Weifelende wethouder Kaya uit college R’dam

Wethouder Orhan Kaya van GroenLinks is opgestapt als lid van het Rotterdamse college. Hij zou te weinig steun genieten van de drie coalitiepartijen. „Een wijs en moedig besluit.”

Marco Pastors kan niet geloven dat de Rotterdamse wethouder Orhan Kaya (cultuur en participatie, GroenLinks) uit zichzelf is opgestapt. Een besluiteloze brokkenpiloot die „nu ineens wél een wijze beslissing heeft durven nemen?” Het raadslid van Leefbaar Rotterdam, de grootste oppositiepartij, meent dat het college of de coalitie „hem een duw heeft gegeven”.

Leefbaar Rotterdam zette de aanval in op de dag dat Kaya als wethouder aantrad, nu ruim twee jaar geleden. De voormalige bedrijfsarts had immers als raadslid de aanzet gegeven tot het gedwongen vertrek van hun voorman, wethouder Pastors. Die sprak bij Kaya’s installatie in schampere en rancuneuze bewoordingen over „het kleinste en overbodige lid van dit college”. Dat uitgerekend Kaya de integratie ter hand moest nemen in het multiculturele Rotterdam (174 nationaliteiten) stak de Leefbaren.

Gistermiddag maakte GroenLinks bekend dat Kaya per direct was opgestapt. „Hij ervaart te weinig steun van de andere coalitiepartijen [PvdA, CDA en VVD, red.] om de rit uit te zitten”, zei raadslid Arno Bonte. Kaya zelf was niet bereikbaar voor commentaar; hij is op vakantie in zijn geboorteland Turkije. Zijn partij is druk op zoek naar een opvolger.

Shervin Nekuee, een vriend van Kaya, is verbaasd over diens vertrek. Vorige week wekte Kaya nog allerminst de indruk te willen opstappen, benadrukt de Iraanse socioloog en publicist. „Ik spreek niet namens Orhan, maar ik heb het idee dat de PvdA hem heeft laten vallen met het oog op de verkiezingen van 2010.” Het beeld van een stuntelende wethouder raakt immers ook de socialisten, stelt Nekuee. „En dat kan de PvdA niet gebruiken op het moment dat Rita Verdonk de arena betreedt.”

Feit is dat de irritatie over Kaya’s weifelende optreden de laatste maanden toenam, en niet alleen bij de oppositie. Steeds openlijker distantieerden de drie coalitiepartijen zich van hem. Zo kwam hij in aanvaring met het CDA over zijn kunstbeleid, en hekelde de PvdA de „geschonden belofte” over een nieuw onderkomen voor homojongeren. VVD-raadslid Bas van Tijn deed Kaya’s integratieplannen af als „gekeuvel aan de Maas”.

Nog meer twijfel zaaide Kaya begin deze maand. De plannen voor het Europese Jongerenjaar 2009 kwamen pas op tafel na een ultimatum van de PvdA. Kaya overviel de raad vervolgens met de mededeling dat het omstreden Urban Podium (11 miljoen euro) in de Maassilo ‘op’ Zuid zou worden gevestigd. Waarom zoveel geld steken in de inventaris, terwijl het gebouw al in gemeentebezit is?

Een overtuigend antwoord kon Kaya niet geven. Zijn speelruimte was toen bovendien al ingeperkt. Voor de aansturing van het Jongerenjaar (kosten 47,5 miljoen euro) had het stadsbestuur een ‘collegeteam’ geformeerd. Kaya voerde formeel nog wel de regie, maar vier collega’s keken voortaan mee over zijn schouder: burgemeester Opstelten en de wethouders Geluk, Kriens en Harbers.

Kaya heette vanaf het allereerste begin de zwakste schakel te zijn in een college met acht wethouders en één machtige burgemeester. Zijn partij was getalsmatig bovendien overbodig voor de coalitie. Ook dat maakte zijn positie er niet sterker op. Daarnaast onderhield Kaya een moeizame relatie met zijn ambtenaren. „Orhan maakt nog steeds beginnersfouten”, stelde zijn partijgenoot Christian Jongeneel vorige maand.

Een ingewijde stelt dat begin dit jaar „de bel voor de laatste ronde” klonk. Aanleiding daarvoor was het dreigement van raadslid Bonte om uit de coalitie te stappen, nadat GroenLinks gevoelige nederlagen had geleden: bouw van een nieuwe kolencentrale, sluiting coffeeshops, meer huisbezoeken. Bontes moment van bezinning viel slecht bij de drie andere coalitiepartijen. Het beleid openlijk afvallen en een kwakkelende wethouder – dat was te veel voor de coalitiepartners. GroenLinks moest in de pas lopen, Kaya kreeg een laatste kans.

Die verspeelde hij. Ook al kreeg Kaya de inburgeringsklassen op tijd gevuld en wist hij extra geld vrij te maken voor de kunstsector.

PvdA-fractieleider Peter van Heemst benadrukte die wapenfeiten gisteren. „Maar als een wethouder onvoldoende steun voelt, dan is opstappen een verstandig en moedig besluit.”

Lees een eerder profiel van Kaya op nrc.nl/binnenland