Nergens zo respectloos als in Culemborg

Jongeren uit vijftien Marokkaanse gezinnen terroriseren Culemborg, al jarenlang. De politie weet precies wie ze zijn, maar niets helpt.

In de voortuinen van rijen identieke huizen bloeit lavendel en hortensia. Na vier rijen huizen is er een speeltuin en daarachter weer vier rijen. In deze overzichtelijke buurt – de staatsliedenbuurt in de wijk Terweijde in de Betuwse gemeenteCulemborg – wonen veel Marokkaanse gezinnen. Ze gingen er wonen toen de kabelbranderij in de jaren zestig personeel zocht. Achter de huizen schermen ijzeren hekken de gangen af, zodat jongens met scooters zich minder snel uit de voeten kunnen maken.

Zo’n 15 tot 25 jongens uit vijftien Marokkaanse gezinnen in deze wijk terroriseren al jaren de stad, zegt de politie. Dit keer waren het honderden auto-inbraken, van oktober tot april dit jaar. Maandag worden vier verdachten van heling berecht, vijftien jongens van 15 tot 25 jaar de week erna. Zij zouden de laptops en navigatieapparatuur hebben gestolen. Van de negentien verdachten is er één niet van Marokkaanse afkomst, vijf komen niet uit de wijk.

De politie Culemborg weet precies hoe de jongens in de gezinnen heten, naar welke school ze gaan en met wie ze bevriend zijn. En toch lukte het de afgelopen zes jaar niet hun overlast, vernielingen en inbraken te stoppen.

Niet met een zerotolerancebeleid, zoals in 2005. De jongens kregen een bekeuring voor schuin oversteken. Niet met gezinscoaches. De ouders spraken schande van het gedrag van hun zonen, maar het veranderde niets. Er kwamen Marokkaanse buurtvaders die verraders werden genoemd. Een voor een haakten ze af. Voor de laatste kwam een ambulance voorrijden, maar híj had niet gebeld. Een dag nadat de corporatie met hekken de gangen achter de huizen afschermde, lagen die eruit.

Laatst hing de gemeente bloembakken aan lantaarnpalen. Ze overweegt nu een puntdak op de platte daken te zetten. Hebben de jongens een eigen slaapkamer.

Het begon in 2002. De Marokkaanse tienerjongens gingen buurtbewoners terroriseren op straat. In 2004 haalden ze hun woningen leeg. In 2005 stalen ze computerschermen uit de vmbo-school. Hun broertjes plakten overdag met stickers de sensoren af. Ze waarschuwden als de flatscreens werden vervangen. Winkels en bedrijven in 2006. De jongens werden aangehouden, soms werden ze veroordeeld. Het gaf steeds een paar maanden rust.

Nu hebben we hun jongere broers in beeld, zegt groepschef van de districtsrecherche Bert Stronks. De jongens leerden hun jongere broers geruisloos een autoruit in te tikken.

Als de Marokkaanse jongens worden opgepakt houden ze hun mond of ze ontkennen alles. Getuigen krijgen een steen door de ruit – door álle ruiten. Een bewoner in de nabijgelegen wijk Voorkoop hield in oktober een jongen vast na een inbraak in zijn auto en kreeg een baksteen zo hard in zijn voordeur gesmeten dat die er niet meer uitging. Het was voor de politie reden een voor auto-inbraak buitenproportioneel groot onderzoek naar de daders in te stellen.

In oktober waren de jongens van 15 tot 25 jaar volgens de politie op pad gegaan. De navigatieapparatuur en laptops verkochten ze aan helers, die de apparatuur op Marktplaats zetten. Met telefoontaps („soms hadden we wel vijftien lijnen tegelijk lopen”), tientallen lokauto’s met ingebouwde camera’s („alleen een laptoptas was al genoeg”) en door zich voor te doen als heler, kreeg de politie naar eigen zeggen 78 zaken rond. In twee van de lokauto’s braken ze in.

Op het politiebureau vertelt een agente dat ze om de jongens uit de stad is verhuisd. Op de taps was te horen hoe ze haar te grazen wilden nemen. Sommige agenten durfden de buurt niet meer in.

Gerrit Langerak (44) deed jeugdzaken bij de politie voor hij in 2003 wijkagent werd in Terweijde. De meeste jongens kende hij al. „Ik heb jongens gezien van wie ik dacht: die glijden niet af. En toch gleden ze af. Het is de straatcultuur. De druk om mee te doen, om ook mooie schoenen te kopen.”

Sommigen blijven zich verrijken ten koste van anderen. Maar de overlast, zegt hij, wordt minder. Hij kreeg een wijkpost naast het voetbalveld. Een steen door de ruit miste net zijn hoofd. „Staan daar allemaal van die jongens en je weet niet wie het gedaan heeft.”

Hij ging lopen door de buurt. Praten. Hij sprak in de moskee. Daar zei hij dat de politie het ook wel eens bij het verkeerde eind had, maar dat ook zíj het goede moesten doen. Hij kreeg ook begrip voor hun situatie. Als hij een jongen zonder helm op een scooter ziet rijden, bekeurt hij niet altíjd.

Geen agent denkt dat dit onderzoek het laatste was. „Ik heb ze bijna allemaal in verzekering gesteld. Ze spugen voor je op de grond. In veel achterstandswijken zijn problemen met Marokkanen van de tweede en derde generatie. Maar nergens zijn ze zo respectloos als in Culemborg”, zegt Bert Stronks.

Ook Gerrit Langerak heeft zijn twijfels. Deze jongens hebben jongere broertjes in groep zes en zeven van de basisschool, zegt hij. „Om hen maak ik me zorgen.”