Mijn stokpaardje

Iedere columnist heeft één trouwe vijand: zijn stokpaardje. Dat is zijn ‘geliefkoosde onderwerp’, in de meeste gevallen een misstand waarover hij maar zou blijven doorzeuren en zagen als zijn zelfbeheersing hem dat niet belette. Of haar natuurlijk. Hij weet dat de meeste lezers hem overslaan als hij het beest de vrije teugel laat. Dus slaagt hij er meestal in, zijn stokpaardje op stal te houden. Maar een enkele keer slaat het op hol. Misschien was het opeens te sterk geworden, misschien had hij zelf een zwak moment, je weet het niet. In ieder geval, in deze column is het eindelijk weer eens zo ver.

Iedere werkdag luister ik naar de mooie muziek op RadioVier, van half acht ’s ochtends tot een uur of twaalf, één, dat hangt van het werk af. Over het algemeen heb ik geen klachten. Keurige presentatoren/-trices, misschien een beetje te veel Mozart en Bach en te weinig Satie. In de drie uur van Maartje van Weegen kan het voor mij wel wat minder met de wetenswaardigheden uit de Wikipedia en het ABC van de muziek. Maar er zijn andere mensen die dat juist fijn vinden. Die amechtig-eerbiedige aankondiging van wat er in het Klassieke hart van de Bekende Nederlander broeit kan ik missen als kiespijn. Maar dit alles hoort niet tot mijn stokpaardje.

Dat dreigt pas los te breken als de muziek even plaats moet maken voor de reclame. Ik weet dat als er geen reclame zou zijn, de salarissen van de omroepmedewerkers niet betaald konden worden, de techniek niet zo goed zou zijn. Nog meer zegeningen die we anders zouden ontberen. Maar dan. Een mooi stukje muziek is afgelopen. Ik verwacht de moederlijk-geruststellende stem van Maartje, maar hoor het onverstaanbaar gebral van iemand die, voorzover ik het begrijp, stickers plakt. Waarom? Waarop? De hemel zal het weten. Hij is uitgeschreeuwd. Daar komt een gladjanus. Hij zegt: Jij hebt ècht een beurt nodig. Citaat uit de Gouden Kooi? Nee, reclame voor een bedrijf dat lelijke trappen opknapt. Iemand die zo snel praat dat je niet kunt volgen waar hij het luidkeels over heeft. Een club spontane meiden die het geheim van nog sneller zwemmen heeft ontdekt. Het nieuws. Nog een pak reclame en dan eindelijk komt er weer muziek.

Mensen die naar RadioVier luisteren, willen iets moois horen. Geen hypereigentijds kabaal. Er valt wel iets op aan te merken, maar deze zender schept een esthetisch, waardevrij reservaat voor je oren. Negentig procent van de reclame is plat, grof en lelijk; gaat regelrecht tegen de geest en de bedoeling van de zender in. De reclamemakers winnen er geen klanten mee maar kweken vijanden. Ver terug in de vorige eeuw wilde Audi in ruil voor subsidie een auto in een grote vitrine van het Stedelijk Museum zetten. Dit feest ging niet door. Stel je voor dat je aan de wand van het Van Gogh of het Boijmans Van Beuningen tussen de meesterwerken opeens een videoprojectie zag waarop een kwartet spastisch dansende jongeren aan ijshorentjes lurkt. Of een dame in bikini die haar bodylotion aanbeveelt. Ik noem maar wat.

Ik weet het: in deze maatschappij van de vrije markt is reclame niet te vermijden. Maar denk er eens over na, voor u op de verkeerde trommelvliezen tekeer gaat. Nu zal ik er het hele jaar niet meer over schrijven. Mijn stokpaard is uitgeput.