Het oordeel aan de poort

Nicolien Mizee geeft een cursus verhalen schrijven aan de Volksuniversiteit. Ze laat zich inspireren door het werk van haar leerlingen. Vandaag over wie door mag gaan naar het volgend jaar.

De raad der schrijvers heeft bepaald dat er van mijn zeven leerlingen slechts een door mag naar het volgend jaar. Tot mijn schrik ben ik daardoor in een Petrusrol gedrongen: jij mag door de poort. Jij niet. Volgend jaar misschien? Dat weten wij nog niet.

Mijn leerlingen zitten dicht tegen elkaar op het smalle bankje in de gang. Ik open de deur wijd en ze lopen als slachtvee achter elkaar naar binnen. Nu niet meer dralen, maar korte metten maken. „De vergadering heeft besloten dat Victor door mag naar het volgend jaar. De anderen moeten het jaar nog een keer over doen.”

Martha is een vierkant blok graniet. Ook Victor zit doodstil, maar in zijn ogen blinkt een lichtje. Dan kijk ik naar Karel en ik schrik. „Karel”, zeg ik, „iedereen was toch erg te spreken over je vorderingen.”

„Maar het is niet goed genoeg”, zegt hij toonloos.

Hij verroert zich niet als Martha een arm om zijn schouders slaat.

„Maar mán”, zeg ik. „Je kunt toch niet verwachten dat je in vier jaar schrijver wordt? Dat duurt een heel leven!”

Karel hoort me niet. „Ik begon er net weer een beetje bovenop te komen. Vier jaar geleden is mijn vrouw bij me weggegaan. Toen heb ik een jaar in bed gelegen.”

„Dat is een depressie”, zegt Martha. „Ben je in therapie geweest? Medicijnen gekregen?”

„En toen stuurde ik een verhaal op naar een wedstrijd”, vervolgt Karel koortsachtig. „En ik won… toen had ik het gevoel dat ik eindelijk iets had om voor te leven. Ik heb mijn baan opgezegd om me aan het schrijven te wijden. Nu is er niets meer.”

„Dat kan zo niet”, zeg ik streng. „Als schrijver kun je niet bij de minste tegenslag het hoofd in de schoot leggen. Weet je wat het best verkochte Nederlandse boek is? Het dagboek van Anne Frank. Tachtig keer afgewezen door de uitgeverijen. Waarom zou je ons oordeel eigenlijk serieus nemen? Misschien win je over twee jaar de AKO-prijs! Je moet gewoon doorschrijven. Ik ben ook jaren depressief geweest, hoor! Ik stond alleen op om de gordijnen open te doen, zodat de buren niet zouden denken dat ik nog in bed lag. En dan ging ik weer naar bed.”

„En jij bent juist altijd zo vrolijk!” snikt Karel.

Martha laat hem los om in haar handtas naar zakdoekjes te zoeken. Ik schuif mijn stoel bij en pak Karels ineengestrengelde handen. „Zoek een nieuwe baan. Ga kleiduiven schieten of ballet dansen, maakt niet uit. Beschouw het maar als werk. En dan doe je rustig dat jaar over.”

Als ik een paar uur later naar het station loop, passeert hij me rakelings, met nietsziende ogen.

Na een week vraag ik hem per mail hoe het met hem gaat. „Eigenlijk wel goed”, schrijft hij terug. „Ik ben naar de kapper geweest. Nu zal die nieuwe vriendin ook wel gauw komen. Ik hou je op de hoogte.”