Optiver beticht van druk oliekoers

De Amerikaanse toezichthouder CFTC heeft een aanklacht ingediend tegen het Nederlandse financiële handelshuis Optiver Holding.

Optiver zou volgens de Commodity Futures Trading Commission, die toeziet op de grondstoffenhandel, negentien keer hebben geprobeerd de koersen van olie te manipuleren. Dat zou in vijf gevallen gelukt zijn, waarmee Optiver in totaal 1 miljoen dollar (637.000 euro) verdiend zou hebben.

De CFTC beschuldigt Optiver Holding, twee dochterbedrijven en drie hooggeplaatste medewerkers van marktmanipulatie en vraagt de rechtbank in New York hun boetes op te leggen en de toegang tot de beurs te ontzeggen. Op de website cftc.gov staan geluidsfragmenten van telefoongesprekken van Optiverhandelaren waaruit het misbruik zou blijken.

De koersbeïnvloeding vond plaats in maart 2007 en betrof zowel het omlaag als omhoog manipuleren van de prijs van lichte ruwe olie, stookolie en benzine op de grondstoffenbeurs New York Mercantile Exchange.

De aanklacht tegen Optiver komt een paar dagen voordat de Senaat in Amerika moet stemmen over een wet die de CFTC de mogelijkheid geeft om grenzen te stellen aan speculatie met olieprijzen.

Een woordvoerder van Optiver bevestigt de rechtszaak, maar wil niet inhoudelijk reageren: „We nemen dit zeer serieus en zullen met zorg en aandacht meewerken.”

Optiver zou de koersen gemanipuleerd hebben door middel van banging, het innemen van grote posities in termijncontracten en ze op of vlak voor het sluiten van de beurs in tegengestelde richting verhandelen. Zo probeerde Optiver „op ongepaste wijze de prijs van termijncontracten te beïnvloeden”, aldus de aanklacht. Optiver Holding, een van de grootste derivatenhandelaren in Europa, valt onder het toezicht van de Autoriteit Financiële Markten. Optiver zou het Amerikaanse onderzoek in elk geval aan de AFM moeten melden. Die geeft geen commentaar.

Beluister de telefoongesprekken van Optiver-handelaren via nrc.nl/economie