En voor slachtoffer een hel

Piet Vrenken werkte aan een oliepijpleiding in Colombia toen hij werd ontvoerd.

Zijn werkgever betaalde drie miljoen dollar losgeld om hem vrij te krijgen.

Het was een kuil van twee bij drie meter en zo’n drie meter diep, die was afgedekt met takken en daar overheen een laag aarde. Je kon er alleen in kruipen via een kleine ingang, zoals een konijnenhol. Daar, diep in de jungle van Oost-Colombia, heeft Piet Vrenken (60) in 1986 bijna vier maanden gevangen gezeten. Hij was ontvoerd door een Colombiaanse guerrillagroep. „De eerste weken bestonden vooral uit angstig wachten”, zegt hij.

Vrenken werkte voor het Duitse bedrijf Mannesmann Anlagenbau aan de aanleg van een oliepijpleidingproject in Arauca. Van tevoren had zijn bedrijf afspraken gemaakt met de guerrillagroep ELN die in de regio de baas was. „Wij voerden in de regio civiele werken uit, zoals de verbetering van wegen en bruggen, en in ruil konden wij vrijuit werken.”

Maar het mocht niet baten. Toen een rivaliserende guerrillagroep het gebied binnentrok, werd Vrenken alsnog ontvoerd. „Ik reed met de auto naar een oliepompstation, maar een auto blokkeerde de weg. Ik stopte en er verschenen vier gewapende mannen, die me uit de auto sleepten. Ik was doodsbang dat ze me zouden vermoorden. Het ergste was dat ze ontzettend zenuwachtig waren. Ik kreeg een kap over mijn hoofd en we liepen de jungle in.” Na 24 uur bereikten ze het met takken afgedekte hol.

De guerrilla’s dachten dat ze binnen een paar weken de onderhandelingen zouden hebben afgerond en het losgeld zouden opstrijken, maar dat lukte niet. Daarom hebben ze Vrenken verplaatst naar een andere plek in het oerwoud, waar hij nog eens drie maanden vastzat. „Mijn nieuwe onderkomen was niet meer dan een zeil dat tussen de bomen was gespannen. Overdag kon ik binnen een straal van tien meter vrij rondlopen, ’s nachts lag ik aan de ketting.”

Vrenken heeft zo lang vastgezeten, omdat zijn bedrijf niet wist door welke groep hij was ontvoerd. Om hem vrij te krijgen, heeft zijn werkgever een contract afgesloten met een zogenaamd kidnap response -bedrijf, dat de onderhandelingen voerde. Maar ze moesten eerst achterhalen wie hem vasthield. „Ze hebben een week lang in alle nationale kranten een paginagrote foto van mij geplaatst. Tientallen mensen meldden zich, die zeiden te weten waar waar ik was. Dat moest eerst uitgezocht worden.”

Door het lange wachten, kreeg Vrenken een gevoel van berusting. „Om de dagen door te komen, droomde ik over wat ik zou doen als ik vrijkwam. Ik maakte plannen om de badkamer en de keuken te verbouwen. Ik begon steeds meer te praten met mijn bewakers, eenvoudige jongens die maar een paar jaar lagere school hadden.” De laatste weken hebben ze hem gerustgesteld: er worden onderhandelingen gevoerd en je zal worden vrijgelaten. „Maar ze zeiden ook dat als mijn werkgever niet zou betalen, ik het geld zelf moest ophoesten. Zonder losgeld kwam ik er niet levend vandaan, want dan zouden ze gezichtsverlies leiden.”

Toen zijn bewakers het kamp begonnen op te ruimen, kreeg Vrenken een klein beetje hoop dat hij vrij zou komen. „Maar ik wist dat dit het gevaarlijkste moment was. Als ze het losgeld al hadden gekregen, was ik niets meer waard en konden ze me vermoorden. Maar dat gebeurde niet. We liepen naar een dorp, waar ze me afzetten. ‘Het ga je goed’, zeiden ze en vertrokken. Toen wist ik dat ik niets meer te vrezen had. Ik kende het dorp en ben vandaar naar mijn collega’s gelopen.”

Uiteindelijk heeft het bedrijf 3 miljoen dollar losgeld betaald en bracht het kidnap response-bedrijf 1 miljoen dollar in rekening. Vrenken is het land uitgesmokkeld, want het was in Colombia strafbaar om losgeld te betalen. „Waarschijnlijk is er veel geld aan de autoriteiten betaald.”

Achteraf is Vrenken tegen het betalen van losgeld, want „95 procent gaat naar wapens”. Maar tegelijkertijd is hij „ontzettend blij dat hij is vrijgekomen”. Thuis heeft hij zijn keuken en badkamer verbouwd.