Leven van tabak

Honderden miljoenen geeft Brussel jaarlijks aan de Europese tabaksboeren. Dat moet eens ophouden. Maar in Italië vindt men de Europese draai hypocriet. Brussel zou niets van de werkelijkheid snappen.

Voor Fabio Rossi zijn het prachtige gezonde planten en geen ziekte zaaiende sigaretten. Hij leeft van de tabak. Met zijn grote handen streelt hij de groene bladeren aan de ranke stelen. Hij voelt het gewas bijna groeien op zijn broeierige akker in de Tibervallei van Noord-Umbrië. Een halve meter hoog zijn de planten nu. Over twee maanden zullen ze bijna twee meter de lucht in reiken. Dan kunnen de bladeren worden geoogst en verwerkt tot miljoenen sigaretten. Maar voor hoe lang nog, nu roken onder vuur ligt en Brussel de tabakssubsidies wil intrekken?

320 miljoen euro krijgen de tabaksboeren jaarlijks aan subsidie uit Brussel. De Europese Commissie vindt dat niet meer te verenigen met het ontmoedigingsbeleid voor rokers dat veel lidstaten voeren. Al in 2004 is besloten om de tabakssubsidies eind 2009 te beëindigen. In november van dit jaar moet dit besluit worden bekrachtigd door de Europese raad van landbouwministers. Dan wordt het vierjarenplan 2009-2013 voor landbouwsubsidies vastgesteld.

Rossi, telg uit een oud tabaksgeslacht, verbouwt Virginia Bright-tabak, een van de hoofdbestanddelen voor sigaretten. Zijn familie doet dat al zeven generaties lang. Zijn grootvader had 200 hectare land, Rossi nu nog 130. Hij vreest dat hij er spoedig geen tabak meer op kan verbouwen.

„De subsidiestop wordt de ineenstorting van de sector”, klaagt Rossi. „Een bedrijfstak die in Italië aan 65.000 mensen werk geeft, net zo veel als Fiat en zijn toeleveringsindustrie.” In heel Europa zijn volgens schattingen van de sector 400.000 personen werkzaam in de tabaksteelt en -verwerking, van wie er 100.000 boer of landarbeider zijn.

Deze boeren zeggen alleen dankzij de subsidie uit Brussel het hoofd boven water te houden. Rossi krijgt op de markt 1 à 1,20 euro per kilo gedroogde tabaksbladeren. Al sinds jaar en dag doet Brussel daar 2 euro subsidie bij. Rossi: „De EU-steun hebben we nodig om te concurreren met landen als Brazilië en India waar arbeidskrachten en andere productiemiddelen veel goedkoper zijn.”

Al maanden voeren de Europese tabaksboeren en -verwerkers actie tegen de subsidiestop. Eind mei boekten ze succes in het Europees Parlement. Op instigatie van de Zuid-Europese landen stemde het Parlement voor verlenging van de subsidie tot 2013. Een pyrrusoverwinning, omdat uiteindelijk de Europese Raad over landbouwsubsidies beslist.

Maar de Italiaanse boeren zetten de strijd voort, zij aan zij met de 500 burgemeesters van tabakproducerende gemeenten in Italië samen met boeren uit Spanje, Polen, Hongarije, Bulgarije en Frankrijk.

Italië is de grootste tabaksproducent van Europa – dat zelf maar 4 procent van de wereldproductie voor zijn rekening neemt. De Italiaanse boeren zijn geconcentreerd in drie regio’s. In Veneto, in Caserta boven Napels, en langs de bovenloop van de rivier de Tiber in Umbrië. Fernanda Cecchini is burgemeester van Città di Castello in Umbrië, hoofdstad van de Italiaanse tabaksteelt. In dit sfeervolle stadje verraadt de stadsplattegrond hoe belangrijk de tabaksverwerking hier is. In het hart van de stad lagen de oude pakhuizen en fabrieken, die nu naar de periferie zijn verplaatst. Ook burgemeester Cecchini vecht voor de overleving van de tabaksteelt in Italië en voor de instandhouding van de EU-subsidies tot 2013. Zij leidt de 500 Italiaanse tabaksgemeenten in hun strijd. „Het lijkt misschien politiek niet correct dat ik als burgemeester de tabakstelers verdedig. Maar ik doe dat om dit gebied te steunen. Het einde van de subsidies zou enorme consequenties hebben voor deze streek en mijn stad. Wat te doen met de jonge tabaksboeren die net hebben geïnvesteerd? Waar moeten de landarbeiders gaan werken? En hoe moet de machine-industrie verder die op het gebied van tabaksverwerkingsmachines leider is in Europa?”

