Ik hou de dingen graag simpel

Rob van der Heijde (64) vond de universele bril uit voor mensen in arme landen.

Hij is net terug uit India waar hij als ‘dr. Rob’ dankbaar wordt ontvangen met taart.

Door Eppo König

Op een geel papiertje op de derde verdieping van het VU medisch centrum in Amsterdam staat een handgeschreven vraag: ‘Kan één bril miljoenen mensen uitzicht geven?’ Locatie: de werkkamer van klinisch fysicus dr. Rob van der Heijde, uitvinder van de universele bril of zoals de internationale naam luidt: U-specs.

De bril heeft een standaard montuur en eenvoudige verstelschroefjes voor een variabele sterkte van -6 tot +3, die 90 procent van alle oogafwijkingen dekt. Voor een verkoopprijs van twee à drie euro moet de bril slechtzienden in ontwikkelingslanden perspectief gaan bieden op onderwijs en werk – en zo op een toekomst.

Het project mikt in de eerste fase op de twaalf miljoen slechtziende kinderen in India. In twee dorpjes rond Bangalore is begin 2006 een eerste test gedaan, Van der Heijde is net terug van de startbesprekingen in drie Indiase ziekenhuizen. De proefpersonen zijn enthousiast, de logistieke problemen nog groot.

Hoe kwam u op het idee van de universele bril?

„Het principe, twee lichtgewelfde lenzen per oog die over elkaar heen schuiven, is veertig jaar geleden al bedacht door de Amerikaanse Nobelprijswinnaar Alvarez. Hij werd wat ouder, ging slechter zien en dacht ‘hee, wat zou het handig zijn als ik een variabele bril had die ik kon scherpstellen, in plaats van steeds een nieuwe bril te kopen’”.

Het idee van een goedkope bril voor arme landen had Alvarez nog niet?

„Nee, voor zover ik weet niet. Zelf kreeg ik in 2000 een set originele handgemaakte lenzen van Alvarez’ laboratoriumhoofd, Charles Campbell. Veel te groot om in een montuur te zetten en ze verdwenen in mijn la. Begin 2003 werd ik vervolgens gevraagd om een praatje te houden bij de oprichtingsvergadering van Vision 2020, het project van de Wereld Gezondheidsorganisatie om vermijdbare blindheid tegen te gaan. Mondiaal kampen ongeveer 180 miljoen mensen met een visuele beperking, waarvan driekwart vermijdbaar is. Zo ontstond eigenlijk het idee voor de universele bril.”

Wat was uw eureka-moment?

„Er was niet één moment. Ik had alles al doorgerekend, het ontbrak aanvankelijk alleen aan de technische mogelijkheden om de lenzen, zulke asymmetrische oppervlakken, op grote schaal te produceren. De lenzen zijn van polycarbonaat, vloeibaar plastic. Je moet een goede mal hebben, het komt aan op eenduizendste van een millimeter. Er zat ook tijdsdruk op. Bij de oprichting van Vision 2020 Netherlands moest ik het prototype aan prinses Margriet, de beschermvrouwe, aanbieden. Toen hebben we een eerste brilletje in elkaar gevogeld. Goed was het nog niet. ‘Geweldig, maar hoe stel je ’m nou scherp?’ vroeg ze. Later heb ik de situatie maar even keurig uitgelegd, haha.”

Achteraf beschouwd: was het ontwikkelen van de bril meer idealisme of wetenschappelijke nieuwsgierigheid?

„Dat vind een hele moeilijke vraag. Slechtziendheid is in ontwikkelingslanden echt een groot maatschappelijk probleem. Kinderen in India bijvoorbeeld schamen zich soms en blijven weg van school, of ze worden weggestuurd. Bij volwassenen stopt het arbeidsproces rond hun veertigste, omdat ze geen handwerk meer kunnen verrichten. Om aan een goed doel mee te kunnen werken, was zeker een motivering. Daarnaast heb ik gewoon heel veel plezier beleefd aan het optische rekenwerk en het steeds simpeler maken van het ontwerp. Sommige onderzoekers hebben de neiging om dingen heel wetenschappelijk te beschrijven. Ik probeer het altijd begrijpelijk te maken. Voor mezelf. Ik hou de dingen graag simpel.”

