Lucratieve ontvoering steeds populairder

Het aantal ontvoeringen is de afgelopen jaren sterk gestegen. De toename wordt onder andere veroorzaakt door het gemak waarmee bedrijven en landen losgeld betalen aan de ontvoerders.

Ontvoeringen zijn winstgevend, relatief makkelijk uit te voeren en de kans om voor een ontvoering gearresteerd en veroordeeld te worden is in de meeste landen relatief laag. Het gevolg is dat in conflictgebieden of landen met een zwakke overheid een ware ontvoeringsindustrie is ontstaan.

Dat zegt Marianne Moor van de Nederlandse vredesbeweging IKV Pax Christi. Ze is een van de opstellers van het rapport ‘Ontvoering is explosieve handel; ontvoering als economisch en politiek instrument van gewapende groepen in conflictgebieden’ dat maandag verschijnt. Voor het rapport werd onder meer onderzoek gedaan in Venezuela, Ecuador en Colombia.

Het aantal ontvoeringen neemt wereldwijd spectaculair toe. In 2006 werden er zeker 25.000 mensen ontvoerd. Dat zijn de officiële cijfers, volgens schattingen is het werkelijk aantal eerder 100.000. Politiek gemotiveerde milities, de internationale misdaad en de drugsmaffia gebruiken ontvoeringen als inkomstenbron of als middel om politieke eisen kracht bij te zetten.

Niet alleen het aantal ontvoeringen is gestegen, ook het aantal landen waar ze plaatsvinden. Het probleem is nog altijd het grootst in Latijns-Amerika, maar groeit in Azië en Afrika. Nieuwkomers zijn landen als Irak, Zuid-Afrika, China, Pakistan en Nigeria. „Ik denk dat Afrika in de toekomst Latijns-Amerika zal inhalen”, zegt Moor.

Dat het probleem zich verspreid, wijt Moor aan kopieergedrag en het internationale karakter van de georganiseerde misdaad. „In tijden van globalisering werkt de georganiseerde misdaad ook steeds meer grensoverschrijdend”, legt Moor uit. „Dat zie je bijvoorbeeld in Colombia, waar de ontvoeringsindustrie in de jaren negentig ongekende proporties aannam. Inmiddels is het probleem daar volgens officiële cijfers drastisch afgenomen, maar heeft het zich verplaatst naar Ecuador en Venezuela.”

Ze ziet hetzelfde gebeuren in India: „Daar waren ontvoeringen al langer een probleem en dat heeft zich, mede door de oorlog in Afghanistan, uitgebreid naar Pakistan.”

De ontwikkeling van de ontvoeringsindustrie volgt in de meeste landen een vast patroon. „Eerst was de elite het doelwit. Maar die is zich steeds beter gaan beveiligen. Hun kinderen zijn gaan studeren in het buitenland. En de bedrijven waar ze werken zijn hun werknemers beter gaan beschermen.”

Het probleem verplaatst zich naar de onderkant van de sociale ladder. Moor: „Nu is vooral de lage middenklasse het doelwit. In Colombia zeggen ze cynisch: ‘Ontvoeringen zijn een democratisch instrument. Uiteindelijk zijn we allemaal aan de beurt.’” Die middenklasse heeft geen geld om zich te laten beveiligen. Families moeten zich vaak diep in de schulden steken om het losgeld te betalen.

Toch blijven westerlingen een belangrijk doelwit voor ontvoerders. Ze brengen veel geld op en genereren veel media-aandacht. Pax Christi houdt westerse overheden, bedrijven en ngo’s die losgeld betalen mede verantwoordelijk voor het in stand houden van de ontvoeringsindustrie en van conflicten. Moor: „In een eerder rapport over ontvoeringen in Colombia hebben we aangetoond dat de guerrillagroepen en paramilitairen hun strijd financierden met ontvoeringen. Dat zullen gewapende groepen in andere conflictgebieden ook doen.”

De meeste landen voeren officieel het beleid dat ze geen losgeld betalen, maar volgens Moor wordt er in de praktijk maar wat „afgerommeld”. „De Italianen, Fransen en Duitsers gaan heel ver. Zij hebben in het verleden erg makkelijk en veel losgeld betaald. Soms worden er ook politieke concessies gedaan. De Britten hebben nog de meest rechte rug. Zij zijn binnen de Europese Unie en de G8, de club van zeven rijkste industrielanden en Rusland, de grootste pleitbezorger geweest om het betalen van losgeld te verbieden.”

Nederland zit hier volgens Moor ergens tussen in. „De Nederlandse overheid gaat heel ver in het faciliteren van de betaling. Het zijn vaak de ambassades die het losgeld naar de daders brengen of ze zoeken iemand om het te doen. Dat zorgt ervoor dat de daders dollartekens in hun ogen krijgen.”

Ook de rol van bedrijven en niet-gouvernementele organisaties is omstreden. Zij sluiten vaak een verzekering af tegen ontvoeringen. „Verzekeringsmaatschappijen betalen vaak makkelijk en snel losgeld om de slachtoffers vrij te krijgen. De Wereldbank heeft al gepleit voor een verbod op ontvoeringsverzekeringen omdat die ontvoeringen stimuleren.”

De polis dekt niet alleen het losgeld, maar ook de kosten van het inhuren van zogenaamde kidnap response-bedrijven, die wordt ingehuurd om de slachtoffers vrij te krijgen. „Ze worden ingevlogen, voeren de onderhandelingen en onderhouden de contacten met de verzekeringsmaatschappij”, zegt Moor. „Deze bedrijven bestaan bij de gratie van de ontvoeringsverzekeringen.” Volgens Moor belemmert hun optreden vaak het werk van de lokale autoriteiten. „Ze geven de familie vaak het advies om niet samen te werken met de lokale autoriteiten omdat die corrupt zouden zijn.”