Hirsch Ballin in beroep om importbruid

Minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) vecht twee rechterlijke uitspraken aan die het zogenoemde importbruiden en -bruidegommen makkelijker maken zich bij hun partner of gezin in Nederland te voegen.

Dat heeft de minister gisteren bekendgemaakt.

De Amsterdamse rechtbank vonniste vorige week dat de Nederlandse wet niet toestaat dat de overheid het halen van een inburgeringsexamen in het buitenland als voorwaarde hanteert voor het verlenen van een verblijfsvergunning. De rechtbank in Roermond vonniste eerder deze maand al dat de eis dat een ‘derdelander’ (in Nederland wonend persoon uit een niet-EU-land) van een ‘importbruid(egom)’ 120 procent van het minimumloon moet verdienen, in strijd is met Europese regelgeving.

De minister heeft geen kritiek op de rechtbanken. „De rechters doen hun werk. Er zijn soms onderwerpen waar juristen over van mening kunnen verschillen”, zei Hirsch Ballin tegen persbureau ANP. Totdat in hoger beroep uitspraak is gedaan, blijven de huidige regels gelden, zegt een woordvoerder van de minister.

De Amsterdamse rechtbank concludeerde dat een geslaagde inburgeringstoets in het buitenland niet staat opgenomen in de wettelijke lijst eisen waaraan een importbruid(egom) moet voldoen. De rechtbank noemde dat een „kennelijke misslag” van het ministerie van Justitie.

Volgens Hirsch Ballin bestaat er wel degelijk een wettelijke grond om een succesvol examen te eisen voor verblijf in Nederland. Hij baseert zich op het zogenoemde ‘Soeverein Besluit’ uit 1814, dat de overheid de bevoegdheid geeft eisen te stellen aan mensen die naar Nederland willen komen.

Mocht de minister het hoger beroep in de inburgeringszaak verliezen, dan zal hij de regels zo aanpassen dat er „geen onduidelijkheid kan bestaan” dat de inburgeringstoets moet worden behaald voordat de migranten naar Nederland mogen afreizen. Bijna de hele Tweede Kamer heeft al laten weten dat deze eis een belangrijk onderdeel van het immigratiebeleid is, en moet blijven bestaan.

Beide nu omstreden maatregelen zijn ingevoerd door voormalig minister van Vreemdelingenzaken Verdonk. Ten tijde van de invoering was er veel kritiek op de maatregelen, omdat zij de grenzen van wat juridisch mogelijk was zouden overschrijden.