Tafeltennis om te ontsnappen

De houding, het tengere ontblote lijfje, de eenzaamheid en de vastberadenheid – ik ken het goed van de kinderen met wie ik vanaf mijn achttiende jaar trainde in China. Tafeltennis is voor het jongetje een manier om zich te onderscheiden, om troost te vinden, en misschien om te ontkomen aan het moordende onderwijssysteem waarin alleen de beste leerlingen naar de universiteit kunnen.

Tafeltennis is in China nog altijd een populaire sport. Toch heeft pingpang qiu, zoals het in het Chinees heet, de laatste twee decennia veel concurrentie van andere sporten gekregen. Hoewel bij staatsbezoeken tafeltennissterren deel uitmaken van diplomatieke delegaties, neemt de interesse van de overheid en het publiek duidelijk af.

Toen de Amerikaanse president Nixon en Mao Zedong in de jaren zeventig door de ‘pingpongdiplomatie’ nieuwe betrekkingen aanknoopten, was de populariteit van tafeltennis op zijn hoogtepunt. Mao beschouwde het als een sport die bij uitstek zelfkennis, concentratie en de gezondheid bevordert. Maar zijn fantasieloze betonnen beeltenissen verdwenen na zijn dood even hard als de massief stenen tafeltennistafels die in zijn tijd overal op fabrieksterreinen, in parken en bij wooncomplexen stonden. Ze maakten plaats voor gietijzeren fitnessapparaten, basketbalveldjes, snookertafels en moderne weerbestendige lelijke tafeltennistafels. Waar tafeltennis twintig jaar geleden massaal werd beoefend en de bevolking ’s morgens om zes uur in de parken aan trage tai chi deed, speelt de stadsjeugd nu liever basketbal, honkbal en voetbal. De jonge stedelingen vinden tai chi iets voor slakken en pingpong een sport voor oude partijbonzen. Er is te veel afleiding, het Westen is te dichtbij.

Alleen plattelandskinderen zijn nog bereid uren te trainen om de top te bereiken. Dat begint al op de kleuterschool. Daar worden kinderen op basis van onder meer lichaamsbouw en hand-oogcoördinatie geselecteerd voor een speciale sportschool waar ze naast het gewone onderwijs een paar uur per dag verschillende sporten doen. De meest getalenteerde kinderen worden in korte tijd klaargestoomd voor de districtssportschool waar het gewone onderwijs nagenoeg van het rooster is geschrapt.

In China zijn ongeveer driehonderd van dergelijke scholen. Kinderen van vijf tot twaalf jaar worden bij hun ouders weggehaald om dagelijks zeven uur te trainen. De grootste talentjes kunnen hun droom waarmaken als ze worden geselecteerd voor het provincieteam of het nationale jeugdteam, de twee voorportalen naar de top van de sportpiramide: het nationale olympisch team in Peking.

De ouders van de talentjes schenken hun kind als het ware aan de sportautoriteiten; ze zien hun kind slechts een paar keer per jaar. Selectieleden leven in kale onderkomens en de sportzalen zijn ondergebracht in verwaarloosde barakken. Toch betekent het voor de kinderen meestal een verbetering. De staat voorziet hen in hun levensonderhoud en als ze buitengewone prestaties leveren, krijgen ze bonussen die variëren van honderd tot een paar honderd euro. Een jaarsalaris voor de ouders van dit jongetje.

Deze week elke dag een foto over sport in China met een verhaal van correspondent Bettine Vriesekoop, die ook als tafeltennisster veel in China was. Zij was twee keer Europees kampioen en veertien keer Nederlands kampioen tafeltennis.