Waarom riepen Lowlands-bezoekers massaal ‘Theo!’?

Als Lowlandsbezoekers samendrommen, ontstaan er opmerkelijke groepsactiviteiten. Van spontane potten- en pannenconcerten en soundwaves van camping naar camping, tot het massaal aanroepen van een zekere ‘Theo’ in 2004. Wat bezielt de festivalmens?

Voor het Theo-virus zijn in de loop der jaren verschillende verklaringen aangedragen. Volgens Lowlandsdirecteur Eric van Eerdenburg is het meest waarschijnlijke verhaal dat van Theo Vlaar, nu 27 jaar en watermanager in Groningen.

Vlaar verliet destijds de rij voor de ingang om te plassen, raakte zijn vrienden kwijt die hem begonnen te roepen, dat werd overgenomen door andere bezoekers en vervolgens riep heel Lowlands drie dagen lang ‘Theóóó!’ „Ik heb een naam die gewoon lekker is om te brullen als je wat biertjes op hebt”, zo verklaart Vlaar het nu. „Gelukkig is het voorbij. Ik werd er para van.”

„Mensen zijn imitatieve dieren”, zegt Hans van de Sande, docent sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) en gespecialiseerd in massagedrag. „De kuddementaliteit is in de evolutie diep verankerd in de genen van schapen en koeien, maar je ziet het deels ook bij mensen: zorgen dat je niet opvalt, in de kudde opgaan, anders ben je kwetsbaar voor predators. Mensen, net als primaten en bijvoorbeeld wolven, leven in een meer geavanceerde sociale groep. Hierin speelt vooral angst voor uitsluiting, want buitenbeentjes hebben minder kans op nageslacht.”

Uitsluiting of ostracisme raakt mensen heel snel en heel diep, zo toonde de Amerikaanse socioloog Kip Williams in 1997 aan met zijn simpele ball toss-experiment. Als een groep mensen een bal overgooit en sommigen worden daarbij consequent overgeslagen, dan worden zij in enkele minuten diep ongelukkig.

Samen iets roepen is dus fijn. Van de Sande: „Dat je er blij van wordt, maakt aannemelijk dat het ingeprogrammeerd gedrag is. Alles wat met voortplanting en overleving te maken heeft, zorgt voor hevige emoties. Elias Canetti constateerde in Masse und Macht uit 1960 al dat mensen het prettig vinden om af en toe in grote groepen te verkeren. Af en toe, hè.”