China bepaalt verloop van de crisis

China heeft de sleutel in handen voor de volgende fase van de financiële crisis. De dalende olie- en voedselprijzen zullen als een opluchting komen voor de westerse beleidsmakers, maar de realiteit is dat het Westen al min of meer door zijn beleidsopties heen is – althans de makkelijkste. Het is nu vooral een kwestie van duimen en hopen dat de centrale banken van de ontwikkelingslanden, die nog steeds hun eigen lot kunnen bepalen, er het beste van zullen maken. Dat richt de schijnwerpers met name op China, dat voor belangrijke keuzes staat.

China moet beslissen of het wil vasthouden aan zijn beleid van monetaire verkrapping, nu dat resultaten begint op te leveren. De groei is in vier achtereenvolgende kwartalen gedaald van een piek van 11,9 procent naar 10,1 procent, en zal volgend jaar naar verwachting naar zo’n 9 procent teruglopen – een daling die zal aanvoelen als een recessie in een land dat miljoenen arbeidsplaatsen moet scheppen voor een uitdijende stedelijke bevolking. Intussen is de inflatie in mei teruggevallen naar 7,1 procent, na in februari op 8,7 procent te hebben gepiekt.

Het optimistische scenario luidt dat China zal vasthouden aan zijn huidige monetaire beleid, dat voorwaarden stelt aan de omvang van de bankreserves om de binnenlandse economie enigszins te laten afkoelen, en zich niet van renteverhogingen bedient. Een trager groeiende Chinese economie zou de vraag naar olie en andere grondstoffen terugdringen, hetgeen zou leiden tot een lagere mondiale inflatie. Dat zou de weg plaveien voor renteverlagingen in het Westen, waardoor de druk op westerse financiële instellingen zou afnemen.

Maar er kleven twee grote risico’s aan dit scenario. Het eerste is dat China zal proberen een deel van de binnenlandse pijn te verlichten door de munt, de yuan, te laten revalueren. Het traditionele Chinese beleid van het laag houden van de waarde van de yuan – waarbij consumptie werd opgeofferd voor het scheppen van banen – heeft geleid tot het ontstaan van het enorme overschot op de Chinese handelsbalans, waardoor de inflatie werd aangewakkerd. In de loop der tijd lijkt een verdere opwaardering van de yuan onvermijdelijk. Maar een te snelle aanpassing zou een mondiaal verlies van vertrouwen in de dollar veroorzaken en tot het dumpen van dollarbezittingen leiden.

Het tweede risico is dat de Chinese autoriteiten bezwijken voor de binnenlandse politieke druk en de monetaire verkrapping zullen laten varen. Eerder deze week riep de financieel-economische commissie van het Nationale Volkscongres de beleidsmakers op flexibel te zijn en te waken voor een scherpe groeivertraging, hetgeen de speculaties heeft gevoed over een beleidsverandering. Zo’n stap zou een grote schok teweegbrengen en de vrees doen toenemen dat een oververhitte Chinese economie de olieprijs weer omhoog zou duwen, waardoor de hoop op een snel herstel van de financiële crisis zou vervliegen.

Voorlopig lijkt China de strijd tegen de inflatie nog even te willen voortzetten en slechts een geleidelijke waardeverhoging van de yuan te willen toestaan. Maar China heeft een keuze – en zal zich daarbij eerder laten leiden door de binnenlandse politiek dan door de belangen van mondiale beleggers. De rest van de wereld zal moeten leren leven met wat het beslist.