In Mednoje hebben de mensen het slecht

In dode Russische dorpen als Mednoje, waar de werkloosheid hoog is, zijn er voor het nieuwe kapitalisme kansen. Al is het in Mednoje geen Rus, maar een buitenlander die de gelegenheid te baat neemt.

In het cafégedeelte van kruidenierswinkeltje Aardbei zitten vier mensen aan tafel met een fles bier, wodka of kvas voor zich. Het is drie uur ’s middags en ze hebben niets te doen. Daarom drinken en ouwehoeren ze maar wat voor zich uit. „En nu zit het dorp ook nog zonder elektriciteit, want de transformator is stuk”, zegt een van hen, de werkloze dertiger Ljosja, even later voor het groene winkelgebouwtje aan de modderige hoofdstraat. Zijn glimlach biedt een verontschuldiging aan alsof hij het stroomgebrek zelf heeft veroorzaakt.

De behoorlijk aangeschoten Svetlana Ivanova komt nu naar buiten en slaat een arm om Ljosja. Net als hij is Svetlana hier in Mednoje geboren en ook zij wil er voor geen goud weg. „Ik werk hier in de winkel, heb een dochter en twee appartementen aan de overkant van de straat. En dit dorp is een van de mooiste plekjes op aarde. Niet voor niets vieren hier zoveel mensen vakantie.”

Samen waggelen ze het cafeetje weer binnen, dat net als het aanpalende kruideniersgedeelte eigendom is van de regionale overheid. Die eigendomsverhoudingen verklaren de totale desinteresse van het winkelmeisje achter de toonbank. Met de grootste moeite haalt ze voor een klant een fles yoghurt uit de ijskast en ze lijkt niet van plan ooit nog iets vriendelijks tegen wie dan ook te willen zeggen. Nee, je boodschappen kun je beter verderop doen, bij de kleine minimarkt van Tante Asja bij het Leninstandbeeld, een privébedrijfje dat producten in Tver inkoopt om ze in Mednoje met een kleine winst door te verkopen.

Mednoje is een dorp met 5.600 inwoners op bijna 200 kilometer ten noordwesten van Moskou, aan het idyllische riviertje de Tvertsa. Het groen omzoomde lintdorp zou een overloopgemeente van de nabijgelegen middeleeuwse stad Tver kunnen zijn, maar is dat allerminst. De meeste dorpelingen zijn er geboren en zullen er ook sterven. De buitenstaanders die er komen zijn vooral dagjestoeristen uit Tver of Tverenaren die er een zomerhuis hebben gekocht. Door die nabijheid van Tver is Mednoje ook een dorp van het welvarender soort, want in de meeste Russische dorpen is geen werk nu de kolchozen failliet zijn. En in dat geval biedt een dichtbijgelegen stad altijd uitkomst voor talloze werkloze dorpsbewoners.

Uit de put aan de overkant van de weg haalt de 88-jarige boerenvrouw Zoja Ladigina een emmer vers drinkwater naar boven. „Proef maar eens hoe lekker het is’’, zegt ze uitnodigend. Ze heeft zo’n acht jaar geleden in een jaar tijd zowel haar zoon als haar dochter verloren. „Mijn dochter had kanker, mijn zoon kreeg een hartaanval. Nu heb ik alleen nog een kleinzoon. Maar ja, zo is het leven. Ik heb gelukkig mijn achtertuin nog waar ik groente verbouw. Op die manier kan ik zelf overleven, want het dagelijks bestaan wordt almaar duurder.”

Het lot van Zoja Ladigina is dat van zoveel bejaarde vrouwen in het dorp. Want mannen boven de zestig zijn er amper te vinden, om de eenvoudige reden dat het saaie dorpsleven uitnodigt tot alcoholisme en een vroegtijdige dood.

De 15-jarige Tverse scholier Vlad Soveljev leunt, gehuld in zijn zwembroek, in de hoofdstraat op zijn fiets en staart naar de kerk aan de overkant van de weg, waar de dagelijkse mis net is begonnen. „Ik vind het geweldig hier. Mijn ouders hebben hier acht jaar geleden een huis aan de rivier gekocht. Iedere zomer brengen we sindsdien hier door. Het is hier zo mooi.” Hij wijst naar het Huis van de Cultuur, naast de vervallen kerk. „Daar is iedere zaterdagavond disco’’, zegt hij opgewonden. „Het is er altijd een volle bak, voornamelijk met kinderen van mijn leeftijd.”

Als hij wegfietst, passeert hij het postkantoortje, de apotheek en de vroegere kolchozwinkel waar dorpelingen nu hun landbouwproducten kunnen verkopen of landbouwgereedschap en veevoer kunnen kopen. Ook zijn er in die winkel een dierenarts en een bibliotheek gevestigd.

