‘Spektakelmode’ met wolkjes ijzergaas

Dit weekeinde presenteren modeontwerpers hun nieuwe collectie tijdens de catwalkshows van de AIFW.

Een kijkje in het atelier van ontwerpster Iris van Herpen.

Het is vrijdag 11 juli. Verspreid door het atelier van Iris van Herpen zwerven talloze wolkjes ijzergaas. Ze liggen klaar voor verwerking in nieuwe opvallende creaties. In een vorige collectie maakte Van Herpen (1984) sculpturale kragen van metalen parapluframes.

Met haar kunstzinnige stijl, die behoorlijk uit de toon valt in het Nederlandse modelandschap, brak de jonge ontwerpster meteen door na haar afstuderen in 2006 aan de ArtEZ Hogeschool voor Kunsten in Arnhem. Reacties vanuit de modescene varieerden: van ‘geweldig’, tot ietwat neerbuigend ‘spektakelmode’. „In Nederland zijn mensen niks gewend en vinden ze al snel iets een spektakel”, reageert Van Herpen met een luide lach. Mode is voor haar meer dan wat mensen op straat dragen. „Het mooie van mode is dat het zo breed is. Ik voel me aangetrokken tot showmode en het zoeken naar grenzen.”

De Brabantse voelt zich verwant met de om hun excentrieke stijl bekend staande Britse ontwerpers als de theatrale Alexander McQueen, bij wie ze stage liep. Van hem leerde ze dat het niet interessant is om enkel spetterende kledingstukken te showen. „Er moet opbouw en variatie in een show zitten, rustpunten horen erbij.” Draagbare, rustige ontwerpen maakt ze dus ook, zoals in haar nieuwste collectie elegant gedrapeerde jurkjes van duizenden dansende draadjes.

Vanavond showt Iris van Herpen tijdens de Amsterdam International Fashion Week (AIFW) haar derde collectie voor zomer 2009. Van stress had ze twee weken geleden in haar atelier nog geen last. „Zo’n deadline geeft me juist energie.” Maar ontsnapte daar niet toch een zuchtje bij de aanblik van al die schoenen waar ze nog knotjes gedraaid garen op moet plakken? Om alles af te krijgen zou ze wel wat extra stagiaires kunnen gebruiken naast de twee die haar bijstaan. Zo zijn er eigenlijk wel meer dingetjes die spanning opleveren, maar die liggen nog ver weg. Zoals de choreografie die voor het eerst in haar show een rol speelt, maar bovenal het lichtplan, volgens Van Herpen het spannendste (en duurste), en essentieel voor de hele show.

Het lichtspel moet haar organische wolkenjurken van grijs ijzergaas tot leven brengen. Het is dat de zon deze dag alweer niet schijnt, maar anders zou Van Herpen het beoogde effect graag tonen in de woeste tuin van haar Arnhemse anti-kraak werkruimte.

Van Herpen werkt altijd vanuit het materiaal. Het gaasidee speelde al weken door haar hoofd. Om het juiste gaas te vinden toog ze naar allerlei groothandels, ze vond eerst grof gaas, experimenteerde ermee en keurde bijna alles af. Van de fijnste soort, die ze pas kort geleden vond, kocht ze meteen maar honderd meter. Bij aanraking schuift het weefsel alle kanten op. En dan begint het geploeter. „Het ontwikkelen van een collectie is een traag proces, als iets tegenvalt, laat ik het een tijdje links liggen en ga later weer verder.”

Twee weken voor de show moeten er in elk geval nog vijf, zeer arbeidsintensieve outfits gemaakt worden van het flexibele gaas. De uitvoering ervan slurpt tijd. „Nee, daar baal ik helemaal niet van, ik ben het gewend en het wordt altijd speciaal.”

Van Herpen is gewend te werken als een bezetene. Je bent gek, zei een klasgenoot toen ze een dag na haar afstuderen alweer begon met een nieuwe collectie. „Het zit in me en het moet eruit”, zegt Van Herpen, die het liefst ook slaapt tussen haar werk. „Ik wil mijn werk altijd kunnen zien.” Voor de eerste collectie na haar afstuderen organiseerde ze zelf een modeshow. „Ik vind het heerlijk om zo een eigen wereld te creëren.” Een show heeft ook een praktische reden. „Zonder deadline zou ik drie jaar aan een collectie werken, want iets is nooit af, dit keer ook niet.”

Ah, de zon breekt door. Van Herpen grist een gerimpeld gaasdeel, en snelt naar buiten. Zonnestralen doen hun werk en toveren het doffe grijze materiaal om tot magisch schouwspel.