Verandering

Voor de aanvang van de Tour nam ik mij voor in mijn column het onderwerp doping te vermijden, maar de doping laat de Tour helaas niet los. Gedurende in totaal zestien jaar heb ik (mede) leiding gegeven aan professionele wielerploegen en diverse malen extreem turbulente tijden meegemaakt. De ‘Festina Tour’ van 1998 vormde een dramatische omslag in mijn wielerleven; paranoia, gebrek aan respect voor het individu en een genadeloze klopjacht kenmerken sindsdien de wielersport. De beelden van de recente dopinggevallen waarbij renners geboeid door de politie te midden van een woud van camera’s worden afgevoerd, roepen gemengde gevoelens op. Enerzijds vraag ik mijzelf af of dit spierballengedrag van de Franse justitie nu echt noodzakelijk is, anderzijds moet ik vaststellen dat er blijkbaar nog altijd idioten zijn die denken onaantastbaar te zijn. Eigen schuld dikke bult derhalve?

Zestien jaren lang heb ik continu mede moeten bepalen hoe de ploegen waarvoor ik werkte zich moesten plaatsen in het peloton. Hoe moest ik verklaren dat het mogelijk was dat onze renners midden jaren ’90 volledig werden weggereden in de klassementen van de grote rondes? En moesten we als ploeg ook op zoek gaan naar de ‘steen der wijzen?’ Continu het afwegen van resultaatrisico, hoever gaan anderen in godsnaam en hoever moest je eventueel daarin meegaan? Bepalende criteria zijn voor mij altijd geweest: de gezondheid, het welbevinden en de toekomst van de renner na zijn carrière. De renner bepaalde daarin zijn eigen weg, absoluut zonder druk vanuit ploeg of sponsor, in overeenstemming met de reglementen en wetten. Ik nam daarvoor een stuk verantwoordelijkheid, je kunt renners niet de jungle insturen en vervolgens de ogen sluiten. Resultaten prima, maar niet tegen elke prijs. Tijdens mijn carrière als renner en ploegleider was ik betrokken bij talloze grote overwinningen, heb ik mooie ploegen opgebouwd, honderden dopingcontroles en gezondheidscontroles meegemaakt, actief of passief. Eén positief geval is helaas de balans, Rory Sutherland 2005, op een banaal middel. Voor de zaak-Rasmussen heb ik de volledige verantwoordelijkheid alsmede de gevolgen op mij genomen. Hij was echter nooit positief, noch verdacht van concreet dopinggebruik.

Diverse renners van de generatie jaren ’90-2000 zijn nu actief als ploegleider-manager, zijn (zwaar) gestraft geweest, hebben ofwel de ‘vergrijpen’ opgebiecht, zijn vooralsnog met de schrik vrij gekomen of kozen voor een schone carrière. Ik stel vast dat er van de huidige generatie ploegleiders en -managers diverse mannen zijn die veel extremere keuzes hebben gemaakt tijdens hun carrière dan ikzelf. Tevens heb ik kunnen vaststellen dat exponenten die leiding geven aan het ‘nieuwe wielrennen’ niet allemaal zo vrijuit gaan als zou lijken. Hij die zonder zonde is…

De wielersport kiest ervoor zijn nek uit te steken: het aantal controles is enorm, de methodes vooruitstrevend, de renners moeten continu laten weten waar ze zich bevinden en de sport wil dat via de media uitschreeuwen. Bepaalde landen hebben doping opgenomen in het strafrecht. Bloedpaspoorten in combinatie met gerichte controles werken alvast prima. Enkele decennia geleden stond op een positieve controle drie maanden voorwaardelijk, het nieuws haalde de kranten nauwelijks. Zal met het publiekelijk executeren van de laatste dopinggebruiker nadat de tiende generatie epo plotseling opgespoord kan worden ook de wielersport sterven?

Werkelijke verandering vindt vooral plaats indien alle leidinggevenden van wielerploegen elkaar serieus gaan nemen, ernaar handelen en niet langer de anderen voor idioten verslijten. Keuzevrijheid zal immers – ondanks alle controles – altijd blijven bestaan.