Kijk, dat is nog eens een praatjesmaker

Op een gegeven moment kondigt presentator Jochem van Gelder het volgende item aan: een jeugdige expert komt vertellen over zijn grote passie. Dit keer is het Jelle van, ik schat, een jaar of tien, die „alles over de ruimte weet”, aldus Jochem. De presentator loopt naar Jelle toe, die al klaar zit met zijn telescoop. Hij gaat zitten en vraagt eerst of Jelle K3 heeft gezien. Een retorische vraag, want de Vlaamse meidengroep had zojuist in het programma opgetreden. Niettemin knikt Jelle netjes van ‘ja’.

„Maar je bent hier niet om te vertellen over K3”, zegt Jochem vervolgens. „Toch?” „Nee”, zegt Jelle nu licht geagiteerd: hij komt hier vertellen over de ruimte, precies zoals Jochem net tegen het publiek had gezegd. „Nee, je komt hier vertellen óóóver …”, zegt Jochem dan en laat een pauze vallen alsof hij het niet weet. „Over de ruimte”, zegt Jelle nu echt geërgerd. „Dat weet je toch?”

Ja, dat weet Jochem wel.

Deze scène illustreert voor mij waarom Praatjesmakers van de NCRV wel een aardig, maar geen geweldig programma is. De presentator, Jochem van Gelder, is een kindervriend, die zijn jeugdige gasten het liefst op hun eigen ‘niveau’ benadert. Met een volwassene zou je een gesprek nóóit zo beginnen, zeker niet op tv.

Stelt u zich het eens voor: Ferry Mingelen in gesprek met de minister-president. „Nou, meneer Balkenende, heerlijk weertje, niet?” „Ja, eindelijk zomers.” „Maar ja, u bent hier niet om over het weer te praten, hè? U bent hier om te praten óóóver…” Koetsjie koetsjie, dah dah.

„De kredietcrisis, Ferry.”

Begrijp me niet verkeerd: Jochem van Gelder is een sympathieke man, die ik dolgraag als suikeroom had gehad toen ik nog zo oud was als zijn gasten in Praatjesmakers. Maar het zou de show enorm ten goede komen als hij af en toe minder als kindervriend en meer als een volwassen interviewer zou praten – het liefst een beetje afstandelijk zelfs.

Want dat zou ruimte scheppen voor twee scenario’s: óf de kinderen gaan hun ijzeren kinderlogica loslaten op zijn volwassen vragen – en dat is heel grappig. Óf ze gaan net zo ‘volwassen’ terugpraten – en dat is vaak nog komischer. Het lukte Van Gelder gisteren één keer: toen hij drie meisjes voor zich had en zei dat hij „in de bladen” had gelezen dat ze allemaal verliefd waren op een jongen. Een van de dames, Mariëlle, corrigeerde de bladenroddel onmiddellijk:

„Ik heb er twee.”

Toegegeven, Praatjesmakers is een uitzonderlijk moeilijk televisieprogramma om te maken, omdat het valt of staat met improvisatie, terwijl er geen acteurs aan meedoen. Bijna alles hangt af van hoe gevat de genodigde kinderen zijn. Maar de andere kant van de medaille is wel: zijn ze gevat, dan levert het vaak onweerstaanbare televisie op.

Dat bewees een illustere voorganger van Jochem van Gelder, de Amerikaanse entertainer Art Linkletter. Hij presenteerde liefst achttien seizoenen lang (van 1952 tot 1970) de familieshow House Party, waarin hij meer dan 20.000 korte gesprekjes aanknoopte met kinderen. Het onderdeel was zo geliefd dat het tot zelfstandige show werd verheven, getiteld Kids say the darndest things, gepresenteerd door Linkletter en acteur Bill Cosby.

De truc, beseften de makers, was goede casting: om in dat programma te komen, moest je écht een ongelofelijk eigenwijze snotneus zijn. Een snotneus zoals William bijvoorbeeld, die – zo zei hij – later als hij groot was graag „een adviescolumn in de krant” wilde schrijven. Cosby besluit hem onmiddellijk voor de leeuwen te gooien: of iemand uit het publiek misschien een probleem heeft dat hij aan William wil voorleggen? Een moeder staat op en vertelt William dat haar dochter nog steeds alleen maar in het ouderlijke bed wil slapen. „Heb je een tip hoe we haar zo ver kunnen krijgen dat ze in haar eigen bed onder de wol kruipt?” vraagt ze. Waarop de kleine William zegt:

„Door in haar bed te gaan liggen.”

Kijk, dat noem ik nog eens een praatjesmaker.