Europees smeergeld

Corruptie ondermijnt de moraal en is duur. Als de overheid smeergeld aanneemt, krijgen de burgers geen waar voor hun belasting en worden de overheidsfinanciën uitgehold. Tegelijkertijd suggereert corruptie een klimaat dat voor geld ook het algemeen belang te koop is. Onproductieve economische activiteiten, die geen meerwaarde toevoegen, winnen het dan van productieve sectoren.

In zo’n samenleving geldt het principe ‘bad money drives out good money’. Corruptie en criminaliteit wassen elkaar de hand. Corruptie houdt bovendien geen halt bij de grens. Vandaar dat de Europese Unie de eigen lidstaten in de gaten moet houden.

De EU heeft afgelopen jaar Roemenië en Bulgarije, die in 2007 als laatste landen zijn toegetreden, onderzocht. Woensdag heeft de Europese Commissie haar oordeel geveld. De uiteindelijk gekozen formuleringen zijn wat milder dan die in eerdere versies. Maar de boodschap laat geen misverstand toe. Boekarest en Sofia staan onder curatele.

Met name Bulgarije is de wacht aangezegd. Omdat de regering „nog niet voldoende” doet, heeft de Commissie 521 miljoen euro aan subsidies voor onder meer infrastructurele projecten opgeschort. Brussel heeft tevens de accreditatie ingetrokken van twee staatsagentschappen die Europese fondsen beheren. Roemenië is die dans ontsprongen. Maar het land krijgt er verbaal wel van langs. De rechterlijke structuren zijn „kwetsbaar” en het corruptiebeleid is er „zwaar gepolitiseerd”.

Door Roemenië en Bulgarije openlijk te berispen, respectievelijk te straffen, laat de Commissie weten dat het lidmaatschap van de Europese Unie geen vrijbrief is. Niet alleen vóór het moment van toelating moeten kandidaat-leden worden getoetst. Als ze binnen zijn, blijft controle geboden.

Corruptie beperkt zich namelijk niet tot deze twee landen op de Balkan. Volgens het onderzoeksinstituut Transparancy International in Berlijn kampt de EU in bredere zin met corruptie. Deze gerenommeerde instelling bundelt de feitelijke en gevoelde corruptie in een land tot een rapportcijfer. Nederland haalde in 2007 een 9.

Maar volgens deze laatste Corruption Perception Index haalden 12 van de 27 lidstaten een onvoldoende. Bulgarije (4,1) en Roemenië (3,7) staan inderdaad onderaan. En de meeste landen onder de streep zijn ook nieuwe lidstaten, zoals Polen (4,2). Griekenland (4,6), al langer lid, doet het echter amper beter.

Zelfs een Europese aartsvader als Italië (5,2) is op grond van deze index even corrupt als nieuwkomer Tsjechië. Vergeleken met de index over 2001 is Italië de afgelopen zeven jaar zelfs corrupter geworden, net als Bulgarije overigens.

De meeste nieuwe leden hebben wel vooruitgang geboekt, soms zelfs spectaculaire, zoals in Estland en Slovenië. Die progressie illustreert dat druk van Europa een positief effect kan hebben. De Italiaanse regressie bewijst dat het geen pas geeft corruptie te zien als een exclusief Oost-Europees probleem. Het volgende corruptierapport van de Europese Commissie zou dus ook bijvoorbeeld Italië eens moeten behandelen.