. „Ik wilde weten wat mensen helpt om deze moeilijke missie door te komen, daarom heb ik de militairen gevraagd om iets persoonlijks te laten zien”, zegt Rorimpandey. „Er verschijnen veel foto’s van Uruzgan in de media, maar een beeld van de kwetsbare militair wordt weinig getoond.”

Rorimpandey mocht, samen met Bronkhorst, voor de expositie zelf een selectie maken van zijn foto’s. Van de zeventig beelden die hij aanleverde, werden er zestig door Defensie uitgekozen. „Het is aan het ministerie om te bepalen wat ze met mijn beelden doen. Mijn werk gaat niet om mij, het gaat om de mannen.”

In zijn functie maakte hij meer foto’s die niet aan het publiek worden getoond. „Ik heb hele emotionele beelden gemaakt. Mijn mooiste foto is van een militair die met een betraand gezicht de eregroet brengt tijdens de herdenkingsbijeenkomst van Dennis van Uhm en Marc Schouwink. Die foto is nooit in de media gekomen maar wel in een herdenkingsboek voor de familie geplaatst.”

Ook zijn er beelden die Rorimpandey, in de periode dat hij in Uruzgan verbleef, niet heeft kunnen maken. „Ik heb wel vuurcontact meegemaakt. Maar ik moest van mijn commandant dekking zoeken, dus ik heb daar geen beelden van.”

Vindt de combatfotograaf dat hij, ondanks het feit dat de AVDD het beeldmateriaal bekijkt en selecteert, een ‘objectief’ en ‘realistisch’ beeld heeft kunnen schetsen van zijn periode in Uruzgan? „Wat je ziet, is zoals het daar is”, zegt Rorimpandey. „Ik heb geen foto’s van verdrietige of angstige militairen omdat ik ze ook niet heb gezien. En ik ben niet zo iemand die zegt: kijk eens treurig. Ik maak geen geënsceneerde foto’s.”

Volgens Hilkhuijsen schetsen de geselecteerde foto’s ook bewust een rustig beeld van de situatie in Uruzgan. „Het is een oorlogssituatie; je kunt niet veel meer laten zien dan dit. Defensie heeft vast ook foto’s van slachtoffers van bermbommen. Om een objectief beeld van de oorlog te kunnen geven, zou ik die beelden wel in de collectie willen opnemen. Maar dat kan pas over een aantal jaar, dat is nu te schokkend voor de nabestaanden.”

Rorimpandey vindt dat er rekening moet worden gehouden met het publiek dat naar de expositie komt. „Het legermuseum is voor jong tot oud, er komen veel scholieren. Gruwelijke beelden schrikken alleen maar af, dan wil nooit iemand het leger in.”

Het Legermuseum presenteert jaarlijks, in samenwerking met Defensie, een fotoreportage over een missie. „Wij willen de geschiedenis van de soldaat in oorlogsgebied vastleggen”, zegt Hilkhuijsen. „Dat doen we door films, egodocumenten en foto’s te verzamelen. Zo proberen we een gemiddeld beeld te scheppen van de soldatenervaringen terplekke. Daarin speelt rust en verveling een grote rol. Er sneuvelen niet dagelijks soldaten.”

Het is volgens Hilkhuijsen de taak van de journalistiek om de feiten over Uruzgan te verslaan. „De media houdt de actuele situatie bij, wij doen aan geschiedschrijving. Maar we moeten natuurlijk niet alleen het verhaal vertellen vanuit de krijgsmacht, maar ook hoe er tegen de krijgsmacht wordt aangekeken. Daarom werken we soms ook samen met journalisten en kunstenaars.”

In 2001 gaf het Legermuseum fotojournalist Martin Roemers de opdracht portretten te maken van soldaten op de Balkan. „Maar omdat de Nederlandse missie in Uruzgan pas in 2006 is begonnen, is het niet eenvoudig er nu al een onafhankelijk journalist heen te sturen. En het is ook kostbaar.”

In januari ontstond in de media discussie toen een serie foto’s van Nederlandse soldaten in Uruzgan was genomineerd voor de Zilveren Camera. De foto’s bleken gemaakt door Sjoerd Hilckmann, werkzaam bij de Audiovisuele Dienst van Defensie. Uiteindelijk won hij de derde prijs in de categorie ‘buitenland documentair’. Die beslissing kreeg kritiek van een aantal gerenommeerde fotojournalisten. Hilckmann zou zijn opnamen niet als onafhankelijk persfotograaf hebben gemaakt en daarom geen recht hebben op de nominatie. Rorimpandey is het daar niet mee eens. „Er bestaat niet zoiets als objectiviteit in de fotografie. Stel dat je als fotograaf embedded meegaat naar Uruzgan en foto’s maakt van iemand die dodelijk wordt getroffen. Dan is het de vraag of je die foto’s mag publiceren; ook dan zit defensie er vanwege operationele veiligheid tussen. In dat opzicht is er maar weinig verschil tussen mij en een embedded fotograaf.”

‘Uruzgan: Een dag op scherp’ is t/m 4-1-2009 in het Legermuseum. Inl.: www.legermuseum.nl