Heren in tutu’s op Sovjet-boerderij

Dans Bolsjoi Ballet met The Bright Stream. Gezien: 23 juli, Carré Amsterdam. Info 0900-2525255, www.theatercarre.nl

Een sylphide op een fiets – je zou bijna denken dat Alexej Ratmanski de scène in zijn ballet The Bright Stream (2003) speciaal heeft ingelast voor het Amsterdamse publiek. Het was in elk geval welbesteed aan Carré, dat gedurende de avond steeds enthousiaster werd over de ironische Sovjetkomedie van het Bolsjoi Ballet. Vlak na de première van het origineel bleek dat die vrolijke spotternij minder goed viel bij vadertje Stalin, reden waarom het ballet in 1936 in de ban werd gedaan. Dmitri Sjostakovitsj’ geweldige, kleurrijke muziek werd verketterd en librettist Adrian Pjotrovski belandde in een goelagkamp.

Het is dan ook een dolle boel op kolchoz De Heldere Beek, waar het bezoek van een groep dansers voor veel opschudding zorgt. Een en ander leidt tot overspelige verlangens, list, bedrog en verkleedpartijen. De sylphide, een bekende ‘luchtige’ verschijning in veel romantisch-klassieke balletten, is bijvoorbeeld een travestierol, en ook de bezoekende ballerina dost zich uit als jongeman.

Met vaart en schwung heeft Ratmanski het stuk opnieuw opgebouwd, want van het origineel zijn alleen wat foto’s overgebleven. In het gebruik van gymnastische elementen is wel een verwijzing te zien naar Fjodor Lopoechovs choreografie, maar de vertrekkende artistiek leider van het Bolsjoi Ballet heeft het academische idioom met nog veel meer stijlen vermengd. Hij rijgt moeiteloos jazz, folklore, mime en hedendaags klassiek aaneen tot een rijke, opwindende taal, die de dansers uitdaagt en de gelegenheid biedt zich van hun beste kant te laten zien. De dansers voelen zich duidelijk thuis in de balletkomedie.

Ook degenen die een voorbehoud maken bij dit genre, geven zich gewonnen bij zoveel danskwaliteit. De bescheiden Zina (Nina Kaptsova) danst met een schitterende, vederlichte verfijning, wat mooi contrasteert met de robuuste sprongkracht van de rijzende ster Natalia Osipova (de ballerina), die ook haar ‘mannensolo’ met veel aplomb uitvoert. Die ruimte wordt haar geboden door Roeslan Skvortsov (de balletdanser), die dezelfde solo eerder heel terughoudend danst – dat is nog eens teamwerk. Skvortsov zelf kan zich uitleven in zijn travestierol als luchtgeest, met spitzen, bloemenkrans en lange, romantische tutu. Ook het schoolmeisje Galia (Anastasia Stasjkevitsj), de opdringerige accordeonist (Roeslan Pronin) en Zina’s verloofde Pjotr (Denis Savin) halen veel uit hun veeleisende, inventieve variaties, en de dans voor de zes vriendinnen van Zina is een juweeltje. Het wonderlijkst is misschien wel dat het allemaal zo natuurlijk overkomt, die vaart, die bevlogenheid, die virtuositeit.

Blijft er dan niets te wensen over? Jawel. Het is zonde dat het geluid van het uitstekende orkest onder leiding van Pavel Sorokin nauwelijks de bak uitkomt.