Tijdens Q-koorts wordt geit gemeden

In Herpen had vorig jaar een kwart van de bevolking Q-koorts. De ziekte breidt zich uit. Geiten en schapen zijn verdacht, maar „een heel scala aan dieren kan de kiem dragen”.

Een paar maanden geleden voelde Tiny van Son (52) uit Herpen zich doodmoe en misselijk. De eigenaar van een metselbedrijf had ook „slappe spieren” en kon uiteindelijk „niks meer”. Nadat zijn huisarts vaststelde dat hij Q-koorts had, belandde hij in het ziekenhuis.

Hij had een zware longontsteking, vertelt de Brabander. „Ze maakten ook hartfilmpjes en controleerden mijn bloed. Na een week mocht ik weer naar huis.” Hij is weer aan het werk, maar lang niet op volle kracht. „Dat kan ook niet”, legt hij uit. „Als gevolg van de ziekte functioneert een van mijn longen nog maar voor 70 procent.” Hij moet nog regelmatig op controle.

Enkele weken geleden kreeg Van Son een telefoontje van een aannemer. Of hij was geïnteresseerd in een metselklus bij de grote geitenfarm aan de rand van Herpen, een dorp tussen Oss en Nijmegen. „Nou, mooi niet”, antwoordde hij meteen. „Ik neem dat risico niet en ik houd mijn personeel daar ook weg. Want alles wijst erop dat Q-koorts wordt veroorzaakt door geiten.”

Luister goed, vervolgt Van Son: „Je hoort mij niet zeggen dat die geitenhouder verkeerd bezig is, integendeel. Een prima vent, ik ken hem. Het is onterecht dat mensen in het dorp hem met een scheef oog aankijken. De overheid is verantwoordelijk. Den Haag moet de wetten aanscherpen. Waarom mag de mest bij die bedrijven twee, drie dagen lang op een hoop blijven liggen? Waarom kan die niet in één dag over het veld worden uitgereden?”

Q-koorts wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella Burnetii, die van dier op mens wordt overgedragen. De Q staat voor query (vraagteken): de ziekte is nog met veel raadsels omgeven. Volgens Piet Vellema van de Gezondheidsdienst voor Dieren heeft zijn dienst dit jaar bij één schapenboer en vijf geitenbedrijven Coxiella Burnetii aangetroffen, als oorzaak van een abortusprobleem.

De bacterie komt voor bij schapen, geiten en runderen. „Maar”, zegt Vellema, „een heel scala aan dieren kan de kiem dragen, die zich bij het krijgen van jongen openbaart”. Q-koorts is bezig aan een opmars in Nederland. Bij de GGD Hart van Brabant werden dit jaar 497 ziektegevallen gemeld. Elders in deze provincie, maar ook in Nijmegen, werden eveneens mensen getroffen. Tot 2007 registreerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) hooguit vijftien zieken per jaar.

In het drieduizend zielen tellende dorp Herpen had vorig jaar eenvierde van de bevolking Q-koorts. Momenteel hebben tachtig à negentig er last van, vertelt huisarts Alfons Olde Loohuis. „Vorig jaar dachten we hier iets van: we hebben pech. Er was een maand geen regen gevallen, de grond was droog waardoor de bacterie een kans kreeg. Maar de epidemie breidt zich uit. We kampen met de grootste uitbraak ter wereld ooit van Q-koorts. Het is toch te gek dat volwassenen die midden in het arbeidsproces staan, zo maar omvallen? Akkoord, je moet ook weer niet overdrijven, je gaat niet zo gauw dood aan Q-koorts.”

Samen met zijn Herpense collega Besselink en professor Van den Bosch schreef Olde Loohuis vorige maand een kritisch artikel in het blad Medisch Contact over de Q-koorts. „Als huisartsen in deze regio hebben we ons erover verbaasd dat de overheid weinig maatregelen heeft genomen om een epidemie te voorkomen”, schreven ze. „Dit in tegenstelling tot de soms draconische maatregelen die rondom de vogelgriepepidemie zijn genomen.”

De publicatie heeft geholpen, aldus Olde Loohuis. Zo komt er een gedegen onderzoek naar de bron van de ziekte. En de preventie wordt verbeterd. Eergisteren was de huisarts in Utrecht, waar een internationaal wetenschappelijk panel met onder meer de Gezondheidsraad ideeën uitwisselde over Q-koorts. „Daar zijn heel wat plannen gemaakt”, vertelt hij. „We willen, bijvoorbeeld, nagaan of de bacterie overal hetzelfde is. In Duitsland veroorzaken vooral schapen de ziekte, in Denemarken zijn het koeien, in Canada geiten.”

Belangrijk is, volgens Olde Loohuis, ook te weten of bloeddonoren getest moeten worden op Q-koorts, omdat hun bloed mogelijk risico’s kan vormen voor patiënten die bloed krijgen toegediend. Hij zegt dat het „wetenschappelijk ijs” wat Q-koorts betreft dun is. „Hebben vrouwen die Q-koorts hebben gehad een grotere kans op miskramen en vroeggeboorten? Het zijn nog vragen”, aldus Olde Loohuis, die vooralsnog werk genoeg heeft met zijn zieke dorpelingen.

Ook de regionale dierenarts Geert van Dinther heeft zijn handen vol. De jonge Ossenaar ziet de problemen rondom Q-koorts „hard toenemen”. Koeien kunnen ook voor besmetting zorgen, legt hij uit. „Maar die worden op stal gehouden. Krijgen ze een kalf, dan valt de nageboorte in een put. Die verspreidt zich niet, bij geiten valt die in het stro. Met soms vervelende gevolgen.”

Van Dinther adviseert de geitenhouders steeds „de nageboorten goed op te ruimen” en zwangere vrouwen uit de buurt van de dieren te houden. „Voor iedereen geldt dat je geitenmelk altijd moet koken. Ik dronk die vroeger uit de tank.” Hij weet „heel goed” wat het is, Q-koorts: twee jaar geleden had hij de ziekte zelf. „De behandelende arts had er nog nooit van gehoord. Dat is nu wel anders.”