Draait wetenschap voor u meer om het nut dan om het weten?

„Ja, ik moet het gebruik wel kunnen zien. Letterlijk zien.”

Hoe is het om naar de andere kant van de wereld te reizen en daar ineens tientallen kinderen met uw bril op te zien?

„Een enorm rare ervaring. En het geeft een heel goed gevoel. Als je ziet hoe blij de mensen ermee zijn. Dat is ontroerend. In een ziekenhuis in Delhi ben ik net ontvangen met een grote chocoladetaart met de tekst ‘U-specs’ – in letters die van klein naar groot liepen, zoals op zo’n kaart bij een oogtest. Van der Heijde is een wat moeilijke naam daar, dus iedereen zegt gewoon ‘doctor Rob’. De mensen zijn ook bijzonder aardig. Zelfs de allerarmsten – ik bedoel, je wordt niet zomaar van je geld geript. Ze blijven vriendelijk.”

Bent u trots?

„(bescheiden)... Mjah, als ik zie wat we met een groep mensen – ik niet alleen – voor elkaar hebben gekregen.”

Is het uw levenswerk?

„Nee, dat zou ik niet zeggen. Allereerst omdat het echt een gezamenlijk project is. We hebben bijvoorbeeld een projectmanager die momenteel de wereld afreist om partners te zoeken. En ik kan nog steeds niet zeggen dat het project 100 procent slagingskans heeft. We hebben zoveel tegenslag gehad. Eerst de technische productie, die is nu min of meer afgerond. Maar bij pilots kom je nieuwe problemen tegen. Het belangrijkste obstakel is misschien wel hoe je de bril afstelt zonder tussenkomst van een ‘dure’ opticien. En valt de bril niet van de neus? Hoe vinden ze de kleurtjes van de monturen? Hoe voorkom je dat kinderen de bril in een hoekje gooien? Bij de test rond Bangalore bijvoorbeeld was er bij de kinderen op gehamerd dat de bril iets heel kostbaars was. Die kinderen zaten dus de hele dag de glazen te poetsen met een doekje. Maar dat doekje viel weleens in het zand. Binnen de kortste keren zat de hele bril onder de krasjes.”

Waarom hebt u steeds doorgezet?

„Je wilt het karwei klaren. Afmaken.”

Werkt u ook vanuit het besef dat één bril het leven van miljoenen mensen ‘uitzicht’ zou geven?

„Jazeker, dat is het bottom up-idee. Ook als je het macro-economisch bekijkt. De landen moeten zelf gaan profiteren. Met distributie op lokaal niveau, via ziekenhuizen en kleine reizende handelaren. En de markt is zo groot, denk alleen al aan China. Stel dat je miljoenen brillen verkoopt met een paar centen winst per stuk. Dan is de totale winst groter dan die van alle flatscreens bij elkaar.”

Wordt u er nog rijk van?

„In principe heeft het VU medisch centrum de patenten. De regeling met de investeerders is dat de uitvinders, een paar mensen waaronder ikzelf, ‘t.z.t.’ en na aftrek van alle gemaakte kosten, een bepaald percentage krijgen. Als het goed is, krijg ik over een jaar of tien nog een paar centen, maar ik reken er niet al te veel op.”

Draagt u zelf een bril?

„Ja, een leesbril. Nog niet zo lang, hoor. Typische ouderdomskwaaltje. Eigenlijk heb ik een heel goede gezichtsscherpte: 1.25. Haviken hebben bijvoorbeeld 3.0 – die zien drie keer zo goed als mensen. Tijdens colleges vertel ik altijd dat de Arabieren vroeger het gezichtsvermogen testten door naar het sterrenbeeld de Grote Beer te kijken. Wie goede ogen heeft, kan daarin nog net Alcor en Mizar onderscheiden. Nou, als ik ’s avonds de honden uitlaat, kijk ik regelmatig omhoog en dat zit nog wel goed.”