Columnist der gereformeerden kraakte heilige huisjes

De woensdag overleden Trouw-journalist Bert Klei tekende in zijn columns vooral de anekdotische kant van de protestantse zuil op.

Gereformeerden koesterden in de jaren na de Tweede Wereldoorlog hun grote gelijk, ex-gereformeerden zetten zich juist sterk af tegen de hun overgeleverde waarheden. Als columnist op de kerkpagina van Trouw koesterde A.J. Klei zelf geen enkel groot gelijk. Hij laveerde decennialang met vaardige pen, gedoopt in vriendelijke ironie, tussen beide groepen door. Hij bond de gereformeerde achterban van de krant aan zich door het gebruik van de vertrouwde ‘tale Kanaäns’, maar wist ook andersgezinden te bereiken door de ontspannen wijze waarop hij over de kerkelijke verwikkelingen in Nederland schreef. Bert Klei, geboren op 23 juli 1924, groeide op in Scherpenzeel, waar zijn vader bovenmeester was. Hij behoorde tot de generatie die na de oorlog het gymnasiumdiploma uitgereikt kreeg zonder examen te hebben gedaan. In 1946 ging hij werken bij een krant in zijn toenmalige woonplaats Kampen. Najaar 1946 adverteerde Trouw met een tweejarige journalistenopleiding. Na afloop daarvan werd je geacht in dienst van de krant te treden. Aanvankelijk werkte Klei bij de Utrechtse vestiging. Daarna werd hij door de toenmalige hoofdredacteur Bruins Slot, tevens fractievoorzitter van de Antirevolutionaire Partij (een van de voorlopers van het CDA) in de Tweede Kamer, naar de in Amsterdam zetelende kerkredactie gehaald.

Jarenlang schreef Klei een paar maal per week een column op de kerkpagina van Trouw, waarin hij getuigenis aflegde van zijn betrokkenheid bij alles wat er in de protestantse zuil gebeurde. Zijn belangstelling ging daarbij niet zo zeer uit naar de theologische vraagstukken – die liet hij graag aan anderen over – maar naar de anekdotische kant van de protestantse wereld. Domineeskinderen waren zijn favoriete gesprekspartners. Zij vormden, zeker bij een glaasje, een gretig gehoor dat begreep waarover hij sprak als hij de Afscheiding, de Doleantie of de veronderstelde wedergeboorte ter sprake bracht. En ze vormden ook een welkome bron voor nieuwe faits divers. Roddelen was volgens hem „een gave Gods”. Een deel van de Trouw-lezers ergerde zich wild aan zijn stukjes. Zij vonden hem een kraker van heilige huisjes en vroegen de hoofdredactie hem het zwijgen op te leggen. Een ander deel waardeerde hem zo zeer, dat ze bij zijn aanstaande afscheid in 1990 een campagne begonnen voor zijn aanblijven als columnist. Tevergeefs, de toenmalige hoofdredactie was zich kennelijk niet geheel bewust van het goud dat ze met deze journalist in handen had. A.J. Klei overleed woensdag op zijn 84ste verjaardag.