‘Een morele plicht tegenover armsten’

Tot in de vroege ochtend onderhandelen de grootste economieën over een nieuw handelsakkoord. Staatssecretaris Heemskerk is licht optimistisch over een positief resultaat.

„We zitten hier met 153 landen die allemaal een vetorecht hebben en dat in een grimmige economische context”, zegt staatssecretaris Frank Heemskerk „dus iedereen vecht.” Heemskerk (PvdA, Economische Zaken) zit in een kamer op de Nederlandse vertegenwoordiging in Genève, waar hij is voor onderhandelingen over een nieuw handelsakkoord.

Het vlot niet met de zogeheten Doha-ronde, die begon in 2001 en in 2005 tot een akkoord had moeten leiden. Voor het eerst in twee jaar zijn de ministers nu weer bijeen om knopen door te hakken. Gistermiddag riep directeur-generaal Pascal Lamy van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zeven kernlanden bijeen. Om half vier vanochtend ging men zonder jubeltonen weer uit elkaar.

Deze ronde zou vooral positief moeten zijn voor ontwikkelingslanden die meer toegang krijgen tot de markten voor landbouwproducten in rijke landen. In ruil zullen opkomende economieën tarieven op industrieproducten verlagen. Maar ondanks jaren onderhandelen is er geen oplossing in zicht voor problemen die rijke landen hebben gecreëerd ten nadele van armere landen, zoals subsidies voor katoenboeren in de VS, het voortrekken van voormalige koloniën door de EU bij de import van bananen ten nadele van Latijns-Amerika, en het beschermen van de eigen industrie door invoerrechten te heffen op bewerkte cacao of koffie, terwijl de ruwe grondstof onbelast binnenkomt, de zogeheten tariefescalatie.

Waarom is er nog altijd geen oplossing voor deze problemen?

„Laten we eerst even een stap terug gaan. Als je ziet hoe hard de voedselcrisis aankomt bij de allerarmste landen dan is het duidelijk dat we de plicht hebben iets te doen. Dus bouwen we de invoerrechten op landbouwproducten en de landbouwsubsidies af. De beste hulp voor arme landen is handel, ofwel toegang tot Europa. Tariefescalatie pakken we aan. In de voorstellen gaan de hoogste tarieven het hardst naar beneden.

„Over katoen heb ik in de Europese ministerraad gezegd: als de VS een substantieel bod doen om de subsidie op katoen te verlagen, dan kan de EU niet achterblijven. Grieken en Spanjaarden keken me fronsend aan. Het probleem is dat er afspraken zijn gemaakt met de Grieken bij hun toetreding tot de EU over het voortzetten van katoensubsidies.

„Ik heb hier gesproken met de minister van Burkina Faso. Voor hen is katoen van levensbelang. En dat wordt bemoeilijkt door onze katoensubsidies. De afspraak in Hongkong [waar eind 2005 een ministersconferentie werd gehouden, red.] was dat de subsidies op katoen harder zouden dalen dan andere landbouwsubsidies, maar de reductie van katoensubsidies die de EU heeft aangeboden is juist lager. Hier ligt een morele plicht om iets voor de allerarmsten te doen. Maar het echte probleem is natuurlijk de VS en die doen nog helemaal niets.”

Dringt de EU er bij de VS op aan om in katoensubsidies te snijden?

„Zover hoeven we niet te gaan”, zegt Heemskerk, om er lachend aan toe te voegen: „Wel helpen wij de ‘vijand’ door diplomaten van de ‘katoen-vier’ te trainen in onderhandelingstechnieken.” De ‘katoen-vier’ zijn Benin, Burkina Faso, Tsjaad en Mali – de vier Afrikaanse landen die het meest lijden onder de oneerlijke concurrentie.

De ‘bananenkwestie’ is volgens Heemskerk vooral een probleem tussen de vroegere koloniën die een voorkeursbehandeling krijgen en niet accepteren dat Latijns-Amerikaanse landen voortaan gelijk worden behandeld.

„In de landbouwonderhandelingen gaat het de laatste twee dagen om een onsje meer of minder, maar de echte onderhandelingen hebben plaats in de markttoegang voor niet-agrarische producten. Dat is ook in ons belang. We zijn misschien groot in landbouw, maar groter in diensten of industrieproducten. De heikele punten zijn nu: hoe snel gaan de tarieven omlaag voor niet-agrarische producten en zal opkomende economieën niet worden toegestaan om hele sectoren af te schermen zoals bijvoorbeeld de auto-industrie.

„Maar het zijn vooral de VS die onder druk staan om te bewegen. De strijd heeft vooral plaats tussen de VS en landen als India en Brazilië. De EU heeft een eerlijk bod op tafel gelegd en dat wordt door anderen erkend.”

Wat zijn de kansen op succes?

„Het is taai en nog steeds heel spannend. Willen de onderhandelingen niet mislukken dan moeten we maandag of dinsdag een besluit hebben genomen over de belangrijkste kwesties. Maar ik ben gematigd optimistisch. Je ziet dat de politieke, economische en persoonlijke agenda’s van deelnemers samenkomen.”

Onderhandelaars als Lamy of de Europese handelscommissaris Peter Mandelson willen een resultaat neerzetten voor ze opstappen. Dit zou zelfs gelden voor president George W. Bush, zoals onder meer zou blijken uit het Amerikaanse bod deze week om het plafond van landbouwsubsidies verder te verlagen.

„Bush is in zijn laatste jaar en een constructieve rol in deze onderhandelingen zal afstralen op zijn nalatenschap. Ook is het gunstig voor z’n partijgenoot McCain in de komende presidentsverkiezingen. McCain en [de democratische kandidaat] Obama zullen gevraagd worden waar ze staan in deze kwestie. McCain heeft zich altijd meer dan de democraten uitgesproken voor een open economie. Ze kunnen Obama dwingen zich uit te spreken.

„Daarnaast is er de economische agenda. Dankzij de hoge voedselprijzen verdienen boeren goed en zijn landbouwsubsidies makkelijker af te bouwen. Handelsbelemmeringen moeten weg voor een goede voedselvoorziening. Verder kan de wereldeconomie momenteel zelfvertrouwen gebruiken dankzij leiders die leiderschap laten zien. Ofwel, er komt momenteel heel veel samen.”