Rintje Staart

'Wat ben jij aan het doen?” vraagt Rintje aan Tobias.

Tobias heeft een oor tegen de grond gedrukt en zijn voorpoten heeft hij plat voor zich uit gestrekt. Maar zijn achterkant steekt omhoog en zijn staart staat kaarsrecht in de lucht.

“Ssssssst, niet praten,” zegt Tobias, “anders vang ik de signalen niet goed op!”

“Signalen?” vraagt Rintje. “Wat bedoel je?”

“Mijn staart is een soort radiomast, daardoor kan ik allerlei dingen in de verte horen aankomen!”

“Laat me niet lachen!’ zegt Rintje. ‘Dat bestaat niet!”

“Als je stil bent zal ik je laten zien dat het waar is!’ zegt Tobias.

Tobias sluit z’n ogen en na een tijdje zegt hij: “Een fiets, ja, er komt een fiets aan!”

Rintje kijkt om zich heen maar ziet niets. Totdat er opeens een fiets om de hoek komt.

“Toeval!’ zegt Rintje.

Tobias legt zijn oor weer op de grond. “De bus!’ zegt hij. En even later komt er inderdaad een grote bus voorbij. Zo voorspelt Tobias ook een vrachtwagen, een brommer en vier rennende honden.

“Ik heb ook een antenne,” zegt Rintje. Hij steekt zijn neus in de lucht. “Mama komt er aan!”

En jawel, daar komt mama aanlopen met een paar verse koekbotjes.

“Dat is geen antenne,’ zegt Tobias. “Zoiets heet een scherpe neus!”