Speerpunt Afghanistan is ook een risico

Barack Obama heeft zijn eigen ‘centrale front’ in de strijd tegen het terrorisme gekozen. George W. Bush wees Irak aan als zíjn centrale front in the war on terror. Obama kiest voor Afghanistan. Hij spreekt van battle waar Bush van war sprak. In een vraaggesprek met CBS News zei hij over Afghanistan: „and I believe this has to be the central focus, the central front, in the battle against terrorism”. Op bezoek in Kabul noemde hij de situatie ‘hachelijk en urgent’.

Het is niet zeker of de woordkeus van de Democratische presidentskandidaat een diepere betekenis heeft. Bush ziet zichzelf als oorlogspresident en heeft aan die status bijzondere privileges ontleend, zoals de bevoegdheid mensen zonder vorm van proces voor jaren op te sluiten en een groot aantal personen wederrechtelijk af te luisteren. Nu Obama Afghanistan heeft uitgeroepen tot frontgebied rijst de vraag of hij daaruit eveneens bijzondere presidentiële voorrechten zal willen ontlenen.

Hoe dan ook, Obama’s keus voor escalatie van het conflict in Afghanistan zal vérstrekkende gevolgen hebben voor Amerika’s NAVO-bondgenoten. De surge die Obama in Afghanistan voorziet, zal voor een belangrijk deel door Europese landen moeten worden waargemaakt. Dat past in zijn voorkeur voor een multilaterale aanpak van problemen – zoals hij gisteren in een rede in Berlijn onderstreepte. Obama verwijt Bush dat deze door de invasie van Irak Afghanistan heeft verwaarloosd en de Amerikaanse strijdkrachten in een uitzichtloos conflict heeft afgemat. Ingrijpende vermindering van de troepensterkte in Irak zal het reservoir moeten opleveren waaruit ten behoeve van Afghanistan kan worden geput.

Waarschijnlijk maakt deze opstelling van Obama als strategie voor de verovering van het Witte Huis een goede kans op succes. Zijn kritiek op de Amerikaanse oorlogvoering in Irak en zijn verzet van meet af aan tegen de invasie in dat land zijn belangrijke ingrediënten gebleken van zijn tot dusver geslaagde verkiezingscampagne. Maar anders dan in Europa valt de verwerping van de Amerikaanse avonturen in Irak in de VS niet naadloos samen met afkeer van de strijd in Afghanistan. Het uitgangspunt van die strijd – afstraffing van de voor nine eleven verantwoordelijken – wordt door Amerikanen nog altijd gezien als voldoende legitimatie voor de gewapende interventie in dat land. Gelijktijdig het veld ruimen in Irak en Afghanistan zou op onbegrip stuiten.

Juist ook de afkeer in Europa van de strijd tegen de Talibaan zal het Europese leiders niet eenvoudig maken aan Obama’s wensen te voldoen. De aandacht zal zich vooral concentreren op Duitsland, juist omdat van het begin af het Duitse aandeel aan de NAVO-troepenmacht aan strenge voorwaarden is gebonden. De Duitse regering en volksvertegenwoordiging zien dat aandeel als behorend tot de ‘opbouwmissie’ waartoe de NAVO zichzelf had opgeroepen. Die opbouw was voorzien nadat de Talibaan een verpletterende slag was toegebracht en het ‘winnen van de harten en geesten’ van de bevolking een geloofwaardig doel heette te zijn. Intussen zijn de godkrijgers weer in groeiende aantallen actief in grote delen van Afghanistan en heeft de NAVO-aanwezigheid het karakter van een ‘vechtmissie’ gekregen.

Achter de toenemende activiteit van de Talibaan gaat een groter probleem schuil. Dat probleem heet Pakistan. Het grensgebied tussen Afghanistan en Pakistan heeft zich ontwikkeld tot een vrijhaven waar strijders op verhaal kunnen komen, maar, belangrijker nog, waar volop nieuwe, religieus geïnspireerde, krachten kunnen worden geworven voor de strijd tegen de goddeloze vreemdelingen en hun lakeien (zoals de tegenstanders worden gedoodverfd). De Pakistaanse strijdkrachten blijken al jarenlang niet bij machte de onbestuurbare grensgebieden onder controle te krijgen, voorzover de generaals dat al zouden wensen. De terugkeer onder Amerikaanse aanmoediging van Benazir Bhutto naar haar land eerder dit jaar, haar gewelddadige dood en de daarop volgende verkiezingen die haar partij regeringsverantwoordelijkheid brachten, hebben averechts gewerkt. De democratisering van het landsbestuur heeft een vacuüm geschapen waarvan de fundamentalisten gretig gebruik maken.

De Pakistaanse dimensie in het conflict in Afghanistan is meer op de voorgrond gekomen sinds de terugkeer van de Talibaan op de slagvelden. In zekere zin is dat winst, omdat belangrijke factoren die de gewapende strijd op gang houden zich scherper aftekenen en niet langer kunnen worden genegeerd. Het conflict in Afghanistan wordt in NAVO-landen gepropageerd als een strijd van good guys tegen bad guys. En het goede overwint. In werkelijkheid gaat het om een worsteling om invloedsferen tussen de verschillende buurlanden in een gebied waar stammentegenstellingen historisch door de buren zijn uitgebuit – en in het koloniale tijdperk ook door landen die niet bepaald als buren konden worden gekwalificeerd.

De problemen in Afghanistan en, in het verlengde daarvan, die in Pakistan zullen niet gewapenderhand tot een oplossing worden gebracht. Met het zenden van meer troepen wordt voorbijgegaan aan wat de werkelijke aard en oorzaak zijn van het vele krijgsgeweld dat sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw deze beide landen opnieuw heeft geteisterd. Dat Pakistan tot een failed state is verworden, heeft niet kunnen voorkomen dat het nu in het bezit is van de Bom.

Dat maakt de toestand nog angstaanjagender. Obama heeft in zijn uitlatingen over Irak en Afghanistan niet verder kunnen gaan dan hij heeft gedaan. Dat lijkt tenminste aannemelijk. Maar als president zal hij zijn voornemens nog eens moeten overdenken. Hij weet immers wat een uitzichtloze oorlog aanricht.

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.

Reageren kan op nrc.nl/sampiemon (Reacties worden openbaar na goedkeuring door de redactie.)