Nina Brink vangt bot bij miljoenenclaim

Zakenvrouw Nina Brink heeft geen recht op een schadevergoeding van 43 miljoen dollar (27,7 miljoen euro) die zij had geëist van bouwmagnaat Dik Wessels, een van de vroege investeerders in haar voormalige internetbedrijf Worldonline. Dat heeft de rechtbank Rotterdam deze week bepaald in een al vijf jaar lopende rechtszaak.

Nina Brink eiste de schadevergoeding, omdat zij vond dat een winstdelingsovereenkomst rond de beursgang van Worldonline in maart 2000 ten onrechte niet is nagekomen.

Drie maanden voor die beursgang had oprichtster Nina Brink een deel van haar aandelen verkocht aan de Twentse bouwondernemer Wessels, voor 6 dollar per stuk. Partijen spraken af dat de winst die hij op deze aandelen zou maken bij een toekomstige beursgang, voor de helft zou terugbetalen aan Brink.

Kort voor de beursgang ontdekte Brink dat deze overeenkomst niet aan beleggers was meegedeeld. Hierop zag zij, op aanraden van haar adviseurs, af van de winstdelingsregeling. Anders had zij het prospectus moeten aanpassen, waardoor de beursgang zou worden uitgesteld.

Worldonline ging op 17 maart 2000 voor 43 euro per aandeel naar de beurs. Wessels verdiende in totaal bijna 600 miljoen euro bij die beursgang – hij bezat als particuliere investeerder al jaren veel meer aandelen in Worldonline. Op de aandelenpluk die hij in december 1999 van Brink had gekocht maakte hij ongeveer 90 miljoen euro winst.

Veel later kwam Brink erachter dat ze die transactie ook had kunnen herberekenen, waarin zij de misgelopen winst had kunnen verdisconteren. Met een beroep op onder meer dwaling verweet Brink Wessels misbruik van de situatie te hebben gemaakt. Ook deed ze een beroep op de redelijkheid en billijkheid en noemde ze de winst voor Wessels een „ongerechtvaardigde verrijking”. Nadat hierover vijf jaar geprocedeerd was, ging de rechter daar deze week niet in mee. Hij stelde dat Brink voor de beursgang is bijgestaan door „kundige adviseurs”, en dat zij „onvoldoende heeft gedaan om een onjuiste voorstelling van zaken te voorkomen”.

Brink trof kort voor de beursgang een soortgelijke winstregeling met twee andere investeerders, de Zwitserse familie Sandoz en hedgefonds Baystar. Alleen de overeenkomst met Baystar was in het prospectus vermeld, en werd ook nagekomen. Die constructie zorgde bij de omstreden beursgang voor veel ophef. Tegen de familie, die net als Wessels haar winst niet heeft hoeven delen, heeft Brink geen claim ingediend.

Via haar advocaat laat Brink weten „zeer waarschijnlijk” in hoger beroep te gaan.