Ziekte maakt volksaard

Gemiddelde karakterverschillen tussen landen worden mede bepaald door hun ziektegeschiedenissen, zeggen psychologen. Epidemiologen twijfelen.

Mensen uit verschillende landen verschillen ook enigszins van karakter. Een onverwachte verklaring daarvoor, zo blijkt nu uit onderzoek, heeft te maken met hoe vaak een land getroffen is door gevaarlijke besmettelijke ziekten. Want als in een gebied een halve eeuw geleden veel dodelijke infectieziekten voorkwamen, zijn de mensen daar nu gemiddeld introverter en seksueel geremder, en staan ze minder open voor nieuwe ervaringen dan mensen uit gebieden waar minder infectieziekten voorkwamen. Dat schrijven psychologen van de universiteit van British Columbia in het julinummer van Journal of Personality and Social Psychology.

De psychologen noemen twee mogelijke verklaringen voor het gevonden verband. Het kán zijn dat extravert gedrag in ziekterijke gebieden grotendeels uitsterft – sociale types raken snel besmet, en karaktereigenschappen als deze zijn deels erfelijk bepaald. Maar het kan óók zijn dat in regio’s met veel dodelijke ziektes normen ontstaan waardoor mensen zich minder vrij en minder sociaal gaan gedragen.

Angst voor besmetting maakt dat mensen zich anders opstellen tegenover anderen, dat was al bekend uit eerder onderzoek. En daarbij nemen ze zozeer het zekere voor het onzekere, dat hun houding niet altijd functioneel meer is. Zo blijkt dat mensen die chronisch bang zijn voor ziekten ook vaker een hekel hebben aan obesitaspatiënten, lichamelijk gehandicapten en buitenlanders – alsof je iets zou kunnen oplopen van contact met zulke mensen. Daarbij vergeleken is het dus nog alleszins redelijk je in een omgeving met veel besmettelijke ziekten wat minder sociaal en outgoing te gedragen.

De psychologen betrokken negen levensbedreigende besmettelijke ziekten in hun onderzoek: tuberculose, tyfus, dengue (knokkelkoorts), lepra, filariasis (infectie met draadwormen), malaria, trypanosomen (parasieten die tropische ziektes als de ziekte van Weil en slaapziekte veroorzaken), schistosomiasis (een parasitaire worminfectie) en leishmaniasis.

De onderzoekers concentreerden zich op deze vooral tropische ziektes, licht eerste auteur Mark Schaller per e-mail toe, om aan te kunnen sluiten bij ander onderzoek naar infectieziekten. Ook zijn deze ziekten veel gevaarlijker dan moderne varianten van griep en verkoudheid.

De psychologen zochten de verspreiding van de ziektes in 71 landen op in onder meer medische atlassen uit de jaren ’40 en ’50 van de vorige eeuw. Er bleek een verband te bestaan tussen de mate waarin de genoemde ziektes vroeger voorkwamen in een land, en de gemiddelde karaktereigenschappen in dat land zoals vastgesteld (met vragenlijsten en representatieve bevolkingssteekproeven) in grootschalig onderzoek in 2005 en 2007. Naarmate er vroeger meer infectieziekten in een land voorkwamen, staan de mensen in dat land nu gemiddeld minder open voor (al dan niet seksueel) contact met anderen.

Jan Pieter van Oudenhoven, hoogleraar crossculturele psychologie te Groningen, vindt de onderzoeksresultaten interessant, zegt hij, maar hij denkt wel dat het om een klein effect gaat. „Binnen landen is de variatie in karakter heel groot, je hebt in Nederland mensen die heel timide zijn, of extreem extravert. Maar de verschillen tussen landen zijn vaak minimaal. Als je Nederlanders met Chinezen vergelijkt, vind je wel wát verschillen, maar die zijn toch heel klein.” Evengoed, zegt hij: „In een gebied waar een gevaarlijke infectieziekte heerst, kan ik me voorstellen dat zo’n ziekte flink huishoudt onder de pool van extraverte mensen – extraversie heeft een belangrijke erfelijke component. Maar ik kan me niet voorstellen dat mensen in zo’n gebied minder extravert zullen omgaan met hun eigen kinderen, of met hun familie. Ze zullen misschien wel wat voorzichtiger worden; dat heb je met aids ook gehad. Maar daar zie je: die extraversie komt weer boven zodra er medicijnen zijn.”

Hoogleraar epidemiologie Jan Vandenbroucke (Leids Universitair Medisch Centrum) is nog wat sceptischer over het verband tussen ziekten en introversie. „Het kan waar zijn, maar ik vrees toch dat er onvergelijkbaarheden bestaan tussen de ontwikkelde westerse en de minder ontwikkelde Afrikaanse landen waarmee de onderzoekers geen rekening hebben gehouden.” De psychologen corrigeerden voor verschillen in levensverwachting per land, bruto nationaal product en individualisme versus collectivisme. „Maar niet”, zegt Vandenbroucke, „voor bijvoorbeeld ontwikkelingen die de westerse maatschappij heeft meegemaakt en ontwikkelingslanden niet: mei ’68, de evolutie van onze levensstijl, ontkerstening... Het is een interessante bevinding, maar ik vrees dat deze onderzoekers ten prooi gevallen zijn aan wat wij de ecological fallacy noemen” – een interpretatiefout van statistische verbanden.

Had hij het verband niet eerder andersom verwacht: hoe extraverter de mensen in een land, hoe meer infectieziekten? „Nee, dat niet. Als je op grote afstand van elkaar blijft, weinig reist, in een gesloten gemeenschap leeft, heb je inderdaad minder kans op infectieziekten.”