IJselijke energie...

Wat vermoed werd, is nu zeker: het gebied bij de Noordpoolcirkel bevat een omvangrijke, in principe winbare voorraad olie en gas, ongeveer 22 procent van de totale mondiale reserves. Het Amerikaanse onderzoeksinstituut US Geological Survey (USGS) heeft deze conclusie na vier jaar studie deze week bekendgemaakt. De vlag zal uitgaan, maar de vraag is of er veel redenen zijn om feest te vieren.

Al was het maar omdat die vlag al eens letterlijk symboliseerde dat de aanwezigheid van energiereserves in het Arctische gebied een bron kan zijn van internationale politieke spanningen. Op 2 augustus 2007 bevestigden Russen op de bodem van de Noordelijke IJszee op meer dan vier kilometer onder het poolijs een roestvrij stalen Russische vlag. Internationale verontwaardiging was het gevolg. Expeditieleider en parlementslid Tsjilingarov, zei op de Russische tv: „Het Noordpoolgebied is van ons en we moeten laten zien dat we er aanwezig zijn.”

Tien maanden later tekenden Canada, Denemarken, Noorwegen, de Verenigde Staten én Rusland op Groenland een verklaring dat ze zich bij territoriale claims voor de Noordelijke IJszee zouden houden aan het zeerecht. Hoeveel deze belofte waard is, staat nog te bezien. De Verenigde Staten, een dorstig land als het om olie gaat, hebben bijvoorbeeld de de VN-Conventie voor het Zeerecht, die regels stelt voor territoriale aanspraken op zee, niet eens geratificeerd. En dat het Russische leger vorige maand oefeningen op de Noordpool aankondigde, kan evenmin als een geruststellend gebaar worden gezien. De belangstelling voor het Arctische gebied is trouwens nog heel wat breder: op Spitsbergen, in het meest noordelijke dorpje op aarde, hebben de Chinezen hun vlag geplant. Zij wensen tot de Raad van Arctische Landen toe te treden.

Zich kennelijk bewust van de geopolitieke consequenties van haar bevindingen liet de USGS weten dat ze slechts aan iedereen de beschikbare informatie over olie- en gasreserves wenste te verschaffen en dat ze economische factoren in de rapportage buiten beschouwing heeft gelaten.

De vraag is dus tot welk gedrag deze feiten zullen leiden. Hoewel de reserves omvangrijk zijn en de wereld jarenlang van energie zouden kunnen voorzien, is winning allerminst vanzelfsprekend. Afgezien van technische obstakels, die mogelijk wel te overwinnen zijn, is de vraag of het kwetsbare ecosysteem in het Noordpoolgebied grootschalige exploratie aankan. Het intensief benutten van de energiebronnen onder het poolijs verdraagt zich bovendien slecht met mondiale voornemens en afspraken om de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Wie olie en gas aan de bodem onttrekt en daarna verbrandt, stoot CO2 uit.

De bevestiging van de rijkdom aan olie en gas in het Arctische gebied moet dus vooral geen argument worden om de zoektocht naar en het gebruik van alternatieve energiebronnen en -technieken op een lager pitje te zetten. Het is in diverse opzichten veiliger om daarmee door te gaan.