Rusland is gewond en dus gevaarlijk

Piet de Moor: Grimmig heden. Een polyfonie. Van Gennep, 365 blz., €22,50

De Vlaamse publicist en Oost-Europakenner Piet de Moor heeft in zijn dagboek Grimmig heden. Een polyfonie over het jaar 2005. een windroos als uitgangspunt genomen voor zijn leven. Een leven dat hem van zijn Gentse geboortegrond naar Berlijn, Moskou en alle Oost-Europese hoofdsteden heeft gevoerd. Die windroos is de wereldwijzer die zijn gedachten vormt, en die zijn rijk, zoals uit Grimmig heden blijkt.

De Moor deed drie jaar geleden van zich spreken met zijn boek Schemerland. Stemmen uit Midden-Europa. Een indrukwekkend verslag van zijn reizen door Midden-Europa, van zijn ontmoetingen met schrijvers als György Konrád, Ismaïl Kadare en Imre Kertesz en zijn leeservaringen met het werk van Joseph Roth, Robert Walser, Elias Canetti, Arthur Schnitzler en Franz Kafka. In Grimmig heden zijn die groten uit de wereldliteratuur ook aanwezig, al krijgen ze nu gezelschap van Miguel de Cervantes, Stendhal, Diderot en Michel de Montaigne. Het resultaat is een intellectueel dagboek waaruit De Moors obsessie spreekt voor de vroegere dictaturen in Duitsland, Oost-Europa en Rusland. Die obsessie heeft veel te maken met zijn jeugd en vooral met zijn autoritaire vader en de katholieke kerk. De laatste evenaart voor De Moor het nationaal-socialisme in onderdrukkend vermogen. De aartsconservatieve paus Benedictus XVI krijgt er vaak van langs en heet naar het gedicht Todesfuge van Paul Celan de ‘Meister aus Deutschland’.

De Moors aforismen en dagelijkse beslommeringen vormen aangename intermezzo’s voor zijn serieuzere dagboekaantekeningen, zoals die over ouderdom en dood. De auteur laat zich vaak kennen als een tragikomische tobber, die het behalve met zijn vader ook moeilijk heeft met vrouwen. Een hoogtepunt vormen zijn wanhopige pogingen om een paar Kewlox-boekenkasten te monteren.

Het indrukwekkendst zijn De Moors opmerkingen over politieke macht. Zoals over Napoleons problemen met zijn legitimiteit. Zo haalt hij de Franse dictator aan met: ‘Jullie heersers, die op een troon geboren zijn, mogen twintig maal verslagen worden, maar jullie kunnen hoe dan ook altijd weer naar jullie residenties terugkeren. Maar ik, zoon van het geluk, kan dat niet! Mijn heerschappij overleeft de dag niet waarop ik ophoud sterk en bijgevolg gevreesd te zijn.’ En dan koppelt De Moor die uitspraak aan het lot van moderne dictaturen, en dat geeft verhelderende inzichten in huidige autoritaire regimes.

Voor het Rusland van Poetin heeft De Moor geen goed woord over. ‘Rusland is gevaarlijk: een gewond dier. Nog altijd even sinister en leugenachtig als voorheen, maar nu ook mateloos rancuneus en gefrustreerd. [...] Rusland wil niet met zijn verleden in het reine komen omdat het zo’n onderzoek als een vernedering ervaart. Dat verleden is een bodemloos moeras. Poetins Rusland is verkrampt, zonder mededogen, harteloos’. Hij haalt in die context de conservatieve filosoof Vasili Rozanov (1856-1919) aan, die schrijft: ‘In Rusland komt alle eigendom voort uit, ‘‘gebedeld’’, of ‘‘cadeau gekregen’’, of ‘‘gestolen’’. Eigendom uit werk komt zelden voor. En daarom is eigendom in Rusland niet bestendig en bestaat er weinig respect voor.’

Het mooiste aan Grimmig heden is dat De Moor onbekend geraakte schrijvers uit de wereldliteratuur opdiept. Zoals de Duitse Irmgard Keun die, na haar roem in de jaren dertig, 50 jaar later door iedereen vergeten overleed. En die zou je graag eens willen lezen.