Kip in de oven

‘Heb je wel eens een stal met vleeskuikens gezien?” vroeg de boer. Voor ik het wist stond ik in een enorme stalhal waar een adembenemende warme stank hing. Hand voor de neus houden, kijken. Op een voetbalveld scharrelden heel veel kleine kipjes bij kunstlicht. „Het wordt wel voller als ze groter worden”, gaf de boer toe. „Maar ze nemen vaak stofbaden, dat doet een kip als-ie zich lekker voelt.”

Oef wat was het heerlijk om weer buiten te zijn. waar die kippen nooit komen – scharrelkip betekent alleen maar dat er niet meer dan 13 kippen per vierkante meter worden gehouden (tegenover 18-21 in de zogenaamde ‘gangbare’ houderij). En scharrelkippen leven wat langer, acht weken, ‘gewone’ kippen niet langer dan zes.

„Kip, het meest mishandelde stukje vlees”, hoorde je de laatste dagen aldoor vrolijk uit de radio zingen in een treffende Wakker Dier-variant op het bekende „het meest veelzijdige stukje vlees”.

Raar eigenlijk dat ze allebei over ‘stukje vlees’ zingen. Nu ja dat Wakker Dier dat doet is logisch in reactie op die slogan van het Nederlands kippenwezen, dat bovendien met EU-geld lekker veel reclame mag maken, maar het blijft iets vreemds. Een kip is toch een heel dier, geen stukje vlees. Tenzij je denkt, en het zou me niet verbazen als verrassend veel mensen dat (willen) denken, dat kipfilets los geproduceerd worden.

Je leest ontzaglijk vaak hoe mensen griezelen van zo’n hele blote kip, hoe ze aan moord en doodslag denken als ze zoiets zien, hoe obsceen ze zo’n kaal dood dier vinden – maar ze kopen intussen doodleuk het veelzijdigste stukje vlees en realiseren zich geen halve seconde dat die kipfiletcultuur van ze nu juist maakt dat er zo ontzaglijk veel kippen zo snel mogelijk op zo min mogelijk ruimte groot gebracht moeten worden. Want de rest van de kip is niets waard.

Lág er maar een hele kip in die oven, waar hij de ruimte heeft als nog nooit tevoren, zoals de Wakker Dier-campagne joelt. Maar de meeste kippen komen daar helemaal niet, die zijn als het ware de dragers van twee filets, hun poten kun je met kilo’s tegelijk voor helemaal niets op de markt kopen.

Ruimte is trouwens maar één van de problemen. Ziektes, slordig slachten, sneller groeien dan het hart aan kan – er is allerlei gezelligs te vertellen over die ‘gangbare’ kip. Het is een aanfluiting dat dat gangbaar is, zo’n ellendig beestje. De Nederlandse Organisatie voor Pluimveehouders noemt wat die kippen hebben: ‘een plezierig leven’. Toe maar.

Ik zat nog eens naar mijn oven te kijken. Dat is een grote oven, maar hij is beslist geen vierkante meter, hooguit 70 vierkante centimeter. Daar zouden dan toch minstens tien gangbare kippen in moeten – geen idee hoe ik die erin zou krijgen.

Vooralsnog ligt er één kip, een hele, die buiten geweest is waar hij/zij ten minste 4 vierkante meter scharrelruimte ter beschikking had, een kip die langzamer is groot geworden met minder stimulantia en die nu in folie verpakt gaar wordt. Zometeen zet ik de oven hoger voor lichte bruining en dan gaat ook meteen de clafoutis erin van denkelijk de allerlaatste kersen van het jaar, en dan hopen we morgen met z’n allen te gaan picknicken, de kip, de clafoutis en een paar scharrelmensen met vrije uitloop. Misschien nemen we wel een stofbad. Als we ons héél lekker voelen.

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Oventje

In haar column Huis, tuin en keuken (25 juli, achterpagina) schreef Marjoleine de Vos over haar oven van „zeventig vierkante centimeter”. Dit had zeventig bij zeventig centimeter moeten zijn.