Acupunctuur in China onder druk door geldgebrek

De traditionele Chinese geneeskunde staat onder druk. De overheid heeft er jaren weinig geld in gestoken en ziekenhuizen voeren liever dure westerse behandelingen uit.

Buiten voor het in traditioneel Chinese stijl opgetrokken houten gebouw van het Academisch Medisch Ziekenhuis voor Traditionele Chinese Geneeswijzen in Peking staat een rij van meer dan vijftig mensen. „Wachttijden van twee tot vijf uur zijn heel gewoon in China. Alleen rijke mensen maken een afspraak”, zegt Liu Shou die voor de hitte zijn broekspijpen tot zijn knieën heeft opgerold.

Binnen, waar de rij begint, staan direct achter de hoofdingang apothekers in witte stofjassen kruiden te hakken in een mortier van messing. Zo nu en dan draaien ze zich om, trekken een lade open van een enorme Chinese apothekerskast en leggen gedroogde bloemen behoedzaam op een koperen weegschaal. Achter hen kringelt vanuit een tiental behandelkamertjes moxawierook, dat wordt gebruikt om de energiebalans van het lichaam te herstellen.

Met naalden in het lichaam, houten wierookdoosjes op hun buik en natte doekjes over hun ogen, liggen patiënten zij aan zijn op roestige brancards die in de gang zijn geparkeerd. Pal naast de behandeltafels drommen tientallen patiënten om een dokter die een voor een hun polsen voelt. Slechts een smoezelig gordijn van kaasdoek vormt de afscheiding tussen de patiënten. De moxarook zorgt ervoor dat je geen hand voor ogen ziet. Hoestend en proestend vegen patiënten en artsen met flinterdunne zakdoekjes de tranen uit hun ogen.

Mevrouw Qiu heeft last van een trage stoelgang en vage buikklachten. Ze heeft twee lange naalden in haar voeten en zes korte in haar buik. Dokter Yang Zhen is een van de meest vooraanstaande acupuncturisten in Peking. Dagelijks ontvangt hij zo’n veertig patiënten. „Mijn patiënt heeft te weinig vuur (yang ) en daarom moet er gestookt worden”, zegt hij terwijl hij een houten doosje over de naalden zet waarin een moxastaafje brandt.

„Ik heb al meer dan driehonderd euro uitgegeven aan een westerse behandeling. Zonder resultaat. Nu, na zes behandelingen, verdwijnen mijn klachten en kan ik weer naar de wc”, zegt mevrouw Qiu. Een behandeling kost haar twaalf euro. Daarvan moet ze vijftien procent zelf betalen, de rest wordt door de verzekering vergoed. Yang vertelt dat 80 procent van de bevolking voor simpele kwaaltjes naar een traditionele arts gaat. Het is effectief, goedkoop, heeft nauwelijks bijwerkingen en de verzekering doet nooit moeilijk.

Yang, die met zijn warrige scheiding en grote bril oogt als een verstrooide wetenschapper, vergelijkt de mens met een microkosmos. „Het is een kwestie van balans tussen yin en yang. Als een bos in brand staat, gooi je ook geen kolen op het vuur. Dan gebruik je water om te blussen.”

Sinds de dood in 1908 van keizerin Cixi, die niets van het moderne westen moest hebben, staat de traditionele geneeskunst onder druk. De nationalisten namen in 1911 onder leiding van Sun Yatsen de macht over en zij richtten hun blik op het westen. Mao herstelde de oude geneeskunst in ere en introduceerde de blotevoetendokter, die het platteland op ging om mensen met eenvoudige middelen medisch te ondersteunen.

Maar onder Deng Xiaoping, die na de dood van Mao in 1976 de mach naar zich toe trok, kon de traditionele geneeskunst niet rekenen op veel steun van de overheid die zijn zinnen had gezet op het openen van de deuren voor het westen van het tot dan toe vrij gesloten China.

Veel oude meesters zijn in de jaren tachtig gezwicht voor het grote geld en naar Amerika vertrokken. Generaties oude kennis dreigt daarom nu in China verloren te gaan.

Op dit moment heeft China zo’n 300.000 traditionele artsen; ongeveer vijfhonderd van hen zijn ervaren. In 1980 waren er nog vijfduizend oude meesters. Daar komt bij dat ziekenhuizen veel liever dure behandelingen uitvoeren dan goedkope traditionele medicijnen verkopen, omdat ze daar door de privatisering nu het meeste geld mee verdienen.

Het huidige Chinese overheidsbeleid richt zich meer dan voorheen op de traditionele Chinese medicijnleer. In het nieuwe vijfjarenplan (2006-2010) wordt er meer geld aan uitgegeven dan de periode daarvoor; 500 miljoen euro tegen 80 miljoen euro in het vorige vijfjarenplan.

„Artsen die traditionele methodes gebruiken moeten de basis leren van de westerse geneeskunst. Ook moeten de twee richtingen beter samenwerken”, bepleit Yang. „Maar de traditionele geneeskunst mag ook weer niet te veel worden gerationaliseerd.”

Yang gaat mij voor naar zijn kale rookvrije kantoor. Ik neem plaats op een lage houten kruk en leg mijn pols op een soort zeemleren sponsje. Even de tong uitsteken, Aaaaah zeggen hoeft niet. Yang snuffelt in mijn nek, want ook de lichaamsgeur verraadt je fysieke gesteldheid.

De tong is in het midden geel als een dun sepia papiertje. Op het punt van hart en maag is de pols zwak. Dat betekent dat de maag (wei) -meridiaan geblokkeerd is en er teveel vuur (yang) in het hart is. De dokter vraagt me op een bank te gaan liggen, voelt onder mijn ribbenboog en vraagt waar het pijn doet. „Rechtsonder? Dan is maakt de alvleesklier onvoldoende enzymen aan.”

Yang stopt het einde van zijn brilpoot in zijn mond, kijkt me lachend aan en zegt: „De meeste Chinese vrouwen van uw leeftijd krijgen last van hun nieren. Waarschijnlijk hadden uw voorouders een zwakke maag. Ik zal kruiden voorschrijven die uw grote maagmeridiaan openen. Ik adviseer u vegetariër te worden en veel water te drinken. Beter slapen en meer bewegen kan ook geen kwaad.”