Les 1: géén spijkerbroek

Binnenkort beginnen de Olympische Spelen in Peking.

nrc.next-redacteuren testen hun sporttalent. Kunnen ze deelnemen aan de Spelen in 2012 in Londen?

„Een spijkerbroek!”, zegt Marlies van Baalen tegen mij. „Dat is dus echt niet handig! Dat schuurt straks als je op het paard zit.”

Dat wist ik niet. Ik voel me dom. Ik had me juist zo goed willen voorbereiden voor het bezoek aan dressuuramazone Marlies van Baalen.

Ik snap het ook niet. Lucky Luke draagt toch ook altijd blauwe spijkerbroeken als hij Jolly Jumper bestijgt? En wat te denken van Clint Eastwood? Die man heeft honderden kilometers te paard moeten afleggen om al die klassieke westerns tot een goed einde te brengen. Eastwood in een gelikt gladde ruiterbroek, dat heb ik in al die films nog nooit gezien. Dat dacht ik vanochtend vroeg toen ik voor de kledingkast stond.

„We proberen het gewoon”, zegt Marlies goedmoedig. Ik krijg wel een bolle, brandschone zwarte cap op. Weg Eastwood-image. Dressuurstal Van Baalen is ooit begonnen als een boerenbedrijf, maar moeder Coby en dochter Marlies zijn afgelopen jaren gestegen tot de top van de dressuursport. Marlies heeft deelgenomen aan de Olympisch Spelen van Athene. Het Nederlandse team werd vierde.

En eigenlijk zou Marlies dit jaar meedoen in China. Maar een wandeling door de langgerekte stallen met tientallen paarden maakt duidelijk waarom dat is mislukt. Marlies’ paard Kigali, bestemd voor China, staat nog in de box. „Nog voor de selectie voor de Spelen kreeg Kigali een blessure”, zegt Marlies. „Een hoefkneuzing.”

Geblesseerd of niet, Kigali is een speciaal paard. Het dier heeft een carrièreswitch gemaakt: vroeger was het een springpaard. Nu een dressuurpaard.

Kigali blijft in de stal. Misschien dat-ie in 2012 wel beschikbaar is, hoopt Marlies. In de binnenbak zijn wel twee andere paarden aan het rijden. Een van de paarden loopt schuin, maar moet tegelijkertijd het hoofd recht houden. Hij lijkt wel dronken. En toch ziet het er elegant uit. Het ene been slaat hij voor het andere, als een schaatser die op het ijsbaan de bocht neemt.

Jonge meisjes, soms nog geen twaalf jaar, krijgen vandaag les van Marlies in de dressuursport. Zelf was ze vier jaar oud toen ze begon. „Je moet heel jong beginnen. Dat geldt niet alleen voor de paarden, ook mensen moeten jong beginnen.”

Zou ik (22) dan nog een kans maken?

Mijn ervaring met paarden is uiterst gering. Laatst, op vakantie in Cuba, heb ik voor het eerst op een paard gezeten. Niet omdat ik paardrijden nou zo leuk vind. Het communistische land kenmerkt zich door een schreeuwend gebrek aan asfalt. De huurauto kwam echt niet verder. Ik moest wel.

Marlies lijkt dit aan te voelen (zou het door mijn broek komen?). Ik mag op Miron gaan rijden – „het minst risicovolle paard. Hij is van de stalmanager, die is nu net even weg.” Gelukkig maar.

Mijn linker bespijkerbroekte been sla ik over het paard. Rustig, bang als ik ben voor het hangmatmoment: met één been te veel kracht zetten en dan aan de andere kant er vanaf vallen. Dan snel het andere spijkerbroekbeen eroverheen, en ik zit! Miron blijkt een stuk groter dan het paardje van vakantie (formaat schildpad).

Van stapvoets gaan we naar draf. Eerlijk gezegd is dat al moeilijk genoeg. Je moet meehobbelen, maar ik hobbel niet goed waardoor ik opveer en dubbel zo hard weer op het zadel land. En ja, het schuurt met een spijkerbroek. „Zullen we galop maar overslaan”, weet ik uit te brengen. Zoiets had Marlies ook al in gedachte.

Ook Anky van Grunsven-achtige zij- of achterwaartse paardenbewegingen zijn niet voor mij weggelegd.

Wat wil je ook? Marlies traint zeven dagen in de week. Om 7.30 uur zit ze al in het zadel. „Het duurt jaren voordat je het echt goed kunt.”