Gitarist Ron Wood excelleert in bijna alles, zegt hij

Ron Wood: Ron Wood. Nieuw Amsterdam, 374 blz. € 27,50

Jimi Hendrix, Eric Clapton, Ronnie Wood. Rembrandt, Picasso, Ronnie Wood. John McEnroe, Diego Maradona, Ronnie Wood. In zijn autobiografie dicht de tweede gitarist van de Rolling Stones zichzelf een artistieke heldenrol toe. Ron Wood is muzikant, kunstschilder, huizenbezitter, sportliefhebber en wereldreiziger. Bovenal is ‘Woody’ een feestbeest dat de drie-eenheid seks, drugs en rock-’n-roll belichaamt, zelfs in de periode waarin hij de drank en drugs had afgezworen en er bij de jaarlijkse verjaardagsfeesten op zijn landgoed een sapjesbar was verschenen in plaats van de eindeloze stroom Guinness. Enkele weken geleden werd hij opnieuw in een ontwenningskliniek opgenomen. Kort daarvoor was zijn wilde seksrelatie met een 18-jarige serveerster bekend geworden.

De 61-jarige flamboyante rocker neemt het niet zo nauw met de feiten. Bij het navertellen van zijn 40-jarige loopbaan bij The Birds, The Faces en de Rolling Stones springt hij van de hak op de tak, zo gretig wil hij al zijn stoere verhalen kwijt. Onbedoeld geeft hij een indruk van de wereldvreemdheid die een artiest van zijn status opdoet in een van de buitenwereld afgeschermd rock-’n-roll-circus, met beste vriend Keith Richards als partner in crime. Wanneer het regent op de Fiji-eilanden, vliegen ze naar Kenia om hun vakantie voort te zetten. Als Wood een schuldgevoel krijgt om de CO2-uitstoot van al die vliegreizen, schildert hij een paar olifanten en sticht hij van de opbrengst een bos om het milieu te sparen.

Het heeft iets treurigs, al die snoeverij. Wood vindt zichzelf een minstens zo groot gitarist als Jimi Hendrix, vergelijkt zijn schilderwerk met Picasso en kan als songschrijver ruimschoots in de schaduw staan van zijn vriend Bob Dylan. Als ‘nieuwe jongen’ bij de Stones – Wood verving Mick Taylor in 1975 – moest hij met lede ogen aanzien hoe Jagger & Richards zíjn compositie ‘It’s Only Rock ’N Roll’ claimden, en als hij de ‘Glimmer Twins’ niet regelmatig met elkaar verzoend had, bestonden de Stones al twintig jaar niet meer.

Misschien ligt het aan de stijve Nederlandse vertaling die een onbegrijpelijk terzijde als ‘Ahar, Jim lad’ gewoon laat staan. In plaats van de aandoenlijke boef die Ron Wood graag wil zijn, komt hij naar voren als een Baron van Münchhausen van de rockwereld. Zijn feesten zijn legendarisch, zijn vrouwen begeerlijk, zijn schilderwerk wordt door iedereen van Hillary Clinton tot Tracey Emin geprezen en zonder hem zou Keith Richards al lang zijn ingestort. Citaten uit de wereldliteratuur en Woods eigen illustraties maken er een potsierlijk egodocument van, dat lekker wegleest vanwege de grappige rock-’n-roll-anekdotes.