Franse soldaten keren Bitche de rug toe

Bitche treurt. Het Franse leger trekt zich terug uit het vestingstadje aan de Frans-Duitse grens dat al negen eeuwen soldaten herbergt. „Ons wacht opnieuw een catastrofe.”

Om half twaalf ’s morgens klom Cyrille Fritz (29) gisteren bovenop het fort uit de achttiende eeuw. Een monumentaal bouwwerk, nog ontworpen door Vauban, de militaire bouwmeester van Lodewijk XIV.

Zo hoog, vandaar kun je in het noorden Duitland zien, twintig kilometer verderop. De vroegere vijand. Fritz hangt de Franse vlag halfstok. De Europese vlag ook. Het is zover. Premier Fillon noemde zojuist op tv de naam van zijn stad. Bitche (spreek uit: beach).

Het vestingstadje aan de Frans-Duitse grens dat al sinds de twaalfde eeuw soldaten herbergt, raakt zijn garnizoen kwijt. Er gaan 1.132 militairen weg, en hun gezinnen – op de 5.700 inwoners. Scholen zullen dicht gaan, en winkels. En vooral verliest Bitche zijn historische bestemming, zegt Fritz, historicus en hoeder van het plaatselijke militaire erfgoed.

Eeuwenlang is om dit uithoekje in de Moezelgebied, zuidoostelijk van Saarbrücken en noordwestelijk van Straatsburg, gevochten. Bitche is economisch onbelangrijk, het ligt te ver van alles af voor handel en industrie, maar er was altijd een grens in de buurt.

Nu eens was het stadje Duits, dan Frans. Wat altijd hetzelfde bleef, is de geest. Militair. „Vandaag is de geschiedenis van Bitche ten einde gekomen”, zegt Fritz ’s avonds bij zijn laatste dagronde over fort. Na vijftig jaar Europese samenwerking trekt het Franse leger zich definitief terug van dit bastion in de Maginot-linie – de verdedigingswal tegen Duitse legers die na de Eerste Wereldoorlog werd opgeworpen.

Bitche is niet de enige stad die binnenkort soldaten uitzwaait. In totaal worden 115 kazernes opgeheven, vooral in het oosten en het noorden (zie inzet). Frankrijk concentreert zijn leger voortaan rond negentig grote bases. Niet alleen om de logistieke kosten te drukken, maar vooral ook om strategische overwegingen. Frankrijk wil het organisatorische vermogen hebben zijn leger overal in de wereld snel in te zetten.

Roland Hoff (67) is doordrongen van de historische reikwijdte van de omslag. In zijn langzame Oost-Franse cadans – hetzelfde ritme hanteert hij moeiteloos in het Duits – vertelt de locoburgemeester van Bitche anekdotes over zijn hotel-restaurant, een familiezaak waar zijn grootvader in 1867 mee begonnen is. In het voorjaar 1871 zaten bij hem al een Franse commandant en Duitse kolonel aan tafel te onderhandelen. Vruchteloos.

In 1945 herhaalde de geschiedenis zich. Toen zaten Amerikanen en Duitsers met elkaar in Hotel Hoff te onderhandelen. Roland Hoff, net vier jaar, schuilde met zijn moeder en zuster voor de Amerikaanse bombardementen.

Dan wordt Hoff ineens nijdig. Maandag wordt er weer onderhandeld in Bitche. Nu niet met een officier, maar met een staatssecretaris. Die komt praten over „compensatie” voor de economische problemen die het vertrek van het leger zal veroorzaken. Hoff loopt rood aan bij het vooruitzicht. Vroeger waren hier drie regimenten. In 1996 ging het voorlaatste weg. Ook toen beloofde de staat compensatie. Maar de lege kazernes staan nog steeds te koop.

In de media schitteren nu tal van lokale bestuurders als Hoff. Ze voeren campagne om toezeggingen van de staat binnen te halen voor ‘wederopbouw’. Premier Fillon beloofde gisteren 320 miljoen euro tot 2015 voor het hele land. Hoff wil „een Marshallplan” voor Bitche, dat toch al allerlei publieke diensten ziet verdwijnen. „De catastrofe die ons wacht, is heel goed te vergelijken met hoe het hier aan het einde van de oorlog was.”

Toch ging het Franse debat de afgelopen maand niet alleen over de praktische gevolgen van de reorganisatie. Twee dagen nadat president Sarkozy op 17 juni de nieuwe defensiestrategie presenteerde, publiceerde dagblad Le Figaro een protest van een groep anonieme generaals en officieren. Zij schreven het witboek waarop Sarkozy zich baseerde – geschreven door strategische experts – weg als een botte bezuinigingsoperatie. Lokale politieke belangen zouden zwaarder wegen dan militair-strategische afwegingen. Zij voorspelden „definitieve verzwakking” van de Franse militaire positie.

Sarkozy trachtte vergeefs de identiteit van de auteurs te achterhalen. Anderhalve week later greep hij een dodelijk incident bij een vliegshow in Carcassonne aan om de stafchef van de landmacht, generaal Cuche, tot aftreden te dwingen. De ‘slechte relatie’ tussen Sarkozy en het leger werd een thema, maar het debat over de strategische keuzes smoorde.

In Bitche weet locoburgemeester Roland Hoff nog altijd tal van argumenten op te noemen waarom een legerbasis aan de Duitse grens wel nuttig was geweest. Omdat Bitche het op een na grootste oefenterrein van Frankrijk heeft, waar alle Europeanen terecht kunnen. Om de nabijheid van het Duitse vliegveld Zweibrücken, vanwaar ook de Franse soldaten binnen twee uur de hele wereld over kunnen worden gestuurd.

Juist omdat aan de andere kant van de grens geen vijanden meer zitten, maar vrienden, zit het leger hier goed, vindt Hoff. Hij windt zich weer op. „Maar de Fransen uit het ‘binnenland’ hebben nooit oog voor ons aan de grens. Als onze voorouders dit zagen, zouden ze zeggen: wij hebben de verkeerde kant gekozen.”