Veel werk is er niet meer in Mednoje, sinds drie jaar geleden de lokale kippenfabriek failliet ging. In de zes ruïneuze flatgebouwen aan de rand van het voormalige fabrieksterrein wonen drie generaties arbeiders van de fabriek. Een van hen is de 49-jarige Ljoedmilla Prival, die vanaf haar vroege jeugd in de fabriek heeft gewerkt. Nu geniet ze hele dagen met een paar buurvrouwen en hun kinderen van de zon, op een bankje voor de ingang van een van de flatgebouwen. „Vlak voordat de fabriek failliet ging, hadden ze nog allerlei faciliteiten laten aanleggen”, zegt ze met enige verontwaardiging. „Zoals een grote sporthal. Maar die zijn inmiddels ook gesloten en verwoest.”

De 80-jarige Michaela Ivanova komt naast haar staan. Ze is nog boos over de sluiting van de fabriek. „We werkten er allemaal”, zegt ze. „En nu is iedereen hier arm. Deze flats waren vroeger eigendom van de fabriek. We hoefden amper huur te betalen, maar nu ze van de stad zijn is dat anders. Een bejaarde als ik houdt tegenwoordig geen kopeke over. Ik leef van wat ik verbouw op mijn volkstuintje, op het land voor mijn flat. Schrijft u alstublieft over ons hoe slecht we het hebben.”

Behalve door de ex-arbeiders van de kippenfabriek worden de flatgebouwen ook bewoond door hun kinderen – twintigers en dertigers, die dagelijks met de bus naar hun werk in Tver gaan. „Ze moeten hier wel blijven wonen”, zegt Michaela Ivanova. „Want geld om in Tver een huis te kopen hebben ze niet.”

Ook in het vier kamers tellende huisje van het gemeentebestuur in de Kolchozstraat, evenwijdig aan de naamloze hoofdstraat, wordt getreurd over de ondergang van de kippenfabriek. „Maar gelukkig hebben we nog wel de melkfabriek”, zegt een van de ambtenaren die er werkt. „Die biedt enkele honderden mensen werk.” Vervolgens overhandigt zij een document met statistische gegevens over de bevolkingssamenstelling in haar dorp. Hieruit valt op te maken dat er in Mednoje 3.400 mensen wonen in de werkende leeftijd.

Aan het eind van een dorp ligt nog een andere dode fabriek, waar vroeger voedselproducten werden geproduceerd. De stenen schuttingmuren zijn tegenwoordig met vervaagde heilsleuzen van de vroegere Communistische Partij vol gekliederd. Erachter wappert de Italiaanse vlag gebroederlijk naast de Russische.

Achter de verroeste stalen fabriekspoort hebben het nieuwe kapitalisme en kleine ondernemerschap toegeslagen. Het is niet zo vreemd, want de Tver-regio met zijn vele meren, rivieren en bossen is een ideaal toevluchtsoord voor toeristen. En wat Rusland, zeker in de provincie, nog te weinig heeft, zijn faciliteiten om die toeristen te vermaken. Mednoje, dat op een paar kilometer van de snelweg Moskou-Sint Petersburg ligt, leent zich er als geen ander dorp voor om een aantal goede hotels of restaurants te hebben.

De Italiaan Pietro Mazzo is op die verlokkingen ingegaan en begon in 1999 op het fabrieksterrein een Italiaanse agriturismo, ‘Fattoria del Sole’, met een eigen kaasfabriek voor de productie van mozzarella, ricotta, butirra en caciotta. „Dankzij die vroegere voedselfabriek waren alle faciliteiten voor agriturismo hier al aanwezig”, zegt hij. „Nu hebben we hier zelf 150 koeien en verder wat varkens, paarden en ganzen.”

Samen met zijn Russische vrouw Zjanna, die hij twintig jaar geleden in Rome leerde kennen, bouwde hij een houten restaurant annex proeflokaal, waar regelmatig proeverijen worden georganiseerd. „Het hele jaar door ontvangen we hier zo’n 1.000 toeristen per maand”, zegt hij. „Ze krijgen een rondleiding over het terrein en daarna gaan ze aan tafel voor een viergangenmenu.”

Op het terrein wil Mazzo nu een paar huisjes bouwen waar bezoekers kunnen overnachten. Volgend jaar moeten ze klaar zijn. „In Italië was het veel moeilijker om een agriturismo te beginnen dan in Rusland”, zegt hij over zijn goedlopende bedrijf. „Want anders dan hier zijn er daar al zoveel agriturismi. En reclame hoef ik hier niet te maken, want die krijg ik op de televisie en in kranten genoeg.”

Wel heeft hij, zoals vrijwel iedere kleine ondernemer in Rusland, erg onder de bureaucratie en corruptie te lijden gehad. „Die is in Rusland nog vele malen erger dan in Italië”, zegt hij. „Maar dat was allemaal in het begin. Want inmiddels ben ik in het dorp geaccepteerd. Italianen en Russen lijken wat hun mentaliteit betreft namelijk nogal op elkaar.”

Zijn komst is een verrijking van het dorp gebleken, vinden ook de aanwezigen in café-kruidenierswinkel Aardbei. Al dacht er één aanvankelijk dat Mazzo een buitenlandse spion was. Maar hij was dan ook dronken.

Voor de vorige afleveringen van deze zomerserie over de economie van het dorp zie: nrc.nl/economie