Internationale rechtsorde

Cynici over de internationale rechtsorde hebben moeilijke dagen. Tien dagen geleden werd bij het Internationaal Strafhof voor het eerst een zittend staatshoofd aangeklaagd voor genocide: Omar-al Bashir, de president van Sudan. Voor het Joegoslavië-tribunaal was er de opsteker van de arrestatie van Radovan Karadzic. Een recent overzicht van de ontwikkelingen in het humanitair recht is International Criminal Law, A Critical Introduction, door de Amsterdamse hoogleraar internationaal recht Göran Sluiter en door Alexander Zahar, medewerker van het Joegoslavië-tribunaal. Het internationaal recht heeft zich volgens Sluiter gebrekkig ontwikkeld, de procesvoering zou sneller kunnen en de Tribunalen zijn gebaat bij meer openheid en debat. In The Tyrannicide Brief schrijft de vermaarde mensenrechtenjurist en advocaat Geoffrey Robertson over de eerste advocaat die de moed had om een staatshoofd aan te klagen, een zekere John Cooke. Hij kreeg in 1649 koning Charles I ter dood veroordeeld, omdat die ‘oorlog tegen zijn eigen volk’ had gevoerd. Robertson werkte voor Amnesty International en Human Rights Watch en was rechter bij het VN-tribunaal in Sierra Leone. Zijn standaardwerk Crimes Against Humanity werd in 2006 voor het laatst herzien. Onder de kop ‘de W van Wegkijken’ beschreef Linda Polman Crimes of War. What the Public Should Know een zeer compleet, maar daardoor moedeloos stemmend overzicht. Niet voor niets noemde Robertson in een interview optimisme over internationaal recht ‘een oogziekte’.

Maartje Somers