Simon Vinkenoog is vooral heel veel

Roem is iets vreemds. Weinig Nederlanders weten niet dat Simon Vinkenoog een belangrijke dichter is. Toch zijn er maar heel weinigen die Vinkenoogs laatste dichtbundel Zonneklaar, in 2006 verschenen bij de Groningse uitgeverij Passage, zelfs maar hebben ingezien.

Daarvoor is ook niet zo heel veel aanleiding, even louter naar de poëzie gerekend. Ergens in de bundel is sprake van „het boek dat alle grenzen weet te overschrijden”. Het probleem met Vinkenoogs huidige poëzie is daarmee samengevat: de dichter, ooit een interessant avant-gardist in de jaren vijftig en zestig, heeft inmiddels het overschrijden, omarmen, liefhebben en andere bewustzijnsverruimende activiteiten zozeer in het hart gesloten, dat de brave lezer verweesd dreigt achter te blijven.

Toch is Simon Vinkenoog in het Nederlandse culturele leven een belangrijke figuur. De zaal puilde uit, toen hij vorige week in de Openbare Bibliotheek Amsterdam zijn 80ste verjaardag vierde – er moest zelfs in een belendend zaaltje een videoscherm worden opgesteld om, toen ook de trappen van het bibliotheektheater volop waren bezet, opstootjes van teleurgestelde fans te voorkomen.

Wie Vinkenoog zegt, zegt veel. Het Verzameld werk (dus niet ‘Volledig’) dat later dit jaar bij Nijgh & van Ditmar verschijnt, dreigt maar liefst 1200 pagina's te behelzen, onthult Vinkenoog op zijn lezenswaardige, onstuimige website, simonvinkenoog.nl.

Eenzelfde tomeloosheid legt hij bij het bewaren aan de dag. Zijn omvangrijke archieven zijn, uit ruimtegebrek thuis, inmiddels op meerdere plaatsen in de stad terecht gekomen. Een paar jaar geleden schonk hij een klein deel ervan – documentatie inzake kruidenvrouwtjes, goeroes, boomconversanten en andere esoterica waarover de auteur jarenlang een opgetogen column schreef in het zweversblad Bres – aan het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Alleen die verzameling is, volgens de IISG-catalogus, al 60,1 meter lang.

Vinkenoog is heel veel tegelijk: een mysticus, Hollands voornaamste beat poet uit de jaren vijftig en lang daarna, een kenner van de Nederlandse letterkunde, initiator en inspirator van veel jongere dichters, een ontzettend aardige man, een enthousiast Amsterdammer (zie de chaotische bundel AM*DAM Madmaster, bij zijn 80ste verjaardag bij Passage verschenen).

Maar bovenal is hij toch een ogenschijnlijk immer positief gestemde persoonlijkheid, die zich ten doel stelt anderen deelgenoot te maken van zijn enthousiasme voor van alles, en het daarvoor moet hebben van direct contact – stem, zicht. Daarom geeft de cd Ritmebox, waarop Spinvis geluidsopnamen van Vinkenoog uit verschillende decennia met muziek heeft geremixt tot een prachtig geheel, ook een veel beter idee van zijn kunstenaarschap dan welke gedrukte bundel dan ook.

Dus als Petrus mij ooit aan de hemelpoort de vraag zou stellen: welke wat oudere minor poets van betekenis heb jij ontmoet tijdens je leven in Amsterdam, dan antwoord ik niet Louis Lehmann of Leo van der Zalm – ofschoon die betere poëzie hebben geschreven. Zonder aarzelen zeg ik: Simon Vinkenoog! En zeker weten dat ik dan naar binnen mag.