Ze spugen voor je op de grond

Een groepje Marokkaanse jongeren terroriseert Culemborg al jaren.

Alleen een groot onderzoek helpt, voor even. Komende week staan ze voor de rechter.

In de voortuinen van rijen identieke blokhuizen bloeit lavendel en hortensia. Na vier rijen huizen is er een speeltuin en daarachter weer vier rijen. In deze overzichtelijke buurt – de Staatsliedenbuurt in de wijk Terweijde in Culemborg – wonen veel Marokkaanse gezinnen. Ze gingen er wonen toen de kabelbranderij in de jaren zestig personeel zocht. Achter de huizen schermen ijzeren hekken de gangen af, zodat jongens met scooters zich minder snel uit de voeten kunnen maken.

Vanuit deze wijk terroriseren zo’n 20 tot 25 jongens van Marokkaanse afkomst de hele stad. Ze komen uit vijftien gezinnen in deze wijk.

Dit keer was het een golf van honderden auto-inbraken, van oktober tot april dit jaar. De jaren daarvoor was het terreur op straat, of inbraken in woningen en bedrijfspanden. Elk jaar was er wel wat, al sinds 2002.

De komende weken komen ze voor de rechter. Woensdag worden de verdachten van heling berecht, de jongens die zouden hebben gestolen in de week erna. Van de eenentwintig verdachten zijn er vijf niet van Marokkaanse afkomst, en vijf komen niet uit deze wijk.

De politie Culemborg weet precies hoe de jongens in de gezinnen heten, naar welke school ze gaan en met wie ze bevriend zijn. En toch lukte het de afgelopen zes jaar niet hun overlast, vernielingen en inbraken te stoppen.

Niet met een zerotolerancebeleid, zoals in 2005. De jongens kregen een bekeuring voor schuin oversteken. Niet met gezinscoaches. De ouders spraken schande van het gedrag van hun zonen, maar het veranderde niets. Er kwamen Marokkaanse buurtvaders die verraders werden genoemd. Eén voor één haakten ze af. Voor de laatste kwam een ambulance voorrijden, maar híj had niet gebeld. Een dag nadat de woningcorporatie met hekken de gangen achter de huizen afschermde, lagen die eruit.

Laatst hing de gemeente bloembakken aan lantarenpalen in de Staatsliedenbuurt. Ze overweegt nu, zegt wijkagent Gerrit Langerak, samen met de woningcorporatie een puntdak op de platte daken te zetten. Hebben de jongens een eigen slaapkamer.

In 2002 gingen Marokkaanse tienerjongens buurtbewoners terroriseren op straat. In 2004 haalden ze hun woningen leeg. In 2005 stalen ze computerschermen uit de plaatselijke vmbo-school. Hun jongere broertjes plakten overdag met witte stickers de sensoren af van beveiligingscamera’s. Ze waarschuwden als de flatscreens werden vervangen. Winkel- en bedrijfspanden in 2006. De jongens werden aangehouden, soms werden ze veroordeeld. Het gaf telkens een paar maanden rust en dan laaide het weer op.

Nu hebben we hun jongere broertjes in beeld, zegt groepschef van de districtsrecherche Bert Stronks. Ze leerden van hun broers geruisloos een autoruit in te tikken met bougiegruis, graveerpennen van school, of met noodhamertjes uit bussen.

Als de Marokkaanse jongens worden opgepakt, houden ze hun mond of ze ontkennen alles. Getuigen krijgen een steen door de ruit – door álle ruiten. Een bewoner in de nabijgelegen wijk Voorkoop hield in oktober een jongen vast na een inbraak in zijn auto en kreeg een baksteen zo hard in zijn voordeur gesmeten dat die erin bleef zitten. Het was voor de politie reden een voor auto-inbraak buitenproportioneel groot onderzoek naar de daders in te stellen.

In oktober waren de jongens van 15 tot 25 jaar volgens de politie op pad gegaan. De navigatieapparatuur en laptops verkochten ze aan helers, die de apparatuur op Marktplaats zetten. Met telefoontaps („soms hadden we wel vijftien lijnen tegelijk lopen”), tientallen lokauto’s met ingebouwde camera’s („alleen een laptoptas was al genoeg”) en door zich voor te doen als koper van apparatuur, kreeg de politie naar eigen zeggen 78 zaken rond. In twee van de tientallen lokauto’s braken ze in.

Op het politiebureau vertelt een agente dat ze om de jongens uit de stad is verhuisd. Op de taps was te horen hoe ze haar te grazen wilden nemen. Sommige agenten durfden de buurt niet meer in.

„Toen heerste op een gegeven moment bij de politie wel een stemming van: die vervelende Marokkanen”, zegt Gerrit Langerak. Hij deed jeugdzaken bij de politie Culemborg voordat hij in 2003 wijkagent werd in Terweijde. De meeste jongens kende hij al. „Ik heb jongens gezien waarvan ik dacht: die glijden niet af. En toch gleden ze af. Het is de straatcultuur. De druk om mee te doen, om ook mooie schoenen te kunnen kopen.”

Sommige jongens blijven zichzelf verrijken ten koste van anderen. Maar de overlast, zegt hij, die wordt minder.

Hij kreeg een wijkpost naast het voetbalveld. Een steen door de ruit miste net zijn hoofd. „Staan daar allemaal van die jongens en je weet niet wie het gedaan heeft.”

Hij ging lopen door de buurt. Praten. Hij sprak in de moskee. Daar vertelde hij dat de politie het ook weleens bij het verkeerde eind had, maar dat ook zíj het goede moesten doen. Hij kreeg ook begrip voor hun situatie. Als hij een jongen zonder helm op een scooter ziet rijden, bekeurt hij niet altíjd.

Geen agent denkt dat dit onderzoek het laatste was. „Ik heb ze bijna allemaal in verzekering gesteld. Ze spugen voor je op de grond. In veel achterstandswijken zijn problemen met tweede en derde generatie Marokkanen. Maar nergens zijn ze zo respectloos als in Culemborg”, zegt Bert Stronks.

Ook wijkagent Gerrit Langerak heeft zijn twijfels. Deze jongens hebben jongere broertjes in groep zes en zeven van de basisschool, zegt hij. „Om hen maak ik me zorgen.”

Eén wijk is basis voor operaties in de hele stad. NRC 240708 / NL