Met die armbandjes sloten mensen mij dus buiten

Toen ik nog een tiener annex vroege twintiger was – we hebben het hier voor de duidelijkheid over het midden van de jaren negentig – was er niets zo cool als rondlopen met een enorme collectie Lowlandsarmbandjes om je pols. Daarmee gaf je niet alleen aan dat je al jaren naar Lowlands ging, en dat je er heel goed in was om jarenlang met zorg met katoenen armbandjes om te springen. Nee, wat je ermee aangaf was veel groter dan dat: dat je in touch was met de hedendaagse muziekcultuur, dat je een ongecompliceerd feestbeest was, en dat je er geen problemen mee had om een paar dagen in de modder te kamperen en in rijen voor plastic wc-hokjes door te brengen.

Vooral dat laatste gaf mij het gevoel dat ik mijlenver van de armbandjesdragers afstond. Modder en wc-rijen zijn niet mijn sterkste punten, en kamperen kan ik wel een klein beetje, maar niet met duizenden intimiderende uitgelaten leeftijdsgenoten om me heen.

Met die armbandjes sloten mensen mij dus buiten (en zichzelf binnen, in een grote, gezellige groep). En het ging ook niet voorbij. Nu lopen mensen er nog steeds mee. Ik hoorde zelfs dat er types zijn die het armbandje na het festival afknippen, maar het dan voor de volgende Lowlands weer keurig vastnaaien om hun pols, om als volwaardig Lowlandslid naar de Flevopolder te kunnen afreizen. Dat is natuurlijk intens burgerlijk, maar dat weten die mensen gelukkig niet.

Je moet iets overhebben voor het groepsgevoel.

En toch ben ik weleens op Lowlands geweest, om een drummende vriendin te zien optreden. Het was een belangrijk moment voor haar, en daar wilde ik best wat modder voor trotseren. Ik hoefde ook niet te kamperen, want ik had een speciale dagkaart van haar gekregen. En toen het ging regenen, ging ik gewoon weer naar huis.

Ik ging met een andere vriendin, die wel kon meegaan in het Lowlandsgevoel en al na enkele minuten stoned, dronken en intens vrolijk was. Ze had ook ineens een hele rare gele zonnebril op. Ik klapte wel leuk mee met Manu Chao, maar ik zat er toch niet helemaal in. Dat kon ik gewoon niet.

Dit jaar ga ik weer, voor de krant, en omdat ik Franz Ferdinand wil zien. Ik ga weer niet kamperen, weer niet dronken worden, en weer na afloop mijn armbandje weggooien. Ik ben mijn eigen kleine tegenbeweging, en dat vind ik eigenlijk wel rock-’n-roll.

Aaf Brandt Corstius