Markt maakt kwetsbaar

De ontslaggolf onder zorgmanagers alleen wijten aan ‘de marktwerking’ is te makkelijk. Maar het is wel een belangrijke verklaring.

Twee topbestuurders van het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht moesten dit jaar opstappen. De een had weinig managementervaring, de ander kwam uit het bedrijfsleven en ging meteen een machtsstrijd aan met de medisch specialisten.

Bij de grote thuiszorginstellingen Meavita Nederland en Amsterdam Thuiszorg vertrokken de bestuurders eveneens. De eerste vertilde zich aan een fusie, de ander werd genekt door grote financiële problemen.

De vereniging van bestuurders in de gezondheidszorg NVZD meldde deze week dat er dit jaar al vijftig zorgmanagers zijn weggestuurd en spreekt van een ontslaggolf. Het hele vorige jaar kwam het aantal niet boven de 32 uit. De vereniging zegt dat managers door de marktwerking gedwongen worden zo efficiënt te werken, dat zij onder grote spanning staan en snel het loodje leggen.

De klappen zijn in de thuiszorg het grootst. Gemeenten moeten sinds vorig jaar thuiszorg aanbesteden. De instellingen concurreren met elkaar en bezuinigen sterk om met lage tarieven opdrachten te bemachtigen.

Ook in ziekenhuizen maakt de tucht van de markt bestuurders kwetsbaar, zegt de NVZD. Medisch specialisten willen de meest geavanceerde apparatuur. Maar door de liberalisering van ziekenhuiszorg voelen ziekenhuisbestuurders druk om het zuiniger aan te doen. „Als leidinggevenden van ziekenhuizen in conflict komen met de medische staf, dan leidt dat vaak tot het vertrek van de managers”, zegt VNZD-bestuurder Riekus Feijen. Veel ontslagen zorgmanagers belanden bij deze vereniging voor steun.

Spreken over een ‘ontslaggolf’ is zeker niet overdreven, vindt zorgspecialist Jeroen van Roon van adviesbureau Boer & Croon. Bestuurders sneuvelen, zegt hij, omdat ze alle veranderingen in de gezondheidszorg intern niet kunnen verkopen of omdat zij de organisatie niet snel genoeg kunnen omvormen. Ze hebben veel meer rekening te houden met concurrenten en met stijgende eisen van verzekeraars en mondige patiënten.

De marktwerking wordt volgens Van Roon wel iets te simplistisch als zondebok aangewezen. Ontslag mag voor bestuurders een persoonlijk drama zijn, patiënten ondervinden er geen nadeel van. „Hun zorg is gegarandeerd. Kijk naar Amsterdam Thuiszorg, dat in een onvoorstelbaar tempo is onttakeld. De zorgverlening is gewoon doorgegaan.” Op de lange termijn gelooft hij dan ook in betere zorg. „Aanbieders zullen beter hun best doen om goede zorg te verstrekken onder de tucht van de markt.”

Ook hoogleraar Jan Moen, die al jaren onderzoek doet naar leiderschap van zorgbestuurders, vindt marktwerking slechts één van de factoren voor het veelvuldige ontslag. De omgeving waarin de zorgaanbieders werken is complexer geworden, de veranderingen turbulenter. Dat komt door marktwerking, maar ook door fusies en concernvorming, door nieuwe vormen van overheidsfinanciering, door het rijk dat zich „als een windvaantje” gedraagt.

Alle ontslagen bestuurders zijn door hun werkgever – raden van toezicht – afgerekend op vaardigheden, zoals hun stijl van leidinggeven. Moen: „Ze zijn vaak te autoritair, willen de macht niet delen, luisteren of inspireren niet.”

De complexere gezondheidszorg vereist een nieuw type bestuurder. Dat vergt een scherpere selectie door de raden van toezicht. „Zij zouden beter moeten kijken of iemand wel geschikt is voor zo’n zware functie.”