In 2011 tanken we waterstof

Air Liquide bouwt in Rotterdam aan Europa’s grootste waterstoffabriek.

Het bedrijf ziet in waterstof de benzine van de toekomst.

In een halve cirkel staan 27 beeldschermen met ingewikkelde tabellen en grafieken. Af en toe klinkt een piepje, of gaat een zoemer. Op sommige schermen begint iets te knipperen. Dan rolt een man in blauwe overall zijn bureaustoel heen en weer tussen verschillende schermen. Hij drukt op een paar knoppen en schuift wat met een muis.

De cockpit, noemen ze de controlekamer bij gasproducent Air Liquide. Vanuit hier worden de fabrieken in Rozenburg, aan de rand van het Botlekgebied, bestuurd. Dag en nacht draaien de fabrieken die allerlei gasmengsels produceren. Een fabriek van Air Liquide is geen enorme hal met grote machines en lopende banden, maar een massief blok pijpleidingen, met metertjes, kranen en her en der trappen langs de zijkant. In ploegendiensten houden drie tot vijf mensen de installaties in de gaten.

Het Franse Air Liquide is wereldwijd marktleider in de productie van industriële en medische gassen. Het bedrijf met ruim 40.000 werknemers haalde in 2007 een omzet van 11,8 miljard euro. De winst was 1,1 miljard euro.

Twee weken geleden maakte het Franse bedrijf bekend dat het in Rozenburg een nieuwe fabriek gaat bouwen. Deze grootste waterstoffabriek van Europa moet in 2011 klaar zijn. De bouw kost rond de 160 miljoen euro. Per uur kan deze fabriek 130.000 kubieke meter waterstof produceren. De twee fabrieken die er al staan leveren samen 30.000 kubieke meter waterstof per uur. Het meeste waterstof uit de nieuwe fabriek is bedoeld voor de nog te bouwen biodieselraffinaderij die het Finse staatsoliebedrijf Neste op de Tweede Maasvlakte bouwt.

De waterstofproductie van Air Liquide is voor een groot deel afhankelijk van de olie-industrie. En omdat de vraag naar olie elk jaar groeit, neemt ook de vraag naar waterstof elk jaar toe, zegt directeur Jaap Hoogcarspel. Olieraffinaderijen hebben waterstof nodig om zwavel uit benzine en diesel te halen. En omdat autobrandstoffen door strengere milieuwetgeving steeds schoner moeten zijn, hebben raffinaderijen steeds meer waterstof nodig.

Het waterstof wordt gemaakt uit aardgas, stoom en zuurstof. Bij dit proces komt ook koolmonoxide en kooldioxide vrij. Air Liquide moet voor de kooldioxide (CO2) nog een bestemming vinden en overlegt hierover met het Rotterdamse Havenbedrijf en Rotterdam Climate Initiative (RCI). Volgens Hoogcarspel gaat het ook om „een vrij zuivere vorm” van CO2. „Die bijvoorbeeld in frisdrank zit.”

Vanuit de fabrieken van Air Liquide gaat het meeste waterstof rechtstreeks via een eigen netwerk van bijna 2.700 kilometer aan pijpleidingen naar de klanten. Air Liquide pompt het waterstof vanuit Rozenburg tot in Frankrijk.

Terwijl het meeste waterstof van Air Liquide nu naar de olie-industrie gaat, ziet het bedrijf juist ook veel mogelijkheden voor waterstof mocht de olie echt opraken, of te duur worden. Het is de brandstof van de toekomst, zegt Hoogcarspel. Wanneer weet hij niet, maar dat bussen, vrachtauto’s en personenauto’s ooit op waterstof zullen rijden, daar is hij van overtuigd.

En als het zover is, zal de vraag naar waterstof volgens Air Liquide enorm toenemen. Zo schrijft het bedrijf in een brochure dat „met wereldwijd 800 miljoen auto’s op de weg wordt geschat dat als slechts 1 procent van deze auto’s met waterstof zou worden aangedreven, de markt voor waterstofenergie zou verdubbelen!”

Vorig jaar werd in België een test gehouden met een lijnbus op waterstof. Air Liquide bouwde speciaal voor deze bus een waterstofpompstation. In de toekomst zou Air Liquide het netwerk van pijpleidingen dan ook kunnen gebruiken om pompstations van waterstof te voorzien.

Voor waterstof echt een alternatief voor benzine en diesel zal zijn, moet er volgens Hoogcarspel nog wel veel gebeuren. Ten eerste is waterstof als alternatief voor benzine en diesel nu nog veel te duur. Het andere probleem is dat de druk bij waterstof veel hoger is dan bijvoorbeeld lpg. Hoogcarspel: „Waterstof is heel vluchtig. Als je waterstof tankt, mag er niets ontsnappen anders krijg je meteen een enorme steekvlam.”

Toch verwachten ze bij Air Liquide dat de techniek de komende jaren zo verbeterd zal worden dat veilig waterstof tanken mogelijk is. Hoogcarspel vergelijkt het met auto’s op lpg. Daar hadden veel mensen in het begin volgens hem ook allerlei wilde verhalen over. „Rijden met een bom achter in je auto zeiden sceptici.” Daar hoor je nu niemand meer over, zegt hij.

Veel werkgelegenheid levert de nieuwe waterstoffabriek niet op. Directeur Hoogcarspel verwacht 10 mensen te kunnen aannemen. Hij lacht. „Als je kijkt naar het totaal van 36 dat hier nu werkt, breiden we behoorlijk uit.”