In haar stad van 40.000 inwoners werken 4.000 personen in de tabaksteelt, daarnaast zijn er nog vele bedrijven die landbouwmachines, zaden of diensten leveren aan de tabaksboeren: „Het zou een economische ramp zijn als dit zou stoppen”, beklemtoont ze.

Volgens de burgemeester en ook de boeren is de stop op de subsidies onder het mom van ontmoediging hypocriet. „Wie rookt vindt toch wel tabak. Zeker, omdat 75 procent van de tabak die in Europa wordt opgerookt uit andere werelddelen wordt geïmporteerd”, zegt de burgemeester.

Sigarettenmultinationals als Philip Morris, Britsh-American Tobacco, Imperial Tobacco en Japan Tobacco International zullen de Europese tabaksboeren niet redden door de 2 euro subsidie voor hun rekening te nemen. „Zij kopen gewoon elders in Zuid-Amerika, of Afrika waar de tabak goedkoper is”, zegt tabaksboer Domenico Brugnoni, die 50 hectare verbouwt.

De grootvader van Fabio Rossi richtte een eeuw geleden met vijf andere boeren de Fattoria Autonoma Tabbacchi op en werd zelf directeur. Nu is Fabio directeur van deze coöperatie, waarbinnen boeren samenwerken bij de verwerking van tabak. De organisatie geeft adviezen aan boeren. Ze heeft een verzekeringsmaatschappij die het gewas tegen hagelschade dekt – de grootste bedreiging van de tabaksboer. En de coöperatie beschikt over een fabriek waarin de tabak wordt geselecteerd en gesneden.

De fabriek staat in Città di Castello. De tabak die elders al acht dagen is gedroogd wordt hier gesneden en geselecteerd. Het is drukkend heet in de hallen. De nicotinedamp slaat op keel en ogen. Vroeger selecteerden 1.500 vrouwen handmatig de tabaksbladeren. Nu gebeurt dat machinaal onder leiding van agronoom Gilberto Milli, die bezweert dat werken in zijn fabriek absoluut niet schadelijk voor de gezondheid is.

Milli is woedend op Brussel. Hij maakt een sommetje: „Voor 1 kilo tabak krijgt een boer 2 euro EU-subsidie. Van die kilo worden 1.300 sigaretten gemaakt, in Italië goed voor 65 pakjes à 3,60 euro per pakje. Dat is samen 234 euro. 75 procent van de 234 euro is belasting. Ons werk levert de staat dus 175 euro per kilo op en dan mogen wij onze 2 euro subsidie per kilo niet behouden?”

Oriano Gioio van de Italiaanse tabakbrancheorganisatie Unitab kan de „Europese technocraten die alleen maar op een pc kunnen tikken” wel vermorzelen. „Wij gaan dit najaar allemaal naar Brussel en zullen ons laten horen.”

Toen de EU in 2004 besloot om eind 2009 met de subsidies te stoppen, had de EU volgens hem een overgangsplan voor de sector moeten lanceren, met subsidies om de bedrijven om te bouwen. „Dat is niet gebeurd en nu wordt ons het burgerrecht om als boer te produceren ineens ontnomen. Er is een grote kloof tussen het Europa van de bureaucraten en het reële Europa.”

Gioio heeft ook kritiek op de subsidie die is verstrekt aan boeren die hun tabakland braak lieten liggen. „Die kregen 3.000 euro per hectare. Ruim vier keer zoveel als een graanboer krijgt die een akker wel bewerkt. Ze staan daar in Brussel buiten de werkelijkheid.”

Door deze braaksubsidie is bijna de helft van de Italiaanse tabaksboeren de laatste vijf jaar gestopt. „Maar dat zijn de kleintjes en boeren zonder opvolging. Bedrijven die geïnvesteerd en gemoderniseerd hebben, kunnen niet zomaar stoppen. Velen hebben geld gestoken in machines die de oogst overnemen van de mens. In 2004 werd nog 70 procent met de hand geoogst. Nu bijna niks meer.”

Rossi, Brugnoni, Milli, Cecchini, en Gioio erkennen allemaal dat roken slecht is. Cecchini, die twee pakjes per dag rookte, is er vier jaar geleden mee gestopt toen het rookverbod in Italiaanse publieke ruimten werd ingevoerd. De boeren Rossi en Brugnoni roken niet. Milli „geniet twee à drie sigaretten per dag”, en is naar eigen zeggen op zijn 53ste nog een verdienstelijk zwemmer.

Volgens hen vernietigt de subsidiestop een economisch en sociaal goed functionerend systeem, terwijl er niet minder door zal worden gerookt. Milli: „Als de EU geen tabak meer produceert, dan wordt die gewoon ingevoerd van elders. En dan is het maar afwachten of die gewassen net zo worden gecontroleerd op ziektes en gebruik van bestrijdingsmiddelen als de onze.”