Alle personages zijn fictief, of: zo mooi dat het onwaar is

Er stak een wit wieltje zonder spaken uit een deuropening. Klein, als een van de extra wieltjes die een peuterfiets in balans houden. Toen ik dichterbij kwam, zag ik dat het wiel iets te groot was voor een kinderfiets. Ik keek om de hoek van de deur en zag dat er aan het wiel een rollator was bevestigd. Aan de rollater hing een oude vrouw. Haar mond hing open en haar gestrekte armen trilden hevig. Haar benen lagen in een onnatuurlijke houding onder de duwkar. Van schrik wist ik niet of ik de deur moest opentrekken of dichtduwen.

‘Alle personages zijn fictief’, zegt Jack Whitman in de film The Darjeeling Limited, wanneer zijn broers hem complimenteren met een raak beschreven voorval dat ook zij zich levendig herinneren. De film wordt in de bioscoop vooraf gegaan door Hotel Chevalier, een korte film waarin Jack van nabij wordt gevolgd. Ik begreep niet goed hoe deze films tot elkaar in verhouding staan. Waarom moest deze film een eigen titel hebben en kon hij niet gewoon het begin vormen van The Darjeeling Limited?

Ik zou om meerdere redenen willen dat de vrouw die aan de rollater hing een verhaalpersonage was. Maar het enige wat ik eraan verzonnen heb, is de mond die open hing en haar trillende armen. Dat is deels effectbejag, maar ook noodzakelijke invulling, omdat ik me eenvoudigweg niet herinner hoe ze er precies uit zag. Wanneer ik aan haar denk, zie ik steeds de witte benen, ongelukkig gevouwen onder de kar die haar juist stevigheid moest bieden.

‘Alle personages zijn fictief’, zeg ik wanneer ik niet wil dat mensen die ik met de grootst mogelijke nauwkeurigheid heb geportretteerd zich (terecht) menen te herkennen in mijn verhaal. Wat eigenlijk vreemd is. Want kan ik niet beter de realiteit dan mijn eigen geest verdorven doen lijken? Hoe dan ook, achter het schild van fictie kun je alles zeggen. Kun je alles laten zien. Het begrip ‘fictie’ is verzonnen door angsthazen van schrijvers.

Voordat ik te veel afdrijf, wil ik terugkomen op de film die aan The Darjeeling Limited vooraf gaat. Hotel Chevalier duurt niet langer dan dertien minuten. Er ontvouwt zich een liefde tussen twee complexe persoonlijkheden in een over-the-top Parijse omgeving. ‘Beloof me dat je altijd een vriend voor me zult zijn’, zegt de ex-liefde van Jack vlak voordat ze de liefde bedrijven. ‘Ik beloof je dat ik nooit een vriend voor je zal zijn’, antwoordt hij plechtig. Met een liefdesverklaring die ook is op te vatten als afwijzing.

Tegen het einde van The Darjeeling Limited laat Jack zijn broers een kort verhaal lezen over twee moeilijke mensen in een Parijse hotelkamer. Een van zijn broers complimenteert Jack met de dialoog waarin hij belooft nooit een vriend te zullen zijn. Jack opent zijn mond om zich te verdedigen, maar laat zijn schild ‘alle personages zijn fictief’ halverwege zakken. Hij maakt de zin niet af.

Het mooie is dat met die ingeslikte zin Hotel Chevalier op losse schroeven komt te staan. Want hoewel de mogelijkheid bestaat dat Jack eindelijk inziet dat hij noch zichzelf noch zijn omgeving hoeft te sparen – en er voor uit kan komen dat de realiteit zijn materiaal is – is het ook mogelijk dat hij voor het eerst werkelijk iets verzonnen heeft: de liefde met het mooie meisje dat hem komt opzoeken in het hotel. Díe geschiedenis is zo mooi dat hij onwaar moet zijn.